zaterdag 29 mei 2010

Wat is hier gebeurd?

De lezersvraag van vandaag: in dit bed is vannacht iets bijzonders gebeurd. Iets wat al tijden niet meer was voorgekomen. Wat was dat?

Voor iedereen die nu meteen in de erotische hoek zit te denken: u heeft het fout. Ik was de hele nacht alleen. Daarbij, for future events: ik zou iets dergelijks niet meteen 'the morning after' hier gaan posten. Een blog bijhouden is leuk, maar er zijn grenzen aan wat ik wereldkundig maak.

Nee, het is simpeler. Het is iets waarvan menigeen zal denken: 'Nou, big deal.' Maar voor mij was het dat dus wel. Ik stond versteld vanochtend, toen ik me realiseerde wat er gebeurd was. Dat het nog kon. Dat ik het blijkbaar toch nog ergens in me had.

In dit bed, in dit heerlijke bed, heb ik vannacht negen uur aan één stuk geslapen, zonder dat ik daarbij de hulp had van slaapmedicatie (want ja, dat gebruik ik tegenwoordig). Negen uur ononderbroken slaap! Ik kan me zo indenken dat mijn ouders 26 jaar geleden erg blij waren als ik iets dergelijks presteerde. Ze heeft doorgeslapen!!

Ik vind het een mooie ontwikkeling.

zondag 23 mei 2010

Ligt het nou aan mij...?

Er werkt een nieuwe jongen bij mijn Albert Heijn. Hij is dik en dom. Ik vind dat ik dat zo mag stellen omdat het allebei waarneembare feiten zijn. Laat ik dan meteen maar even hand in eigen boezem steken: ik heb van horen zeggen dat ik niet dik ben en ook niet dom, maar ik ben wel zeer prikkelbaar de laatste dagen. Ik probeer dat niet te laten merken, maar in gedachten heb ik al heel wat met mensen den totalen Verbalkrieg gegeven. Omdat ze bijvoorbeeld in mijn aura stonden, te hard praatten, of gewoon omdat ze er waren. Ik geef toe: het is onredelijk en niet lief van me, maar het is zo.

In combinatie met de kassajongen werkte dat alleen niet heel goed.

Eerst wil ik zijn domheid nog wel wat nader toelichten, want het was wel een hele mooie vorm. Hij riep bijvoorbeeld zijn collega om omdat hij zijn stoel niet lager kon zetten en liet daar een hele rij mensen in zaterdaghaast voor wachten. Daarna riep hij zijn collega opnieuw om omdat hij een aubergine zonder stickertje in handen had. Op de band lag echter nog een tweede aubergine mèt stickertje. Het idee om die dan twee keer te scannen kwam niet bij hem op. En met één emballagebon wist hij zo ongeveer de hele Albert Heijn plat te leggen. Omdat hij geen idee had wat het was en wat hij er dan mee moest.

Afijn. Drie uur later was ik aan de beurt.
Ik had twee dingetjes op de band gelegd, die scande hij en toen vroeg hij om mijn bonuskaart. So far so good. Nu zit mijn bonuskaart aan mijn sleutelbos, dus ik gaf het geheel aan die jongen. Hij scande mijn bonuskaart. Nog steeds niets aan de hand.

Daarna kwakte hij mijn sleutelbos achteloos naast zich neer, gooide mijn muntjes in de kassa en vroeg of ik de bon wilde. Ik zei: "Nee, maar ik wil wel graag mijn sleutels terug."

Dat hij dat niet begreep.
Dat hij ook niet wist waar ze waren, terwijl ze dus nèt niet voor z'n neus lagen.
Dat hij op het punt stond om hierom weer een collega om te roepen.
Dat ondertussen de hele rij ongeduldig stond te wijzen waar mijn sleutels lagen en hij het gewoon niet zag.

Dat maakte dat ik het echt niet kon helpen dat ik verbaal over hem heen braakte en dat hij het op zijn eerste dag al behoorlijk verpest heeft bij mij. En ik geef ruiterlijk toe dat het vast ook heel veel met mijn prikkelbaarheid en bijbehorend humeur te maken heeft.

