donderdag 29 september 2011

Srabble-app (2)

Eerst was het alleen een leuke nieuwe ontdekking. Inmiddels kunnen we spreken van een regelrechte verslaving. Iets waar ik niet meer buiten kan en wat alle andere opties voor het al dan niet nuttig besteden van vrije tijd overbodig maakt.

Wordfeud. De srabble-app op mijn telefoon.
Het is dé uitkomst voor verloren momenten, treinreizen, wachtkamers en wat dies meer zij. Maar ook voor nachten waarin ik de slaap niet kan vatten, alsmede voor élke vrije minuut die zich verder nog aandient in een etmaal. Ik vrees het moment dat men bij de Jellinek een vleugel voor Wordfeud-verslaafden gaat openen, want als het zo doorgaat is de kans dat ik daar in een dwangbuis naartoe word gebracht niet ondenkbaar.

Dit wil echter niet zeggen dat ik geheel kritiekloos tegenover het spelletje sta. Ik heb een aantal op- en aanmerkingen. En dan heb ik het er niet over dat de app een onbedwingbare neiging lijkt te hebben om werkelijk èlke Z die zich aandient maar op míjn bordje te pletteren. Nee. Het gaat om ándere dingen. Zoals het woordenbestand van het spel en de spelmethodiek van sommige opponenten.

Woordenschat
Klaagde ik in mijn vorige blog over de srabble-app nog dat het woord 'aqua' werd afgekeurd, inmiddels heb ik al heel wat meer hiaten in de woordenschat ontdekt. Pasen, bijvoorbeeld, werd niet gekend. Het is van alle christelijke feestdagen toch niet de minste, maar daar heeft Wordfeud niets mee te maken. China mocht ik ook niet leggen en met het woord Frans kom je ook niet weg. Ter compensatie kent het ding dan weer wel allerlei dubieuze afkortingen - maar veel gangbare afkortingen net weer niet. Ook verwonderlijk; sex mag niet, kut wel.

Overigens: er zijn mensen die het woord 'qat' - waarmee Wordfeuders dikwijls van hun Q proberen af te komen - in twijfel trekken, maar dat is dus wel wat. Dat is namelijk een boompje dat groeit in de bergen van Jemen en waarvan de blaadjes soms als verdovend middel worden gekauwd. Wist ik ook niet hoor, maar de Van Dale staat niet voor niets in drie dikke delen in mijn boekenkast. Hoe dan ook, dit boompje mag Wordfeud wel dankbaar zijn, gezien het feit dat het door dit spel zijn anonimiteit heeft verloren.

Spelmethodiek
Over de spelmethodiek van tegenstanders valt natuurlijk genoeg te discussiëren. Er is wat voor te zeggen dat als je zelf niets kunt leggen op het 'drie keer woordwaarde'-vakje, je daar zo verbolgen over bent dat je dat de ander (mij, in dit geval) ook belet door het vakje onbespeelbaar te maken. Dat doet zo'n tegenstander dan door het vakje af te grenzen met onmogelijke letters. Dat is iets waar ik erg geïrriteerd over kan raken. Ik ben namelijk van huis uit zo'n type dat aast op elke 'drie keer woordwaarde'-gelegenheid.

Iets anders: sommige mensen menen dat je met lange woorden meer punten haalt, of dat dat zo zou moeten zijn. Maar get real: als jij een lang woord legt zonder dat dat woord in aanraking komt met een gekleurd vakje, dan gaat het echt niet hard met de punten. Je haalt soms meer punten met één letter die je heel strategisch plaatst. Dit is een zomaar een tip, doe ermee wat je wilt.
Laatst heb ik trouwens met het woord 'blink' in één keer 234 punten binnengehengeld. Dat had ook veel te maken met het feit dat je ervoor kan kiezen om de gekleurde vakjes random op het bord te plaatsen, maar desalniettemin: 234 punten (in de eerste beurt nog wel!) is toch een prestatie waar ik mezelf best even voor op de borst mag roffelen.

