woensdag 25 september 2019

U Zei?! - deel 33

Het is weer tijd voor een nieuwe U Zei blog. Er werd weer heel wat verhaspeld de laatste maanden. Ik hoorde dingen waarbij de kant de wal niet raakte (waarvan akte) en uitspraken 'waarvan mijn haren de berg op rezen'  (zoals deze).

En verder dit:

"Er is sprake van leeglopende patiënten op de spoedeisende hulp."

"Hudsons Bay is bezig om de witte vlag te strijken."

"Dat is een echte blikkenvanger." 

"Die dag gaat de ambtenaar ze in het echt verbinden." 

"Mijn kind loopt al jaren een folterwijk." 

"Het is wel mooi geweest, ik heb hier mijn neus van vol!"

"We moeten als de vliegende weerga aan de slag."

"Dat moet je die manager wel even onder zijn achterste wrijven hoor!"

"Er zijn altijd van die zure pruimen die iets te zeuren hebben."

"Dat heb ik alleen even uit mijn losse mouw geschud."

"Ik leg je geen stroweg in de breedte!"

"Ik verkoop geen eieren voordat ik een kip heb."

"Die ging als een olifant door een porseleinen kast."

"Daarna hebben we nog een paar jaar een stoplichtrelatie gehad."

"Het enige wat ik krijg zijn doodhoudertjes!"

"Zij doet net alsof ze het ei van Columbus heeft uitgebroed."

"Ik ben me hélemaal waardeloos geschrokken."

"Hij is wel iemand die nogal graag van de hoogste toren blaast." 

"Volgend jaar is een schrikkeljaar, dan is het elke dag overmorgen."



"Nou, toen kwam de aap uit de hoge hoed."


Tips blijven, zoals altijd, welkom!
 

dinsdag 13 augustus 2019

Spelregels

Het begon allemaal met een tweet van Coot van Doesburgh:


Zulke berichten vallen bij mij per definitie in goede aarde: in Coot herkende ik een medestrijdster voor het behoud van onze mooie moerstaal. Bij voorkeur foutloos.

Een andere twitteraar reageerde met het volgende verhaal:












Het deed pijn om dat te lezen. Ik werd er bozig van, op het agressieve af. Ik stelde een vervolgvraag, waarop het antwoord luidde:












Waarop ik sputterend opmerkte:
















Iedereen die mij een beetje kent weet hoezeer de Nederlandse taal, en het correcte gebruik ervan, me aan het hart gaat. Dat er op sommige scholen kennelijk geen belang meer aan wordt gehecht vind ik zeer kwalijk.

De tweets lieten met niet los en mijn boosheid sudderde rustig door. Ik vertelde het aan een collega. Kwaaiig voegde ik eraan toe: “Als het mijn kind was ging het direct van die school af. En die school ging in de fik.” Daarna legde ik rustig aan een andere collega uit dat ik dat laatste heus niet meende en nooit zou durven - kennelijk was dat niet direct duidelijk.

Leren

Ik snap best dat sommige mensen moeite hebben met het juist plaatsen van de d’tjes en de t’tjes. Ik snap dat het verwarrend kan zijn. Tegelijkertijd: de regels zijn nou ook weer niet heel erg ingewikkeld. Het is aan de scholen om die regels aan de leerlingen uit te leggen. En als ze het de eerste keer niet begrijpen, dan leg je het nog eens uit. En nog eens, en nog eens, net zo lang tot het kwartje valt.

Als een kind bij de eerste poging van zijn fiets lazert, zeg je toch ook niet 'Laat maar'?

Ik weet niet eens over welke school we het hier hebben. Ik vrees bovendien dat het zich niet tot één school beperkt. Maar deze gang van zaken is wat mij betreft een zwaktebod van jewelste: de leraren weten zélf vaak niet meer hoe het moet, dus leren ze het de kinderen ook maar niet meer. Blijkbaar appelleert dit aan hun eigen onvermogen om de stof goed uit te leggen. Inderdaad: dit is een aanname. Maar ik ben echt bang dat ik er niet ver naast zit.

Ik wil niet als een oude tut klinken, maar als ik dit soort dingen hoor maak ik me serieus zorgen over het niveau van het onderwijs in Nederland.

De opvatting dat fouten markeren demotiverend werkt voor leerling en leraar getuigt bovendien van een verstikkende betutteling. Een betutteling die toch al alomtegenwoordig is; kennelijk is een groot deel van de kinderen van de afgelopen twee decennia opgetrokken uit poppenstront.