Maar dit is toch eigenlijk ook gewoon te gek voor woorden? Toch??

zaterdag 22 mei 2010

Iets over mijn fiets

Een tijdlang hield ik u vrij nauwgezet op de hoogte van de toestand van mijn fiets. Afgelopen winter was het een beetje de fietsgeworden versie van het meisje met de zwavelstokjes; hij vroor immers op ongeveer dezelfde wijze dood.

Maar het onmogelijke gebeurde: hij kreeg een revival. Met een beetje hulp van een welwillende fietsenmaker. Het was niet veel meer met 'm, maar we kwamen weer vooruit met z'n tweeën. Het uiterlijk van mijn fiets liet wel heel wat te wensen over. Ik reed rond op een karkas. Echt. Alle overbodige shit (koplamp, snelbinders, jasbeschermers, versnellingen, et cetera) was er af. Wat je dan overhoudt, dat was mijn fiets. Ze zouden hem bij het oud ijzer nog weigeren.

Vorige week kwamen we weer op een heikel punt. Hij begon uit elkaar te vallen. Letterlijk. Dat had ik eerst niet eens in de gaten, maar op een gegeven moment wilde ik 'm op zijn standaard zetten en dat standaard was dus ineens weg. Heel raar.

Ik keek eens bedenkelijk naar mijn karkas op wielen.
Ik krabde me achter mijn oren.
En toen besloot ik dat het genoeg was geweest. Ik ging een nieuwe fiets kopen. Als ik dat standaard ongemerkt kon verliezen, gold dat vast ook voor andere, meer essentiële onderdelen. Dat leek me geen goed plan.

Dus ik naar de fietsengigant. Tussen de tweedehands fietsen stond een oude bekende van me: precies dezelfde fiets als ik op de middelbare school had, alleen een andere kleur. Hoewel 'oude liefde roest niet' hier niet helemaal opgaat, voelde ik toch weer een enorme aantrekkingskracht richting dit karretje. De deal was snel gesloten.

Voor mijn oude fiets kreeg ik nog vijftien euro. Ik vroeg me af waarom.
"Uit coulance", was het antwoord van de fietsenmaker.

woensdag 19 mei 2010

Eind. Ex. Amen.

De eindexamens zijn weer bezig. Dat betekent: gymzalen vol zwetende pubers, gezinnen die bijkans ontwricht worden door examenstress en tienerkamers die verworden tot zenuwcentra waar de multomappen je rond de oren vliegen.

Dat is althans grofweg mijn herinnering aan de examentijd.

Ik had in eerste instantie niet veel last van examenstress. Ik kon voor de meeste vakken ongeveer een -3 halen (if it only existed) en dan zou ik dat felbegeerde diploma nog steeds jubelend in ontvangst mogen nemen.

Het probleem was alleen: het docentenkorps deed nogal overspannen over het examen. En mijn ouders vormden het huis om tot een soort concentratiekamp, want: “Jij Moet Leren!!” Zo maakten zij het tot halszaak. Ik wil niet zeggen dat zij meer examenvrees hadden dan ik, maar daar komt het wel op neer.

Dus ik ging aan de studie. Dagenlang vertoefde ik in mijn kamertje; samenvattingen schrijvend, proefexamens makend, spelletjes spelend op de computer, en af en toe kreeg ik wat ouderlijk gezelschap voor het betere overhoorwerk. Dat overhoren eindigde meestal in ruzie, maar dat kwam door die examenvrees van mijn ouders. Daar konden ze verder ook niks aan doen.

De enige keer dat ik zelf onvervalste paniek voelde, was bij het typen van mijn samenvatting geschiedenis. Dit is wat er gebeurde:
Anne: *typerdetyperdetyp*
Computer: “Hier heb ik dus geen zin meer in hè?”
Computer: *crash*
Anne: “[censuur] [censuur] [censuur]!!!”
Anne: *smijt multomap door kamer*
De rest van de middag had ik nodig om alle blaadjes weer bij elkaar te rapen en in de juiste volgorde in die map steken.

Afijn.
Na al het leren mocht ik in de kokende gymzaal mijn proeve van bekwaamheid afleggen. Ik slaagde met vlag en schooltas en trok de deur van mijn geliefde middelbare school achter me dicht. Sindsdien heb ik nooit meer met multomappen gekeild. Het beperkte effect van het afreageren van frustratie weegt gewoon niet op tegen de moeite die het kost om alles weer georganiseerd te krijgen.