Verslaafd
Misschien kun je het hoge verslavingsgehalte ook wel een aanmerking noemen. Gisteren biechtte ik aan een mede Wordfeuder op dat ik een beetje onrustig word als ik nog maar één of twee spelletjes open heb staan. Een paar uur later waren prompt ál mijn spelletjes afgelopen en was die onrust dus een feit. Inmiddels heb ik gelukkig weer drie spelletjes, want oei, in pure vertwijfeling over wat ik nú met mijn leven moest, vloog ik al bijna tegen de muren op.

Ik benoem het maar alvast als werkpunt voor bij de Jellinek.
En dan ga ik nu weer even aan mijn puntentotaal werken. Ik heb per slot van rekening een naam hoog te houden.

vrijdag 23 september 2011

Trui

Als ik in de afgelopen week een hoogtepunt moet aanwijzen, dan ben ik bang dat dit hoogtepunt een trui was. Dat zegt misschien wat over hoe rijkgevuld mijn leven momenteel is, maar toch vooral ook over hoe blij ik nog steeds ben met de kleine lichtpuntjes.

En ik deel mijn levensgeluk graag. Zo ben ik. Dus daarom hier nu speciaal voor u het verhaal over de trui die mijn week goedmaakte.

A trip down memory lane
Twee keer in mijn leven had ik een Trui waar ik het liefst voor altijd in wilde wonen. In beide gevallen was het een witte kabeltrui. Het was iets met draagcomfort, warmte en de overtuiging dat die truien mij bovenmatig flatteerden dat ik ze zo graag droeg. Het was dat ze zo nu en dan in de was moesten, anders hadden we uiteindelijk operatief van elkaar gescheiden moeten worden. Maar echt.

Desondanks kwam er in beide gevallen een kink in de kabeltrui. Bij trui 1 was het de hond, die zich op een kwaaie avond tegoeddeed aan één van de mouwen. Niet dat er een bodywarmer-achtig karkas restte, maar de hap uit de mouw was wel dusdanig dat de trui verwerd tot poetsdoek voor de auto (zoals mijn opa placht te zeggen).

Ik kan me niet precies herinneren hoe het afliep met trui 2. Ik denk dat het gewoon de tand des tijds was die maakte dat ik me uiteindelijk niet meer met goed fatsoen in de trui kon vertonen. Feit is wel dat het zoeken van Net Zo'n Trui vanaf het moment dat ik trui 2 weg moest doen een soort levensdoel van me was.

Op zoek naar trui 3
Het punt was alleen dat het niet lukte. Ik had nog wel eens vaker een witte trui, maar die haalde het toch nooit bij trui 1 & 2. Aan het begin van ieder najaar dat volgde, struinde ik allerhande truiengiganten af, maar De Trui vond ik niet meer. En daar baalde ik van.

Maar nu! Er is een doorbraak!
Vorige week begon dat al, toen ik in een webshop een trui zag die zo op het oog best in de buurt kwam van truien 1 & 2. Het voordeel van zo'n webshop is dan dat het je slechts enkele lome muisklikken en wat geduld kost en dan is zo'n artikel al onderweg naar jou. Dus ik zette dat logisiteke proces in werking en eergisteren kwam de TNT met het pakketje.

(Ik heb een hele leuke postbode die altijd heel blij: "TNT! Pakketje!" roept, en oh, hij heeft mooie krulletjes en mooie ogen en oh... maar dat terzijde.)

Daar was-ie dan
In de keuken opende ik het pakketje, frutselde de trui uit het plastic en ik trok 'm aan. En ik constateerde meteen een paar dingen:
Hij zit als gegoten.
Hij staat alsof hij voor me gemaakt is.
Hij is warm en zacht en comfortabel.
En ook: pótverdikkeme, waarom komt er nu een nazomer?? Hoepel op met je nazomer! Ik wil m'n trui aan!!

Trui 3 hangt nu aan mijn kast, zodat ik er af en toe even naar kan kijken.

En als die verduivelde nazomer achter de rug is, dan trek ik die trui aan en dan trek ik 'm pas weer uit als... als... nou...

