donderdag 29 juli 2010

Nog even over die kip-ei kwestie

…want die schijnt opgelost te zijn door onderzoekers uit Sheffield en Warwick. Nou wil ik niet lullig doen, maar ik vind dat er zo hier en daar wel wat gaten in te schieten zijn. Niet in die onderzoekers, maar in het bewijs.

Het was de kip

Voor het vormen van de eierschaal is een bepaalde proteïne onmisbaar en die proteïne zit uitsluitend in de eierstok van de kip. Daar wil ik nog wel in meegaan; voor de vorming van mij was ook het één en ander nodig dat zich alleen in de eierstokken van mijn moeder bevond, dus ik snap dat.

Maar dan blijf ik me toch afvragen hoe het in vredesnaam mogelijk is dat er een kip uit de lucht kwam vallen. Dat lijkt me voor niemand prettig, zeker niet voor die kip. Je zal maar heel rottig terechtkomen, dat kan zomaar gebeuren, en dan heb je gewoon geen leuke start op deze aard.

Nou ja, die eerste kip was er dus ineens en door een gelukkig toeval liep die ergens op haar weg over de globe een leuke haan tegen het lijf, want relatieplanet bestond in die dagen nog niet. Vervolgens kreeg de kip ineens enorme persdrang en floepte er een ei uit. Omdat ze toch niets beters te doen had (het regende), ging ze daar maar op zitten. Misschien dat het moederinstinct op dat moment al latent aanwezig was, anders doe je zoiets niet. Niet veel later kwam dat ei ineens tot leven, brak de schaal en stond daar een aandoenlijk, pluizig, geel kuikentje.

Dit alles klinkt misschien nog best plausibel, maar persoonlijk haak ik af op het punt dat er zomaar ineens *poef* een kip was. Dat kàn gewoon niet. Dat iets door allerlei chemische en ecologische processen langzaam maar zeker evolueert tot ei, dat klinkt mij een stuk aannemelijker in de oren. En dat dat ei dan toevallig in de Cariben lag ofzo, uit de wind en in de zon (misschien zelfs achter glas), zodat het lekker warm werd en er van alles tot leven kon komen. Op de één of andere manier waren er een paar van die chemische en ecologische processen tegelijk, zodat er meteen een clubje kuikens was. Dat grut groeide op en ging puberen en dat dook met elkaar het nest in. Het veranderde ook van gedaante trouwens, want ze verloren hun pluizige gele uiterlijk en kregen rode kammen en lellen onder hun snavel en dat soort ongein.

Uiteindelijk kregen de vrouwelijke exemplaren dan weer die voornoemde persdrang en de rest is geschiedenis.

Dus, geachte cursisten, schrijft u even mee:
Eerst was er het ei, toen de kip.

Volgens mij dan hè.

dinsdag 27 juli 2010

Ik weet dat niet zo goed

Er zijn genoeg vragen in het leven waar we geen antwoord op weten. De kip-ei kwestie schijnt opgelost te zijn (het was de kip die zomaar op een mooie dag uit de lucht is komen lazeren), maar andere dingen: no clue.

Ten eerste zijn dat drie van de vijf w's: waarom, met wie en op welke manier. Dat zijn de Grote Levensvragen. Ik weet niet waarom, ik weet wel globaal met wie, maar ik heb nog een aantal oningevulde categorieën, en op welke manier: geen idee. Ik doe maar wat. Echt.
Wat en Wanneer is dan weer wel duidelijk: leven, nu.

Los van de Grote Levensvragen zijn er natuurlijk ook een heleboel vragen over de dood. Ook daar is weer een grote 'waarom', maar 'wat' en 'wanneer' zijn daar juist weer extreem onduidelijk. Vooral als je denkt dat het niet gaat gebeuren, geloof ik. En zeker niet twee keer in een week.

Maar, waar ik heen wil: wanneer ga je weer gewoon doen, als de dood gepasseerd is en twee van je lievelingsmensen heeft ingepikt, maar het leven verder schijnt te gaan? Ik weet het niet.