Dat was achteraf gezien de meest wijze les van mijn hele eindexamen.

donderdag 13 mei 2010

ff iets anders

Ooit stond ik als zesjarig grietje aan het bureau van mijn meester P., die mij het volgende vertelde: "Die achtjes van jou, dat zijn net marsmannetjes."
Hij kon me niet dieper kwetsen. Er was niets mis met mijn achtjes en hij hoefde me heus niet te vertellen hoe de wereld van letters en cijfers in elkaar zat. Dat wist ik al voordat ik ook maar één stap in zijn klaslokaal had gezet. Ik revancheerde mij op groteske wijze: bij een tekenles produceerde ik mijn eerste poëtische werk (ik kon niet tekenen en ik was dwars, dan krijg je dat). Oké, poëzie heeft niets met achtjes te maken, maar ik liet me niet zomaar beledigen. Ik zou wel even laten zien wat ik waard was. Het poëtisch werk in kwestie ken ik tot op de dag van vandaag uit mijn hoofd en ik ben er twintig jaar later nog even trots op als toen.

Toen ik zestien was, wist een pabo-studente (mijn zus) me te vertellen dat ik mijn o'tjes niet goed deed. Ik schrijf ze namelijk linksom en ze moeten rechtsom. Ik probeerde het even op haar manier, maar dat beviel me heel niet. Dus ik schrijf ze nog steeds linksom.

Aldus ontwikkelde ik een handschrift met achtjes die heus als achtjes te herkennen zijn en o'tjes die - linksom of rechtsom - het gewenste letterteken opleveren. Al met al ben ik niet ontevreden over mijn handschrift. Ik ken mensen wiens handschrift alleen door henzelf te ontcijferen is, maar ik schrijf netjes en leesbaar en dat is het voornaamste, toch?

Er is alleen één letter waar ik maar geen vat op krijg. De f.

De f is de letter die mijn handschrift verpest. Een fatsoenlijke f produceren lijkt niet in mijn macht te liggen. Maar daarover heb ik mijn meester P. dan weer nooit gehoord, noch mijn zus, noch enig ander die daar verstand van heeft. Terwijl de f dus echt de ontsierende factor in mijn handgeschreven werkjes is. Een f lijkt bij mij soms op een t, soms op een omgekeerde zeven, maar meestal op een ondefinieerbaar 'iets', wat in de context van het woord dan logischerwijs een f moet zijn, maar daar geen enkele schijn van heeft. Het gaat dan uitsluitend om de kleine letter f, want de hoofdletter beheers ik uitstekend. Het is alsof in mijn handschrift een f gewoon niet te plaatsen valt - zeker wanneer hij ergens middenin het woord staat.

Kijk, het is geen probleem. Het is niet hetgeen waar ik mijn roemruchte doorwaakte nachten aan overhoud. Ik raak niet in tranen als ik een f moet schrijven en ik kalk ze doodgemoedereerd in hun wanstaltige verschijningsvorm neder. Natuurlijk.

Maar ik wilde gewoon eens uitproberen of er een heel blogje te produceren viel aan de hand van een uiterst lullig feitje.

En jawel.

maandag 10 mei 2010

Een habitatkwestie

Laatst had ik het weer eens over mijn verhuisidee. Dat idee kwam vooral voort uit het feit dat mijn paddenstoel aan de kleine kant is en natuurlijk uit de veelgehoorde opmerking dat het nu ‘echt de tijd’ is om te kopen. Plus dat kopen uiteindelijk beter is voor mijn eigen financiën en huren vooral voor de financiën van mijn huisbaas.

En toch.
Steeds als ik er echt serieus indook en huizen ging kijken, kreeg ik last van een variant op bindingsangst. Want het kan conjunctuurtechnisch gezien dan wel ‘echt de tijd’ zijn, voor mij als persoon ligt dat toch net even anders. Ik weet niet of ik de stress van klussen en verhuizen en wennen er nog wel bij kan hebben. Vooral omdat ik er op het moment toch al opvallend weinig bij kan hebben.