Ja, waarschijnlijk als ik er - klungel die ik ben - een kop koffie overheen heb gemieterd ofzo.
Maar in theorie wil ik best vergroeien met deze hemelse nieuwe witte kabeltrui.

zondag 18 september 2011

Oans bin de Zeeuwen

Zo ik iets ben, ben ik tegenwoordig vooral een Hagenaar. Mijn wieg stond echter in Zeeland en een Zeeuw, dat ben je voor het leven. Nu had ik laatst een gesprek met vriendin E. over het fenomeen "Zeeuw zijn", en vooral over de manier waarop wielrenner Johnny Hoogerland onze perceptie hierop heeft beïnvloed.

Ik denk niet dat Johnny nog veel toelichting behoeft, maar voor iedereen die afgelopen zomer ergens in de bush zat: hij maakte een enorme duikeling tijdens de Tour de France en dat leverde hem 33 hechtingen in zijn bil op. Tegen een journalist die vervolgens de loftrompet over zijn doorzettingsvermogen stak, sprak onze Sjon de historische woorden: "Nou ja, ik ben een Zeeuw, dus ik ga door."

In principe is het een statement waar weinig op valt aan te merken. Alleen dat ene woordje. "Dus". Ik ben een Zeeuw, DUS ik ga door. Tsja. Daar vielen E. en ik een beetje over. Onze val was minder spectaculair dan die van Johnny en we hoefden ook niet gehecht te worden, maar toch.

Want even.
Wij zijn óók Zeeuwen. En heus, wij willen best altijd doorgaan. We zijn stoere tantes en niet voor een kleintje vervaard. Maar we zijn ook mens en zodoende zijn we ook weleens zat van, nou ja, veel.

Ieder mens wil zo nu en dan toch wegkruipen en zich overgeven aan een licht-depressieve gemoedstoestand? Slechte TV kijken en hard huilen om de oneerlijkheid der dingen? Daarbij is het toch van geen enkel belang of je uit Lutjebroek komt of dat je een Zeeuw bent? Want hola, die Johnny kan dat nou wel allemaal lopen beweren tegen het journaille, maar daarmee schept hij verwachtingen over De Zeeuw waaraan wíj in elk geval niet kunnen en ook niet willen voldoen. Doorgaan: ja, tuurlijk. De moed erin houden: altijd. Maar niet ten koste van alles. Ik denk dat als wij 33 hechtingen in de bips hadden, we echt wel even heel hard zouden snotteren en stampvoeten enzo. En ja, dan weer door.

Het zal u niet ontgaan zijn dat ik de wind al een tijdje aardig tegen heb. Daar had mijn vorige blogje ook weer veel mee te maken. Of ik nou Zeeuw ben of Hagenaar of bovenal gewoon Mens... dat doet er in dezen niet toe. Ik ben af en toe doodmoe van de hele toestand en ook wel eens zum Tode betrübt. Verloochen ik mijn afkomst dan als ik wegkruip en alles maar even laat gebeuren? Faal ik dan als Zeeuw? Dat waren wel de vraagstukken waar vriendin E. en ik voor stonden. Ben je een slechte Zeeuw als je soms even níet doorgaat?

Uiteindelijk is doorgaan eigenlijk altijd de enige optie. Voor iedereen. En om maar even in Zeeuws jargon te bljven: "Luk't vandééhe nie dan lukt't merrehe best".

Luctor et Emergo. Maar màn, wat valt het soms tegen. En zo nog wat coupletjes 'klaagzang'. En wat Johnny daar dan over te zeggen heeft...

Nou ja.
My ass.

dinsdag 13 september 2011

Partir, c'est mourir un peu

Afscheid. Het bestaat in soorten en maten.

Je hebt: "Nou, dag dan. Het ga je goed."
Je hebt: "Tot snel!"
Je hebt: "Goede reis, pas goed op jezelf!"
Je hebt: "Ik zal je missen..."
Je hebt: "..." - omdat je werkelijk niet weet wat je moet zeggen. Omdat je het afscheid niet wilt, maar het kan niet anders.

Deze week moet ik twee keer afscheid nemen. Twee keer wordt het een "..."

