Ik krijg een nieuwe huisgenoot. Hij had er al moeten zijn, maar door geschuif met afspraken en een virus is het voorlopig ongewis wanneer mijn huisgenoot zich laat zien. Ik weet al wel het één en ander van hem. Hij heet Billy 3 en hij komt ter ondersteuning van Billy 1 & 2. Hij zal dus ook van berkenfineer zijn, of beuken, daar wil ik vanaf zijn. En hij krijgt een deur, om mijn rotzooi aan het zicht te onttrekken. O, en zijn roots liggen in Zweden.
De komst van Billy 3 heb ik zondagmiddag gedegen voorbereid, terwijl ik gebukt ging onder een hevige zomertijdjetlag. De voorbereiding was nodig omdat ik eigenlijk helemaal geen plek had voor Billy 3. Het voornaamste probleem was een kist vol dingen die ik nergens anders kwijt kan. Die kist stond waar logischerwijs Billy 3 moest komen te staan, maar waar moest ik die kist dan weer laten? Na rijp beraad bedacht ik dat de kist best achter de bank kon, en dat moest ik dus even fiksen.
Even een situatieschets.
De kist stond aanvankelijk naast Billy 2. Aan de andere kant van de kist stonden mijn skates. So far, so good. Totdat ik de kist weghaalde en me omdraaide om hem achter de bank te plaatsen.
Wat er gebeurde:
- ik hoorde een zacht geluid
- ik zag mijn rechterskate vanuit mijn ooghoek voorbij zoeven
Het zag er erg surrealistisch uit. Ik dacht dat ik aan het hallucineren was geslagen door mijn slaaptekort. Maar dat was niet zo, die skate reed echt op eigen kracht door mijn huis. Niet eens heel lang, maar lang genoeg om er met gefronst voorhoofd en stijgende verbazing naar te kunnen kijken.
Na het passeren van de skate heb ik de kist achter de bank gekwakt en ben ik op diezelfde bank gaan zitten vegeteren. Onderwijl vroeg ik me af waarom er altijd van die rare dingen gebeuren in mijn leven.
Ik heb echt geen idee.
dinsdag 31 maart 2009
donderdag 26 maart 2009
What's a World without Wimmen?
Er was slecht nieuws op de radio vanochtend. De naam Wim is uit de mode. Ze schijnen zelfs helemaal niet meer gemaakt te worden tegenwoordig. Terwijl Wimmen dus hele leuke mensen zijn. Als illustratief voorbeeld behandel ik Wim W., Wim C. en Wim H.
Wim W. is een oud-collega van mij. Niet zomaar een collega, maar eentje die zich verantwoordelijk voor mij voelde. Dat bleek bijvoorbeeld uit het feit dat hij bepaalde of ik in de pauze zonder jas naar buiten mocht en dat hij me af en toe naar mijn kantoortje stuurde (“En nou ga je naar je kamer en ik wil je niet meer horen”). Met deze Wim heb ik ooit 20 kilometer gefietst terwijl het 37 graden was. Zonder jas, uiteraard. Het was best warm, maar ik had Wim en Wim had mij.
Wim C. is een andere oud-collega. Hij heeft een milde vorm van anglofilie, wat er toe leidde dat hij zo nu en dan ineens iets door de gang brulde. “Mind your step”, bijvoorbeeld. Of: “Thank you for not smoking”. Maar meestal deed hij dat op een moment en een manier waardoor ik me de tandjes schrok. Memorabele uitspraak van Wim C. (in een gesprek over onhandelbare kinderen): “Ja, een hond laat je op een gegeven moment inslapen…”
Wim H. schrijft kinderboeken en hij maakt schilderijen. Onder andere. Uit zijn boeken blijkt dat hij beschikt over een zeer levendige fantasie. Ik heb deze Wim ooit geïnterviewd, in mijn tijd van ambitieuze schoolkrantjournalist. Het leidde tot een duidelijke Wim-Wim situatie, want ik kreeg zijn boek “Koning Wikkepokluk de Merkwaardige zoekt een Rijk” mét handtekening en hij was zo gecharmeerd van mijn laptop dat hij er daarna ook een kocht. De rest is geschiedenis.