Dus toen dacht ik: ik doe het niet. Ik doe het gewoon lekker niet. Ik blijf in mijn paddenstoel wonen en dan restyle ik daar wel het één en ander. Pimp je Paddenstoel, zal ik maar zeggen.
Voor dat restylen had ik opbergdozen nodig en dus ging ik zaterdag naar Ikea.

Ik kan u vertellen: met het OV naar Ikea is leuk. Maar echt. De heenweg is niet zo interessant, maar de terugweg deed het ‘m. Vooral het s tukje in de bus naar het station. Want o, die bus is dus net een huiskamertje! Compleet met kamerplanten en wasmanden en hier en daar een (over)moedig iemand met een echt meubelstuk. Echt dat je zegt: ’t is knus in de bus. Alleen jammer van de krijsende kinderen, die hadden ze wel in de ballenbak mogen laten.

Maar afijn.

Thuis ben ik aan het restylen geslagen. Eerst zette ik de opbergdozen in elkaar en daarna hevelde ik de inhoud van de feestdagendoos over naar de grootste opbergdoos. Want de vorige feestdagendoos was erg zieltogend. Vervolgens heb ik achtereenvolgens mijn CD’s, kookboeken en DVD’s gereorganiseerd en een tafeltje geüpgrade tot nachtkastje. Daarna zette ik mijn wijnrek op de plek van het tafeltje en mijn spiksplinternieuwe lectuurmand op de oude plek van het wijnrek. Want lectuurmanden moeten in het zicht staan, omdat lectuurmanden gezellige objecten zijn. Al met al niets spectaculairs, maar het maakt precies genoeg verschil.

Nu wil ik alleen nog een nieuw TV-meubel, met deurtjes en/of laatjes voor de opgeruimde aanblik. Die ga ik niet met de bus bij Ikea halen. Hoe ik dat wèl ga doen weet ik alleen nog niet.

Nou, en dan kan ik dus nog best een tijdje naar tevredenheid in mijn paddenstoel resideren. Dat idee geeft rust. Want het mag dan klein zijn, het is wel mooi míjn paddenstoel. Mijn plekje waar ik me – los van formaat en eigendomsrecht – gewoon heel erg thuis voel.

En daar hecht ik heel veel waarde aan.

vrijdag 7 mei 2010

Ex

(…)
Ik ben ermee opgehouden je te verliezen
Ik ben je kwijt
(…)
(Herman de Coninck)

Exen hebben geen goed gevoel voor timing.
Sterker nog: exen die, hetzij bewust of onbewust, nog in je hart wonen, hebben de meest venijnige timing die er bestaat. Ze laten nooit iets van zich horen als je tóch al zit af te geven op de liefde en de gehele mensheid die eraan doet. Liever staan ze voor de deur als je lichtelijk labiel dan wel zum Tode betrübt bent.

Mijn ex-geliefde stond gisteravond voor de deur. Niet onaangekondigd, we hadden afgesproken. Hij had nog wat personal belongings van mij en die kreeg ik terug. Na zeven maanden elkaar niet zien. Zeven maanden waarin ik achtereenvolgens verdrietig, teleurgesteld en boos werd.

Het was oké om elkaar weer te zien. Niet meer en niet minder. Het deed me niet meer zoveel dat hij het over haar had. Het zorgde er wel voor dat ik me nog even extra alleen voelde, maar nou ja. Jammer dan.

Maar wat ik me wel afvraag is dit.
Wat is dat toch voor iets belachelijks dat een ex waar je werkelijk boos op bent en die danig tekort is geschoten, toch dat éne snaartje steeds weer weet te raken? Ondanks jezelf, want ik wil er helemaal niet meer over nadenken. Het is over en voorbij. En ik denk dat we elkaar nu weer zeven maanden niet gaan zien.