Het leven gaat nu nog niet verder, want het is voor die twee mensen nog veel te kort geleden gestopt.

Wanneer zet je zo'n achterlijk, dom, confronterend kruis achter namen op de verjaardagskalender?
Wanneer wis je een nummer uit je telefoon?
Wanneer moet ik in diezelfde telefoon 'opa & oma' veranderen in 'oma'?

Nu nog niet, in elk geval. Daarvoor is het nog veel te vroeg, veel te vers.

En wanneer ga je als blogger weer een proper blogje publiceren? En mag je dat dan weer gewoon luchtig en humoristisch maken, of moet je zo nu en dan blijven refereren aan wat er gebeurd is? Of begrijpt de lezer zo ook wel dat ik noch opa, noch Maai ooit zal vergeten?

Als u antwoord heeft op ook maar één van bovenstaande vragen: ik houd me aanbevolen.

zaterdag 24 juli 2010

Opa's grapjes

Je kan zeggen van de dood wat je wilt, maar it brings back memories. De hele afgelopen week voelde als een soort wandeling door vroeger. Zelfs vanochtend nog, toen ik me na het ontwaken afvroeg of ik al uit bed zou gaan, sprak opa in mijn hoofd. "Uitgeslapen? Dan kan je je bed verkopen."

Gisteravond vertelde ik vriendin E. hoe mijn vader me eergisteren omdoopte tot Ep Oorklep. Ook dat had alles met opa te maken. Het is een verhaal dat speelt rond de jaarwisseling, maar vooruit.

Mijn vader & opa vormden op vele fronten een 'winning team', maar zéker als het ging om oliebollen bakken. Dat was hun pakkie-an, daar moest verder niemand zich mee bemoeien. De heren stonden ieder gehuld in een schort en gewapend met tangetjes en schalen de bollen bruin te bakken. Als de bollen klaar waren smikkelde mijn opa ervan, waarbij na de eerste bol altijd de opmerking kwam: "Monster goedgekeurd, zending kan volgen."
Op een keer wilde mijn vader lollig zijn en neep hij het randje van opa's oor tussen het tangetje. Dat was inderdaad lollig geweest, ware het niet dat hij net met datzelfde tangetje in de kokende olie bollen had staan draaien en het tangetje als gevolg daarvan gloeiendheet was. Het resultaat was dus niet lollig, maar een aparte vorm van bljvende gehoorschade aan opa's oor. Het is, eerlijk waar, nooit meer helemaal goed gekomen.

Nu is opa er niet meer en dat zorgt voor een immens groot gat. Overal, en dus ook in het oliebollenteam. Daarom stelde ik aan mijn vader voor dat hij het maar aan mij moest leren, zodat ik voortaan kan helpen met deze precaire klus. "Maar", voegde ik daaraan toe, "Dan zet ik wel oorwarmers op. Ofzoiets."
Dus toen noemde hij me Ep Oorklep en zei dat het goed was.

Gisteravond MSN'de ik dit verhaal naar vriendin E., waarna ik typte: "Oliebollen met pap is echt op eigen risicio." Daarna typte ik: "Voeg in bovenstaande zin nog ergens 'bakken' toe." Om tot slot te concluderen: "Oliebollen met bakken pap etc. vind ik zelf tot nu toe de mooiste."

Het was echt een soort van fijn om de afgelopen dagen nog een keertje om opa's grapjes te lachen. Maar het feit dat wij die grapjes moesten maken omdat opa het niet meer kan doen, zorgde ervoor dat de lach er opvallend snel vanaf gleed.

Maar vergeten zullen we hem nooit. Want die standaardopmerkingen van hem, die zitten er zó ingebakken bij ons allemaal... Die rollen als vanzelf uit je mond.

Ik wou alleen dat "Monster goedgekeurd, zending kan volgen" ook voor opa's gold...

maandag 19 juli 2010

Dag opa...

Vorige week zaterdag schreef ik over mijn opa. Hoe ik hem de dag daarvoor had aangetroffen en dat ik de dokter zover had gekregen om opa weer naar het ziekenhuis te laten gaan. Omdat het echt niet goed ging met hem.