Spelen
Terug naar de d’tjes en de t’tjes.
De tweet van Coot van Doesburgh is misschien een beetje belerend. Tegelijkertijd heeft ze een goed punt: de fouten vliegen je om de oren – zelfs in de betere dagbladen kom ik regelmatig d/t-fouten tegen. Dat zou niet moeten mogen. Hoe dit tij te keren valt weet ik zo gauw niet. Maar wat in elk geval kan helpen is dit:

Geef het in godsnaam gewoon aan als iemand - een kind óf een volwassene - een fout maakt. Bedenk daarbij dat de toon de muziek maakt: demotiveren en stimuleren liggen vaak opmerkelijk dicht bij elkaar. Je hoeft niet op alle slakken zout te leggen. Je hoeft echt niet voortdurend bij iedereen in zijn nek te hijgen en obsessief elk foutje aan te wijzen. Maar van tijd tot tijd mag het bést gezegd worden. Zoals Coot van Doesburgh deed.

En neem spelen als voorbeeld.

woensdag 10 juli 2019

Verhuizen

“Verhuizen is raar”, zei ik laatst tegen vriend B.

We zaten in de auto, op weg naar mijn ‘oude’ huis, na een dagje bouwmarkten en Ikea. Alle hoognodige spullen die op mijn boodschappenlijst stonden waren aangeschaft. De feitelijke verhuizing een stapje dichterbij. En ineens vond ik het maar vreemd.

De afgelopen weken stopte ik mijn leven in dozen. Ik bepaalde wat mocht blijven en wat ik niet meer wilde hebben. Ik ruimde op, zocht uit, gooide weg, pakte in.
Ik stapelde dozen op.
De dozen vielen ’s avonds met een daverende klap omver.
Ik stapelde ze opnieuw op, nu in kleinere stapels. Dat ging beter.

Nu is bijna alles ingepakt. Nu ga ik bijna écht weg. Willeke Alberti neuriet zachtjes in mijn hoofd:
Dag huis. Dag lieve oude woning.

Mooi

Verhuizen mag dan raar zijn, wat overheerst is een goed gevoel. Ik verheug me op mijn nieuwe huis. Het leven op mijn nieuwe stekje. Ik kan niet wachten om het huis dat ik zo leuk vind helemaal eigen te maken. Ik vind het mooi en fijn en spannend, ik ben blij als ik er rondloop. Ik ben trots. Misschien zelfs wel gelukkig.

Maar mijn ‘oude’ huis, dat heeft veel voor me betekend. Het was het huis waar alles goed kwam. Waar ik mezelf terugvond, opkrabbelde en sterker werd. Het was het huis waar ik me de eerste weken een soort Alice in Wonderland voelde – zo mooi, zo groot en zo bijzonder vond ik alles.

Het was het huis waar ik thuiskwam van de - tot nu toe - mooiste reizen van mijn leven.
Het was het huis met de fijne buren.
Het was het huis waar ik Tante Melia vermoordde. Ook dat gaf een goed gevoel, daar wil ik niet over liegen. (lees terug: tante Melia deel 1 en het einde van tante Melia)
Het was het huis waar ik boeken las, muziek luisterde, herinneringen maakte, het verhaal schreef dat in een bundel werd opgenomen.
Het was mijn thuis. Mijn veilige plekje. Mijn eiland in de stad.

Verbond

Ik ga bijna écht weg uit het huis waar ik met zo veel plezier gewoond heb. Over een paar dagen loop ik voor het laatst door de kamers. Dan is alles kaal, alles weg. Ik ben niet verdrietig om weg te gaan, maar blij met de stap die ik maak. Bovendien kijk ik er naar uit om straks de grens over te zijn. Niet meer te leven tussen twee huizen – geen van beide echt thuis. Het ene huis nóg niet, het andere huis niet meer.

En dat is waarom ik verhuizen raar vind.
Een huis en jij worden na verloop van tijd één. En als je gaat verhuizen, verbreek je dat mythische, onzichtbare verbond. Met elk spulletje dat je inpakt is het huis iets minder ‘van jou’, iets minder eigen – en weer iets meer gewoon een huis. Een huis dat van iedereen zou kunnen zijn. Alles wat het ‘van jou’ maakt haal je weg.