Of langer.
***

Hoe mooi je bent
dat kan ik je niet zeggen

Hoe lief je bent
dat evenmin

Hoe man je bent
nog minder

En hoe eerlijk
nog het minst

Maar hoe klootzak, egoïst en
vrouwenloper en te oud
en arrogant, niet agressief
maar erger nog: hoe koud

Intellectueel en al
dat kan ik je niet zeggen,
want het is jammer,
dat ben je niet

En ‘hou mij vast’ zou
dom zijn. Want ik weet:
je doet het niet.

woensdag 5 mei 2010

Daar ben je dan alsnog even stil van

4 mei 2010. Ik was bij vriendin E., we hadden wat gegeten en zaten klaar om naar de dodenherdenking te kijken en om twee minuten stil te zijn. Doodstil. We hebben de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, maar van onze grootouders hebben we genoeg gehoord. Alles wat toen is gebeurd, mag niet worden vergeten. Daar is geen discussie over mogelijk.

Ergens uit een buurhuis klonk harde muziek. E. zei: "Die zetten ze straks denk ik niet uit." Ik zei dat dat niet gaf. Tijdens de Last Post maande E. haar waterkoker tot stilte ("Ssst, waterkoker!"), waardoor ik een beetje lacherig werd. Maar toen begonnen de twee minuten stilte en waren wij dus stil. Want dat hoort gewoon zo. Dat is een kwestie van respect.

Wij hadden alleen ook wat last van verstoring.
Tegen alle verwachtingen in ging de muziek om 20.00 uur wel degelijk uit. Maar echt, alsof ze het erom deden, besloot iemand in een ander buurhuis om precies om 20.00 uur te gaan boren. We konden het ècht niet helpen dat we om die reden wel even in de lach schoten. Maar daarna veegden we de lach weer van ons gezicht en zwegen we.

Ik weet nooit zo goed wat ik moet denken in die twee momenten. Vaak denk ik daarom aan mijn opa's en mijn oma's.

Daarna konden we niet meer stil zijn. "Er gebeurt daar iets!" zei E. geschrokken. We veerden overeind. "Werd er nou geschoten?" vroeg ze. "Ik weet niet, het is raar..." zei ik. "Kijk, de koningin wordt afgevoerd!" zei ik.

We snapten het eigenlijk niet zo goed.
De koningin kwam weer tevoorschijn en de ceremoniemeester zei dat er iemand onwel was geworden. We keken elkaar aan. "Yeah right..." zei ik. We geloofden er geen zak van. Het was een vreemd verhaal dat werd opgedist.

"Ik weet niet hoor", zei ik, "Hoe word je zó onwel dat je meteen een aantal dranghekken laat omduvelen?" "Ja, dat is wel knap", zei E., "Dat kan niet."
"En bovendien", vervolgde ik, "Hoe krijg je het voor elkaar om uitgerekend in de twee minuten stilte onwel te worden? Als dat waar is, kiest die persoon wel z'n moment." E. opperde dat het een oude veteraan kon zijn, die niet zolang kon staan. Dat klonk nog wel plausibel. Maar dan nog: het zag er niet uit alsof er 'gewoon iemand onwel was geworden'.

Nu blijkt het dus inderdaad een 39-jarige man te zijn die stennis heeft lopen schoppen. Dat mensen daarvan in paniek raakten vind ik heel begrijpelijk. Wat die man gedaan heeft niet.

Hij is misschien een beetje van het padje, dat wordt momenteel onderzocht. Maar je hebt toch geen greintje respect in je donder als je de nationale dodenherdenking gaat verstoren?? Ik kan daar gewoon echt een beetje boos om worden. Heel Nederland heeft tegenwoordig de mond vol van 'respect dit en respect dat', maar op het moment dat Respect (met een hoofdletter ja) het meest gewenst, terecht en vanzelfsprekend is, juist op dàt moment vindt iemand het nodig om paniek te zaaien. Wat voor lul ben je dan?

Nou ja, en als ik dit dan hoor, dan ben ik daar dus alsnog even stil van. Het mag 65 jaar geleden zijn, maar er zijn nog steeds mensen voor wie de oorlog nooit voorbij is. Mensen die het zelf hebben meegemaakt, maar ook mensen die de oorlogstrauma's van hun ouders ten volle hebben meegekregen in hun jeugd.

Ik hoop dat 4 mei voor altijd blijft wat het is. Een moment van herdenken, een moment van bezinnen. Zonder situaties als gisteravond.

Opdat wij nooit vergeten.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...