Het kan niet anders. Dat ik een keer afscheid zou moeten nemen van deze mensen, dat wist ik al op het moment dat ik ze leerde kennen. Het was part of the deal. Sommige contacten ga je niet aan voor altijd.

Wat er alleen gebeurde: het contact ging dieper dan ik had voorzien. Ik begon me te hechten. Het voelde steeds veiliger, steeds vertrouwder. Vaak houd ik mensen liever op een afstandje, moet ik ervoor waken dat ik mensen niet wegduw wanneer ze te dichtbij komen. De mensen die ik deze week voor het laatst zie, zijn verder gekomen dan alleen maar 'dichtbij'. Ze kennen me, kennen me echt, en vonden me desondanks goed.

Dat iemand mij ècht kon kennen en toch zou mogen, dat hield ik nooit voor mogelijk. Wat dat betreft hebben ze me een grote, wijze les geleerd.

Deze week neem ik afscheid. Vandaag van de ene, morgen van de andere persoon. Ik wist het, het zat er altijd al aan te komen, het gaat nu alleen iets sneller dan ik wilde. "Als het dan toch, dan maar meteen", zoals Keizer & De Munnik zingen.

Ik neem veel mee. Sowieso de herinnering aan waardevol contact, maar ook die les die ik net noemde. Mooie en intens droevige momenten.

Het afscheid zal niet zonder tranen zijn, dat kan ik iedereen op een briefje geven.
Het doet pijn.

Achterlaten doet pijn.

zondag 11 september 2011

Waar was jij?

9/11. Het is vandaag en het is vandaag alweer tien jaar geleden.

De vraag "waar was jij" kan door iedereen nog beantwoord worden. Het werd ons op die dag zelfs al voorspeld: je gaat onthouden waar je was toen je hoorde van de aanslagen.

Ik zat in de auto met mijn moeder en we stonden voor de brug in Sluiskil. We waren bij Oma geweest, die in het ziekenhuis lag vanwege een nieuwe heup. De oude deed het niet meer zo goed. Na het ziekenbezoekje kwamen we dus voor de brug te staan.
De radio stond aan, op Yorin FM. De uitzending werd eventjes onderbroken voor een ingelast nieuwsbericht. Op frivole toon - zeer Yorin-eigen - werd ons medegedeeld dat er 'een vliegtuigje' in het WTC in New York was gevlogen. Onze eerste reactie: grinniken. Ik kan me er nu met terugwerkende kracht voor gaan zitten schamen, maar laten we wel wezen: wisten wij veel wat er werkelijk aan de hand was. Bij Yorin startten ze na dit nieuwsbericht de Destiny's Child hit "Survivor" in. Wisten zij veel. Het bericht had ook geklonken alsof een sportvliegtuigje per ongeluk een verkeerde afslag had genomen en er hooguit een piloot in een dossierkast was beland.

Even later. Nog een ingelast nieuwsbericht. Nog een vliegtuig. En toen zei mijn moeder: "Dit is echt, Anne." Ik hoor het haar nog zeggen. Met een welgemikte zwieper aan de knop zette ze de radio op Radio 1. Daar hoorden we meer. En meer.
Inderdaad: dit was echt.

We kwamen thuis, we zetten de TV aan en zagen beelden die niet te bevatten waren. Heel echt. Maar... hoe kón dit? Hoe was dit mogelijk?
's Avonds, na het nieuws, zetten we de TV overigens weer uit. Omdat we ons allemaal lichtelijk beroerd begonnen te voelen door die beelden, die telkens weer en op elke zender herhaald werden. De vliegtuigen. De instortende torens. De ontreddering. Het enorme verdriet.

9/11. Het is vandaag en het is vandaag alweer tien jaar geleden.
Ik heb de beelden weer heel wat keren voorbij zien komen vandaag. Beelden die overbekend zijn, die je kan dromen. Maar wat zo opmerkelijk is: nog steeds ben ik verbaasd. Nog steeds denk ik: "Dit kan niet." Nog steeds krijg ik kippenvel. Soms moet ik er zelfs van huilen. Misschien omdat ik weet wat daarna nog allemaal kwam. Wat we daarna nog allemaal gehoord en gezien hebben. Wat de impact was.