Ik had de hele tijd al het onbestemde gevoel dat het die vrijdag de laatste keer was dat ik mijn opa zou zien. Er was zo weinig meer van hem over, hij was zo fragiel.

Vanochtend is opa overleden. Hij is 82 jaar geworden.
Het dringt nog nauwelijks tot me door.

(...)
En telkens weer zal ik je tegenkomen
we zeggen veel te gauw: het is voorbij.
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen,
niet wie je was, en ook niet wat je zei.
Ik zal nog altijd grapjes met je maken,
we zullen samen door het stille landschap gaan.
Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken,
raak je mijn hart nog duidelijker aan.

Toon Hermans

donderdag 15 juli 2010

Maai

God looked around His garden
and found an empty place
Then He looked upon the earth
and saw your tired face
He wrapped His arms around you
and lifted you to rest
God's garden must be beautiful
He only takes the best



Zondagmiddag, 15.39 uur. Een sms’je van Maai.

Hey meis, het gaat niet zo lekker hier. Weet niet goed wat ik erover kwijt wil/kan. Ben in de war en weet het momenteel niet goed. Hope you’re okay. Xxx

Altijd sloot ze haar sms’jes af met een paar lieve woorden.
“Take care”
“Keep fighting”
“Ik ben trots op je”
“Zorg alsjeblieft voor jezelf, dat ben je waard”

Altijd wist ze me met zulke woorden een glimlach te ontlokken. ‘Ach wat ben je toch lief’, dacht ik dan. Een sms’je van haar was als een knuffel. Ze vulde mijn mobiel – mijn mailbox, mijn leven - met liefde en vriendschap. Eindeloze gesprekken op MSN. Woordjes van steun. Ellenlange mails.

Het was al even geleden dat ik haar voor het laatst gezien had. Op die dag dat het zulk vies weer was. Het regende, het waaide.
Het was zo’n fijne dag. Praten, lachen, heel veel thee drinken, wandelen met hondje Stempel, foto’s kijken, en de DVD van Assepoester…

Gisterochtend, 9.33 uur. Het immens trieste bericht dat Maai is overleden. Ze heeft daar zelf voor gekozen.

Lieve Maai.
Mooie Maai.
Maai knuffelmeisje.
Maai vechtertje.
Dappere Maai.

En ik dacht aan het sms’je dat ik haar zondag terugstuurde:

Lieve Maai, je hoeft er niets over te zeggen als je dat niet wilt! Ik denk aan je en ik hoop dat je je lieve koppie boven water kunt houden. Take care lieffie!

Ze kon het niet. Ze is kopje-onder gegaan.

Ik had het haar zó gegund. Een mooier leven. Een gelukkiger leven. Misschien is het maar beter dat ze niet meer hoeft te vechten nu. Dat ze rust heeft.

Lieve Maai. Ik ben er trots op je gekend te hebben en ik zal je verschrikkelijk missen.
Dag meisje!

Vier woorden

Ik probeer mijn blogs altijd een kop en een staart te geven. Anekdotisch te maken. Met een kwinkslag of een diepere laag.

Vandaag niet.

Ik probeer nu alleen het bericht te verwerken dati k vanochtend om 9.33 uur hoorde en dat de grond onder mijn voeten heeft doen wegslaan. Het bericht dat niet te bevatten is. Het bericht dat maakt dat ik voor dit logje maar vier woorden nodig heb.

Maai is dood.
Godverdomme.

woensdag 14 juli 2010

Eten, Bidden, Beminnen

Kent u de innovation adoption curve? Die is van Rogers en die curve geeft aan hoe individuen om kunnen gaan met innovaties. Je hebt mensen die alles wat nieuw en hip is acuut omarmen (de innovators) en dan heb je allerlei tussenlagen voordat je bij de ‘laggards’ bent. Laggards zijn mensen die een innovatie pas schoorvoetend accepteren als het eigenlijk al gemeengoed is.