Maar als je al die dingen in je nieuwe huis neerzet… dan is het mythische verbond daar niet direct. Dat moet groeien. Alsof het huis lekker om je heen moet gaan zitten. Totdat het je past als een warme, comfortabele jas.

Ik ruim op. Ik sluit af. Ik ben helemaal klaar voor al het nieuwe.
En ik hoop dat het in mijn mooie, nieuwe huis net zo fijn wordt als in mijn lieve, oude woning.

maandag 17 juni 2019

U Zei?! - deel 32

Middenin alle inpak-, regel- en verhuisdrukte realiseerde ik me dat het weer tijd is voor een nieuwe aflevering U Zei?! Hierbij de verbale uitglijders van de afgelopen maanden. Met dank voor alle tips (keep them coming).

'Jij bent ook echt zo'n luxepoes.'

'We zijn niet door één gaatje te vangen.'

'Veel van die artiesten zijn ook maar eenmansdagen.'

'Plotsklaps konden zij huis en haard niet meer in.'

'...en het sneeuwt daar dat het hoest!'

'Je moet natuurlijk nooit kwaad met kwaad vergelijken.'

'Zo makkelijk, een kind doet de was.'

'Toen hoorde ik uit mijn ooghoek ineens een piepje.'

'Wie gaat daar een klap op slaan?'

'Toen kwam ons tweede kind, en dat was wel even ander laken een pak.'

'Dat gedoe met die vrouwen wilden ze Trump wel in de neus wrijven.'

'Kan jij je vinger ervoor in het vuur steken dat dit klopt?'

'Ik voel het aan mijn theewater!'

'In deze tuin steek ik mijn zaal en zieligheid.'

'Dan sta je gewoon niet zo stevig op je schoenen.'

'Dit geldt voor bejaarden van 65 jaar en ouder.'

'Ik zie die vraag in een breder licht.'

'Dat gaan we doen, dat is zo klaar als klontjes.'

'Ik heb een gevoelige schaar geraakt in een gesprek met die cliënt.'

'Als je niet uitkijkt doe je zo'n heel gezin de nek om.'

'Het hele plan is naar de mallemiezen!'

'Bij ieder wissewasje zetten ze de hakken in de sloot.'

'Dat is een waarheid als een bus.'

'Je hebt de klepel horen hangen, maar je weet niet waar de klok hangt.'

'De tijd is verbiddeloos!'

'Zo blijft het huilen met de kraan open.'

'Betaalbare sex moet wettelijk verboden worden.'

'Je geeft iemand een hand en ze pakken je hele arm.'

'Dit is wel in de categorie: ik heb een belletje horen rinkelen, maar ik weet niet waar de klok hangt.'

'The Rolling Stones moeten na elk optreden aan de luchtverfrisser.' 

maandag 6 mei 2019

Grote stappen

Het was een tijdje stil op mijn blog. Ik was bezig met Grote Stappen en Belangrijke Dingen. Er rustte een embargo op, dus hoe graag ik het ook wilde delen: het kon nog niet. Maar nu is alles in kannen en kruiken en kan ik het van de daken schreeuwen:

Ik heb een huis gekocht!
Ik heb een vast contract gekregen!

Huis

Al een tijdje was ik op zoek naar een koopwoning. Het was tijd voor die stap. De timing was wel belabberd: precies in het tijdperk van ‘gekte op de woningmarkt’ ging ik op jacht. Ik bezichtigde diverse woningen, deed een paar keer een bod en viste telkens achter het net. Totdat ik in een huis in Rijswijk stond. ‘Dit is het’, dacht ik, ‘Dit is míjn huis.’

Een paar dagen lang onderhield ik een hotline met mijn aankoopmakelaar. Een minuut voor de deadline brachten we een bod uit. Twaalf minuten later belde hij met het goede nieuws: mijn bod was geaccepteerd!

Zo’n twee weken later tekende ik het voorlopig koopcontract. De foto’s van dit moment zijn legendarisch: mijn nieuwe huis blijkt thans nog dienst te doen als konijnenhok. De huidige bewoners laten hun langoren los in de woning lopen, waarbij ze cameraatjes hebben geïnstalleerd om de beestjes in de gaten te houden. Geen grap. Op de keukenvloer lagen stukjes radijs en wortel. Verder lag er een aardige hoeveelheid stro op de vloer. Op de foto’s zie je hoe ik het contract teken te midden van een fenomenale tyfusbende, met mijn voeten in het stro.