Ik overweeg om de actie “Red de Wim” te starten. Wimmen zijn te leuk om zomaar verloren te laten gaan. Ik roep ze bij deze uit tot cultureel erfgoed.
Want zeg nou zelf… What’s a World without Wimmen?
Wim W. is een oud-collega van mij. Niet zomaar een collega, maar eentje die zich verantwoordelijk voor mij voelde. Dat bleek bijvoorbeeld uit het feit dat hij bepaalde of ik in de pauze zonder jas naar buiten mocht en dat hij me af en toe naar mijn kantoortje stuurde (“En nou ga je naar je kamer en ik wil je niet meer horen”). Met deze Wim heb ik ooit 20 kilometer gefietst terwijl het 37 graden was. Zonder jas, uiteraard. Het was best warm, maar ik had Wim en Wim had mij.
Wim C. is een andere oud-collega. Hij heeft een milde vorm van anglofilie, wat er toe leidde dat hij zo nu en dan ineens iets door de gang brulde. “Mind your step”, bijvoorbeeld. Of: “Thank you for not smoking”. Maar meestal deed hij dat op een moment en een manier waardoor ik me de tandjes schrok. Memorabele uitspraak van Wim C. (in een gesprek over onhandelbare kinderen): “Ja, een hond laat je op een gegeven moment inslapen…”
Wim H. schrijft kinderboeken en hij maakt schilderijen. Onder andere. Uit zijn boeken blijkt dat hij beschikt over een zeer levendige fantasie. Ik heb deze Wim ooit geïnterviewd, in mijn tijd van ambitieuze schoolkrantjournalist. Het leidde tot een duidelijke Wim-Wim situatie, want ik kreeg zijn boek “Koning Wikkepokluk de Merkwaardige zoekt een Rijk” mét handtekening en hij was zo gecharmeerd van mijn laptop dat hij er daarna ook een kocht. De rest is geschiedenis.
Ik overweeg om de actie “Red de Wim” te starten. Wimmen zijn te leuk om zomaar verloren te laten gaan. Ik roep ze bij deze uit tot cultureel erfgoed.
Want zeg nou zelf… What’s a World without Wimmen?
dinsdag 24 maart 2009
Crisiscommunicatie
Er was vandaag spanning & sensatie op de werkvloer!
Dat zat zo.
Ik had een brief geschreven en die moest ik printen. Tot dat moment was alles goed gegaan, maar toen ik op afdrukken had geklikt, ging mijn cursor me heel arrogant aanstaren vanaf het beeldscherm, met zo’n blik van: “Joh, zoek het uit”.
Wat ik daarna ook probeerde, maar het had geen zin. Ik kreeg het document niet uit de printer. Collega C. deed ook een poging, maar toen liep haar computer ook vast. Vervolgens was er echt geen land meer te bezeilen met het documentje. Hij upgradede zichzelf van twee naar 49.763 pagina’s, er was geen houden meer aan.
Ondertussen belde collega T. op om mij op het hart te drukken dat de brief echt nú geprint en getekend moest worden. Dat wist ik ook wel, maar dat lukte dus niet! Ze reageerde heel begripvol met de woorden dat het écht moest. But no presure.
Daarna was er ineens rook!
Collega C. belde toen maar naar de helpdesk. Ze zei heel relaxt dat mijn computer op het punt van ontploffen stond en vroeg of er even iemand kon komen kijken. Nou ja, niet alleen kijken natuurlijk, maar ook iets doen om de ramp te voorkomen. Dus toen kwam R. en die snapte het ook niet, maar die wist Word wel te stoppen. Na inspectie stelde hij bovendien vast dat de rook uit mijn oren kwam, dus dat was snel opgelost.
Maar de brief wilde nog steeds niet geprint worden.