Het hangt natuurlijk van het type innovatie af, maar ik behoor toch opvallend vaak tot de late majority, die zich één stap voor de laggards bevindt. Neem mijn hele Senseo verhaal even in gedachten en je ziet dat het klopt. Het is niet zo dat ik mijn muziek afspeel op een slingergrammofoon of dat ik bel met een bakelieten telefoon met draaischijf, maar een iPhone staat ook weer niet op mijn verlanglijstje. En ja, geheel conform die curve van Rogers: dat is een principekwestie.

Ook qua boeken ben ik soms een beetje laat. Ik lees graag en veel en alles wat los en vast zit, maar zodra een boek een hype is moet ik het niet. Dat is ook een principekwestie. Het gevolg is echter wel dat ik vaak achter de trend aan lees. Harry Potter ontdekte ik bijvoorbeeld pas bij boek drie – maar toen heb ik het met zoveel passie omarmd dat ik inmiddels de hele reeks al een keer of vijf gelezen heb. En nu ben ik weer in zo’n boek bezig. Eten, Bidden, Beminnen. Een tijdje terug was iedereen daar helemaal vol van. Toen heb ik wel een halfslachtige poging gedaan om het te lezen, maar op dat moment sprak het me niet aan.

Onlangs had collega M. het over dat boek en ze dacht dat ik er veel aan kon hebben. Ze had het zelf in huis, dus ik mocht het lenen. Ik was bereid het een tweede kans te geven en dat is maar goed ook, want ik ben er nu volledig door gegrepen. Iedere vrije seconde duik ik in het reisverhaal van Liz Gilbert. Het zet me aan het denken. Het laat me lachen. Het doet me instemmend knikken. Het stuk dat in Italië speelt zorgde ervoor dat ik eigenlijk het liefst subiet mijn koffers wilde pakken om ook vier maanden naar Rome te gaan. (bij de Indiase ashram heb ik dat trouwens niet). En bovenal heb ik de mooiste, meest treffende uitleg over depressie gelezen. Zoals zij het schrijft, zo voelt het inderdaad. Ik ben er niet trots op dat ik die kennis in huis heb, maar ja, het is niet anders.

Dat je jezelf voorhoudt dat je alleen een beetje van het rechte pad bent en dat je vanzelf de weg wel weer vindt, totdat je je ineens realiseert dat je werkelijk geen flauw idee meer hebt waar je bent, laat staan wie je bent, laat staan hoe je terechtgekomen bent waar je nu bent, laat staan hoe je dan ooit weer op de goede weg gaat belanden. Die allesomvattende radeloosheid die je volledig lamslaat. Terwijl je naar de buitenwereld blijft doen alsof je prima weet waar & wie je bent en die ‘niets aan de hand’-act je alleen maar nog meer uitput.

Eten, Bidden, Beminnen is niet alleen een lees-, maar ook een leerboek. Wat ik dan leer? Dat het oké is. Dat ik me zo mag voelen en dat het ook weer goed komt. Dat je niet op een ochtend wakker wordt en denkt: “Hoezee, het leven lacht!” Maar dat je wel steeds vaker het leven zijn mondhoeken even ziet optrekken, of merkt hoe het je een knipoog geeft. En die momenten zullen er steeds vaker zijn.

Misschien ben ik als levensgenieter ook wel van de late majority.
Maar dat wil nog niet zeggen dat ik het aan mijn neus voorbij laat gaan.

zaterdag 10 juli 2010

Opa

Vrijdagochtend 7.58 uur.
Ik stapte in de trein voor een dagtrip Zeeland. Af en toe moet ik mij als kleindochter toch van mijn goede kant laten zien en dat moest nu zeker, want opa was opgenomen in het ziekenhuis. Waarom? Tsja, als we dàt nou maar eens wisten...

Eerst ging ik naar mijn andere oma en dat was gezellig. We aten een boterham en bespraken hoogstaande zaken (sokken breien, spinnen in huis en dat mensen elkaar soms veel te snel 'een vriend' noemen). Daarna ging ik weer on the road, op naar het ziekenhuis.