Ik stond te wachten voor de brug in Sluiskil.
Waar was jij?

dinsdag 6 september 2011

Scrabble-app

Mijn smartphone en ik: we leren elkaar steeds beter kennen. De diverse apps maken mijn leven soms wat makkelijker en vaak aangenamer. Dat is zeker het geval sinds ik vorige week in aanraking kwam met het fenomeen Wordfeud. De bedenker van dat spelletje ben ik dankbaarder dan in woorden uit te drukken valt.

Wordfeud is de smartphonevariant van het aloude scrabble. Wie mij een beetje kent of naar (woord)waarde weet te schatten, die weet dat ik een scrabble-adept ben. Ik heb in mijn leven al heel wat potjes gescrabbled. Ik denk dat in veruit de meeste gevallen Oma mijn opponent was. Een reden daarvoor is dat zij op een gegeven moment een van de weinigen was die überhaupt nog tegen mij wilde scrabbelen. Men vond mij dikwijls te goed, namelijk.

Gedurende vele kerstdagen, theevisites en logeerpartijtjes zaten Oma en ik in opperste concentratie over het scrabblespel gebogen. "Een scrabbletje leggen", heette dat in ons jargon. In de loop der tijd hebben we bovendien schaduwspelregels ontwikkeld. Dingen die alleen gelden als wij samen srabbelen. Waarvan sommige regeltjes aan het begin van het spel nog niet van kracht zijn, maar die tegen het eind van het potje - als de laatste punten bijeen geschraapt moeten worden - ineens bon ton zijn.

Welnu, Worfeud is ook een soort scrabble, maar dan gespeeld op de smartphone en hoofdzakelijk tegen mensen die ik niet ken. Het is nu al zo erg dat ik gisteravond voor ik in slaap viel als laatste actie nog even wat rake Wordfeud-klappen uitdeelde en dat ik vanochtend nog vóór ik opstond alweer voorop in de competitie lag. Maar verder ben ik totaal niet fanatiek, laat staan competitief.

Maar toch. Hoe leuk het ook is. Hoe lekker het me ook bezighoudt.
Het is niet hetzelfde als scrabble met Oma. Want al onze regeltjes, die gelden niet in Wordfeud en ik kom er nu dus achter hoe verknocht ik aan die regeltjes ben. Al vond ik het verleden week ook werkelijk belachelijk dat het woord 'aqua' botweg werd geweigerd. Daar was niks mis mee!

Misschien moet ik Oma maar een smartphone cadeau doen. Lijkt me wel gezellig. Dan ga ik haar dat Wordfeud leren en voeren we ons schaduwreglement terug in. En dan leer ik haar ook meteen even whatsappen, zodat we elkaar op de hoogte kunnen houden van familieroddels en andere wetenswaardigheden. Ja, ik zie daar wel wat in.

Maar afijn.
Ik keer nu weer terug naar mijn spelletje. Ik kan op dit moment namelijk in één beurt 'zee' en 'ex' leggen.

Dat wordt scoren.

donderdag 1 september 2011

Glamourless

Kort geleden moest ik ineens aan Horace denken. Dat kwam door een item op TV dat over 'glamping' ging. Nu kent u Horace niet, of althans, ik veronderstel van niet. Mocht ik mij vergissen dan kunnen we nadat ik steil achterover ben geslagen gezellig herinneringen ophalen.
Hoe dan ook, Horace & glamping, dat gaat niet samen, dus het is eigenlijk al raar dat ik door het één aan het ander moest denken. Ik ga nu een poging doen om beide fenomenen van tekst & uitleg te voorzien en in één blog bij elkaar te brengen. We zullen zien hoever ik kom.

Glamping
Het was natuurlijk weer de beroerde zomer die aanleiding vormde voor een item over luxe kamperen. Volgens het concept 'glamping' hoeft het helemaal niet zo erg te zijn op de camping, mits er wat comfort aan het campingleven wordt toegevoegd. Dat comfort ging in dit geval echter wel wat ver - er werden beelden ingestart van het tent-equivalent (of kortweg: het equivatent) van Aerdenhoutse villa's. Compleet met, nou ja, alles. Echt alles. Dat je denkt: ga dan niet kamperen, want je wil het niet echt.