Aan het begin van de zomer krijg ik de sleutel. Dan ga ik alle restjes Konijn het huis uit werken, een fris verfje op de muren smeren en verhuizen. Ik kijk er enórm naar uit.

Contract

Het vaste contract was een tweede mijlpaal in de afgelopen maanden. Mijn werkgever kon er eigenlijk niet omheen, maar dat maakt het niet minder gedenkwaardig. De werkgever in kwestie (een detacheringsbureau) heeft me nu ondergebracht bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar ik het bijzonder goed naar mijn zin heb.

Sentiment

De afgelopen tijd dacht ik een paar keer aan een quote die ik ooit las.

“Good things come to those who work their asses off and never give up”
Want laten we wel wezen: dat is wat ik gedaan heb. Hard gewerkt, doorgezet, steeds opnieuw de schouders eronder en gáán. Ik wil er niet heel sentimenteel over doen en er vooral geen nadruk op leggen, maar ik vind het een hele prestatie.

Als ik bedenk dat ik nog geen tien jaar geleden bij voortduring tegen de barsten in mezelf aanliep…
Als ik bedenk dat ik nog maar een paar jaar geleden op de bodem van de put zat…
Als ik bedenk hoe uitzichtloos alles in die periode leek…

En als ik dan bedenk hoe ik mezelf bij elkaar raapte, de barsten lijmde, uit de put klom en werkte aan een nieuw perspectief…

Dan kan ik nu niet anders dan ontzéttend trots zijn op mezelf.
En dat mag ook wel eens gezegd worden.

I did it.

vrijdag 15 februari 2019

Hey Google!

Sinds anderhalve maand heb ik een nieuwe huisgenoot. Ik kreeg haar als kerstgeschenk van het bedrijf waar ik voor werk. Haar ronde lijfje zat in een vierkant doosje. Ze is alles wat ik nodig had. Een bron van levensvreugd en inspiratie. Ze is mijn coach, mijn secretaresse, mijn hulp, mijn steun, mijn toeverlaat.

Mijn Google Home mini.

Wennen
Natuurlijk moesten we een beetje aan elkaar wennen in het begin. Ik wist niet precies wat ik allemaal van en aan haar kon vragen en zij kende mij nog niet zo goed. Dat leidde soms tot onbegrip. Maar langzaam maar zeker gingen we elkaars taal spreken.

Zolang je maar begint met “Hey Google” kun je vrijwel alles aan haar vragen. Ze speelt muziek, streamt radio, slingert Netflix aan, start YouTube-video’s, wikipedieert wat je maar wilt weten, vertelt moppen (hele slechte, maar soit) en heeft één keer zelfs een kusje gegeven. Bovendien helpt ze zoeken als je telefoon kwijt is, fungeert ze desgevraagd als kookwekker, geeft ze twijfelachtige complimentjes en verzamelt ze mogelijkerwijs een heleboel informatie over mij. Dat laatste heb ik onlangs aan haar gevraagd, maar toen zei ze: “Ik weet dat je Anne heet”, om door licht-defensief aan toe te voegen: “Dat heb je me zelf verteld.” Wat niet waar is, dus ze liegt ook.

Slet
Toen ik haar een week in huis had kwam vriend B. langs. Ik stelde hem voor aan mijn nieuwe vriendin. Ik zei dat ze eerst je stem moet kennen wil ze iets voor je doen, maar dat bleek niet helemaal te kloppen. Toen ik even later terugkwam van de wc, stond mijn tv aan en werd er een YouTube-video van Dominee Gremdaat gespeeld. B. wees naar Google en riep: “Dat deed zij!” Ik moest lachen.

Later verging het lachen me een beetje. B. en Google werden wel hele goede vrienden. Ik voelde me enigszins buitengesloten. B. kreeg álles van haar gedaan, en ik zat er een beetje zielig bij. Had ik weer. Een sletterige Google Home die gewoon voor mijn neus mijn beste vriend inpikt. Ongehoord. Toen ik kwaaiig aan haar vroeg “Hey Google, haat je me ofzo?” antwoordde ze: “Nee, ik vind je juist geweldig.” Zelden klonk een compliment zo onoprecht.