Toen ik daar arriveerde, was de vogel gevlogen. Opa was ontslagen, wat ik niet echt snapte en wat ik nog veel minder snapte toen ik bij hem en oma thuis arriveerde. Als een doodziek vogeltje zat hij in zijn stoel, telefoon op schoot, trachtend een dokter te bereiken. Want de arme man was nog geen uur thuis toen hij al in elkaar zakte toen hij naar de keuken wilde lopen.

Uiteindelijk kwam er dienstdoend huisarts die een beetje met z'n zonnebrilletje zat te spelen en reutelde over thuiszorg en looprekken, terwijl opa in zijn stoel naar adem zat te snakken. Ik mocht die man dus niet. Don't mess with my opa! Dus ik heb de woordvoering vanaf dat moment maar voor mijn rekening genomen, met als resultaat dat opa terug naar het ziekenhuis mocht, alwaar hij zich moest melden bij de SEH.

Samen met papa bracht ik hem daar naartoe. Papa en ik moesten wel lachen om het feit dat op de rolstoel "retour SEH" stond, want zo was het maar net. "Wij komen opa even terugbrengen". Behalve dan dat je dat 'even' niet al te letterlijk moet nemen. Want godskolere zeg, wat moesten we lang wachten. Bij de fucking spoedeisende hulp. Het excuus wat de ex-nazi die hem uiteindelijk kwam helpen was dat er 'een spoedgeval was'. Damn, know your audience! (sorry als ik gefrustreerd overkom, maar dat kan, want ik bèn ook gefrustreerd).
Papa doodde de tijd met het lezen van de Penny. Ik ben er nog over aan het denken wat ik daarvan vind.

Nu ligt opa weer in het ziekenhuis. Hoe het verder gaat, dat moeten we afwachten.

Om 23.44 uur rolde ik in Den Haag de trein weer uit. Doodmoe, verdrietig en een beetje bang voor wat er nu allemaal komen kan. Bezorgd om opa, maar ook om oma. Geschrokken van die oude, stokoude man die ooit mijn kwieke opa was.

Niet kapot te krijgen, dacht ik altijd.
Maar ik ben bang dat ik me daarin vergist heb.

donderdag 8 juli 2010

Voetbal & oorlog

Normaal boeit voetbal me niets. De sportpagina’s in de krant sla ik over en voetbalmatches op TV zap ik rücksichtslos door. Maar als er een Europese of mondiale titel op het spel staat, dan ben ik ineens fanatiek. Hoewel ik dat in het beginstadium altijd ontken. Dan zeg ik dingen als “nou, wedstrijden van Oranje kijk ik wel, maar de rest, mwah, neuh…”

De realiteit is anders. Ik kijk inderdaad naar Oranje, maar verder ook de meest obscure wedstrijden tussen landen waarvan ik werkelijk niet wist dat ze er een selectie hadden. Ik geloof dat ik bij benadering alle matches gezien heb dit WK, behalve (hoe ironisch) Nederland - Slowakije.

Wat er gebeurde tijdens Nederland – Slowakije
Ik had de onfortuinlijke vergissing gemaakt om een afspraak met P. in te plannen om 16.15 uur, terwijl de wedstrijd dus om 16.00 begon.
Afspraken met P. zijn altijd nogal intensief, dus toen ik bij hem kwam op die bewuste maandag stelde ik voor om voor één keer niet te praten maar voetbal te kijken. Hij had daar wel oren naar, maar toch ging het niet door. Zodoende zat ik de hele eerste helft te praten over dingen die mij lichtelijk emotioneerden. Dat ontaardde in een snotterbui, die ineens werd opgeluisterd door weerschallende vuvuzela’s. P. moest lachen en ik snifte: “Volgens m-mij is het… e-een – nul…” En jawel.

Dat was de enige wedstrijd die ik niet helemaal heb meegekregen. Verder heb ik tijdens de wedstrijd tegen Brazilië een groot deel van de tweede helft op een loungebank gehangen en met R. gekletst, waarbij we de stand bijhielden aan de hand van gejuich en vuvuzelagetoeter. Totdat dat echt de spuigaten uitliep en we ons genoodzaakt voelden om weer te gaan kijken.