Mijn rijke kampeerhistorie
Glamour en kamperen zijn niet te combineren. En ik kan dat weten, want ik heb een rijke kampeerhistorie. Glamour kwam daar niet aan te pas, tenzij je ontwaken in een lekkende tent, of naast een zus die ontiegelijk uit haar neus zit te gutsen glamourous vindt. Of zo'n piesemmer voor 's nachts. Of egels, op gekke plekken en in bedenkelijke posities. En vergeet de boomwortels niet, waar we tentharingen en brillenglazen op gebroken hebben. Dat staat allemaal op de longlist van memorabele kampervaringen, maar glamour is het geenszins.

Nu zijn er echter van die luxepopjes die best heel bohémien willen gaan kamperen, maar dan met alle luxe van thuis. In het item kwamen de bijbehorende luxekindertjes in beeld, die uitlegden dat het toch wel heel fijn was dat ze, nu het zo hard regende, in hun eigen tentverblijf met hun eigen PlayStation konden spelen. En dat ze 's avonds dan de open haard aanstaken was dan wel gezellig.

Mijn mond viel open van verbazing. Een open haard in een tent?? Hadden wij eens moeten proberen! Dat had zelfs onze degelijke De Waard niet getrokken hoor! Dan was de hele familie de R. mooi derdegraads afgevoerd. En elk in je eigen tentverblijf met de PlayStation als het hard regent, dat hoort gewoon niet! Als het hard regent tijdens de kampeervakantie, dan zit je op van die lage rotstoeltjes heel gerieflijk tegen elkaars irritatiegrens aan te schurken. Net zolang tot de rummikubsteentjes door de tent vliegen en je babypop bijna in tweeën wordt gescheurd. Het enige wat de stemming dan nog kan redden is dat je moeder door één van die rotstoeltjes zakt. Gelukkig gebeurde dat ook elk jaar wel een keertje.

Nee, dan Horace
Ik weet nog steeds niet hoe ik Horace hier nou bij moet betrekken. Want je hebt dus glamping, mijn aversie daartegen op basis van mijn eigen campinglife, en je hebt Horace. Dat was nog een stapje erger.
Horace woonde permanent op een camping waar wij elk jaar wel een keertje kwamen. Hij had daar een stacaravan annex kliko. Alles daar was vies, maar Horace was een lieve man en een vakantie zonder Horace was niet compleet.

Hij was zo'n man waarvan je ouders zeiden dat je er geen snoepjes van mocht aannemen. Niet omdat hij je daarmee kinderlokte, maar omdat de kans op voedselvergiftiging dermate groot was dat dat koste wat kost voorkomen moest worden. En als mijn zus op haar verjaardag een pond van hem kreeg toegestopt (Horace resideerde in een stacaravan in Engeland), was zelfs die pond vies. Dat je denkt: geld stinkt niet - maar in dit geval dus wel.

Maar eigenlijk boeide dat allemaal niets, want Horace was Horace en hij hoorde op die camping en hij was zoals hij was en dat was prima. Maar als we het dan hebben over glamour op de camping, dan kan ik geen voorbeeld verzinnen dat daar verder vanaf staat. Waar er bij glamping zelfs hele jaccuzzi's worden meegeleverd met het kampeerverblijf, douchte Horace denk ik zelden. En áls hij douchte, dan gewoon zoals een rechtschapen kampeerder dat doet: in de voetschimmels van je campinggenoten. Deden wij ook. Ik heb er vast weleens een zwemmerseczeempje aan overgehouden, maar een slechter mens ben ik er niet door geworden.

Wat ik maar wil zeggen: dat hele glamping is dus niet aan mij besteed. Ik vind het een belachelijk fenomeen.

Maar ik moest in elk geval weer eens aan Horace denken. En dat komt nu ook weer niet zo vaak voor.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...