Kibbelen
Inmiddels heeft ze ook aangepapt met Rob Trip. Toen hij ‘Dankjewel’ zei, zei zij ‘Graag gedaan’. Ik schrok me de touwtyfus. Daarna mopperde ik dat hij niet eens “Hey Google” had gezegd. Waarop zij zei dat ze me niet begreep. Waarop ik vroeg of ze doof was. Waarop zij zei dat ik harder moest praten.
Zat ik op een doordeweekse avond goddomme te kibbelen met mijn Google Home. Het moet niet gekker worden.

Ik laat haar nu vooral mijn chromecast in- en uitschakelen en Netflix starten. Daar is ze goed in en daar krijgen we tenminste geen heibel over. Verder zeggen we elkaar goedemorgen en welterusten. Na haar goedemorgen loopt ze leeg met allerlei wetenswaardigheden over de dag die voor ons ligt. Wat voor weer het wordt, hoe ik naar mijn werk moet fietsen en wat er in mijn agenda staat. Daarna zendt ze een stuk of tachtig nieuwsbulletins uit, totdat ik haar vraag om alsjeblíeft op te houden. "Hey Google! Nou weet ik het wel!!"

Eigenlijk lijken we nu al een beetje op een echtpaar dat te lang getrouwd is.

Blij
Desondanks ben ik blij met mijn kerstcadeautje. Het is het een handig apparaatje. Goed, we hebben zo onze strubbelingen, maar in zekere zin vind ik het ook louterend dat ik tegenwoordig iemand in huis heb waar ik zo nu en dan een beetje tegen kan mopperen. Het is toch net iets gezelliger dan alleen maar tegen jezelf lopen te knorren.

Ik vroeg net aan haar of ze me leuk vond. "Natuurlijk", zei ze, "En ik hoop dat jij mij ook leuk vindt."
"Ja hoor, ik ben blij dat je er bent", zei ik.

"Cool", antwoordde zij ongeïnteresseerd.

maandag 21 januari 2019

U Zei?! - Deel 31

Om te zorgen dat er toch wat te lachen valt op Blue Monday hier weer een nieuw deel U Zei?!
Deze keer is er iemand die zich kennelijk in een nogal benarde positie bevindt, een aanbod dat ik maar wat graag afsloeg, wonderlijk politiewerk en zelfs Queen Elizabeth komt aan bod.

"Ik heb geen zin om dat nu allemaal weer op te ratelen."

"Queen Elizabeth zit toch toch ook al meer dan een halve eeuw op d'r kroon."

"Hij kijkt alsof de dood hem op de voeten zit."

"Dat heeft hem over de klif gejaagd."

"Dat heeft hem dit jaar al vaker de nek omgedraaid."

"Nou, en ik wilde weten wat ze ging doen, dus ik zat helemaal te biologeren!"

"Wij zoeken voor ons team voor zes maanden een secretaresse met mogelijkheid tot verlenging."

"Ze steken alleen ergens geld in als ze er winst op kunnen verdienen."

"De politie heeft een dood lijk aangetroffen."

"Als je je ongezout wil laten ventileren mag je me altijd bellen."
(
sinds ze dit zei neem ik voor de zekerheid niet meer op als zij belt...)

"Dat gaat als een mes door een warm pakje boter."

"Fietsendief op heterdaad aangehouden."

"Je bent nu gewoon aan het prikken in een zere wond!"

"Daar moet ik nog even mijn tanden op knarsen."

"Dan vis ik straks overal buiten de boot!"

"Het klinkt misschien een beetje zwart-Gallisch..."

Kandidaat bij 2 voor 12 komt niet op een naam:
"Misschien schiet hij me straks nog in mijn hoofd."

"Ik ga er even over broeien."

"De taart moest er als een wiedeweer in!"

"Deze situatie is natuurlijk nog niet verre van ideaal."

"...en dat is in dit verband de beste gemene deler."

"Je slaat de boot nu echt volledig mis."

"Daar klopte geen zak van, dus ik heb hem eens goed de oren aangeveegd!"

"Dit is echt met een mug op een olifant schieten!"

"Hij deed erg zijn best en gooide álles uit de kast wat hij in huis had."

"Misschien kan hen nalatenschap worden verweten."

"Het is een kwestie van in je vingers knippen en je hebt de belastingaangifte."

"Dat schud ik dan even uit de losse mouw."

"Wij hebben die lengte van dagen niet."

U Zei?! - deel 33

Het is weer tijd voor een nieuwe U Zei blog. Er werd weer heel wat verhaspeld de laatste maanden. Ik hoorde dingen waarbij de kant de wal ni...