En dan nu: Spanje
Dinsdagavond twitterde ik vol vaderlandsliefde: “Hatsjikidee. En zondag maken we het af.” Ik heb afgesproken met vriendin J. om samen te kijken. Nu heb ik alleen nog twee praktische puntjes die ik even met u wil doornemen.

Ten eerste: de outfit. Ik voel me zo langzamerhand een behoorlijk zure muts in mijn grijze ‘oranje staat mij niet’ shirtje. Dus er moet iets anders komen. Maar weet iemand waar ik zo’n Bavariajurkje kan scoren? Of iets anders met een beetje elan? Want ik ga niet in zo’n hobbezak van een polo natuurlijk. Dus: tips graag! Tips!

Ten tweede: zullen we het Wilhelmus maar achterwege laten? Of vervangen door De Zilvervloot? Want even, zingen dat we de koning van Hispanje altijd geëerd hebben geeft toch een beetje een verkeerd signaal af.

Verder verwacht ik de nodige 1568–1648 gerelateerde humor, ter compensatie van alle ’40-’45 grappen die we niet meer kunnen gebruiken nu de Duitsers zijn uitgeschakeld.

Schade.

zondag 4 juli 2010

Mijn Senseo en ik: een evaluatie

"...dus nu heb ik een Senseo", zei ik vrijdag tegen R., met name omdat ik al de hele week aan iedereen die het al dan niet wil horen vertel dat ik een Senseo heb. R. zei dat ik er wel een beetje laat mee was. Dat beaamde ik. "Hij is ook derdehands", zei ik. "Van een oud vrouwtje geweest zeker?" veronderstelde hij. Ik knikte. "Altijd binnengestaan?" informeerde hij verder. Ik lachte en beaamde ook dat, met de toevoeging: "Ze gebruikte 'm alleen af en toe om boodschappen mee te doen."

In werkelijkheid was de Senseo niet van een oud vrouwtje maar van D. & G. (ik doel daarmee niet op een luxe merk maar op de zus en zwager van vriendin J.) en daarna was hij van J. & T. en nu dus van mij. En ik ben er nog steeds mee in mijn nopjes.

Een evaluatie na een week:
*Ik kan mensen fatsoenlijke koffie aanbieden en dat maakt mij een betere gastvrouw. Echte koffie is beter dan van die zakjes oplosreut waar ik me altijd een beetje voor schaamde.
* Het ruikt in mijn huis nu af en toe lekker naar koffie. Ik vind dat een heel huiselijke geur en ik word er steeds een beetje blij van als ik het ruik.
* Het assortiment van smaakjes koffie verpakt in pads is enorm. Ik heb nu 'gewoon' en koffie met vanillesmaak. Maar voor ik dat besloten had, heb ik aardig wat tijd voor het schap in de AH doorgebracht.
* Het is lekkere koffie, wat andere mensen ook mogen beweren. Goed, het is geen Starbucks, maar dat kan ook niet. Immers: nothing beats Starbucks.
* Het hebben van een koffieapparaat vind ik een teken van volwassenheid. Het wordt nog wel eens wat met mij.

Twee kleine minpuntjes:
* De Senseo heeft mijn waterkoker van het aanrecht verdrongen. De waterkoker staat nu op de afzuigkap en die moet dus af en toe naar beneden getakeld worden, maar een kniesoor die daar op let.
* De Senseo heeft sowieso nogal last van territoriumdrift. Hij staat ook niet toe dat het afdruiprekje in zijn directe nabijheid staat. Je kan ook zeggen dat mijn aanrecht ècht te klein is en die twee objecten dus gewoon niet passen. Dus als ik ga afwassen, moet ik de Senseo even verplaatsen. Het kan een reden zijn om de habitatkwestie nog eens te heroverwegen, maar vooralsnog vind ik het daar niet storend genoeg voor.

Al met al ben ik dus erg tevreden met mijn nieuwe aanwinst. En ik nodig iedereen uit voor koffie met een kaakje, om het te vieren.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...