Uiteindelijk is het R. gelukt om één min of meer goede versie van de brief uit de printer te krijgen. Die brief heeft collega B. met tipp-ex bewerkt en toen ben ik hem naar de secretaresse van de wethouder gaan brengen. Die vond mij stom omdat het document niet helemaal 100% was. Ze zei zelfs dat ze het op deze manier niet kon aannemen. Toen zei ik dat ze dat heus wel kon, wat ook zo bleek te zijn.
Nu durf ik niet meer zo goed met Word te werken, want het was Word z’n schuld.
Het was heel spannend.
Dat zat zo.
Ik had een brief geschreven en die moest ik printen. Tot dat moment was alles goed gegaan, maar toen ik op afdrukken had geklikt, ging mijn cursor me heel arrogant aanstaren vanaf het beeldscherm, met zo’n blik van: “Joh, zoek het uit”.
Wat ik daarna ook probeerde, maar het had geen zin. Ik kreeg het document niet uit de printer. Collega C. deed ook een poging, maar toen liep haar computer ook vast. Vervolgens was er echt geen land meer te bezeilen met het documentje. Hij upgradede zichzelf van twee naar 49.763 pagina’s, er was geen houden meer aan.
Ondertussen belde collega T. op om mij op het hart te drukken dat de brief echt nú geprint en getekend moest worden. Dat wist ik ook wel, maar dat lukte dus niet! Ze reageerde heel begripvol met de woorden dat het écht moest. But no presure.
Daarna was er ineens rook!
Collega C. belde toen maar naar de helpdesk. Ze zei heel relaxt dat mijn computer op het punt van ontploffen stond en vroeg of er even iemand kon komen kijken. Nou ja, niet alleen kijken natuurlijk, maar ook iets doen om de ramp te voorkomen. Dus toen kwam R. en die snapte het ook niet, maar die wist Word wel te stoppen. Na inspectie stelde hij bovendien vast dat de rook uit mijn oren kwam, dus dat was snel opgelost.
Maar de brief wilde nog steeds niet geprint worden.
Uiteindelijk is het R. gelukt om één min of meer goede versie van de brief uit de printer te krijgen. Die brief heeft collega B. met tipp-ex bewerkt en toen ben ik hem naar de secretaresse van de wethouder gaan brengen. Die vond mij stom omdat het document niet helemaal 100% was. Ze zei zelfs dat ze het op deze manier niet kon aannemen. Toen zei ik dat ze dat heus wel kon, wat ook zo bleek te zijn.
Nu durf ik niet meer zo goed met Word te werken, want het was Word z’n schuld.
Het was heel spannend.
maandag 23 maart 2009
Anne, je bent een eikel!
Ik heb weer internet thuis! Dat ging uiteraard niet zonder slag of stoot. De mensen die mijn blog een beetje volgen, kennen de standaardprocedure bij het euvel “Anne stelt een internetverbinding in”. Het inleidende praatje laat ik dus voor wat het is, ik begin gewoon bij het moment dat ik de helpdesk aan de telefoon had.
Ik deed mijn verhaal (‘het netwerk wordt wel gevonden maar ik kom er niet op’). Uiteraard had ik niet de goede persoon aan de telefoon, maar hij zou me wel even doorverbinden. Prompt werd de verbinding verbroken.
Ik belde terug, ergerde me door het keuzemenu en kwam aldus bij de afdeling waar ik oorspronkelijk naar zou worden doorverbonden. Ik deed nogmaals mijn verhaal, maar: “Ja mevrouw, dan moet u míj niet hebben. Ik verbind u wel even door.” En andermaal werd de verbinding verbroken.
Op dat moment begon ik te dampen en te schuimbekken en het werd rood voor mijn ogen. Voor de derde keer belde ik en toen ik voor de derde keer bij wéér een andere afdeling aan mijn verhaal begon, klonk ik als een bijtgrage herdershond, ready to kill. Dit was zo intimiderend dat de jongen die ik sprak ineens tot álles bereid was – althans, dat denk ik. Ik heb hem geen oneerbare voorstellen gedaan. Er werd acuut een monteur naar me toe gestuurd om de internetverbinding tot stand te brengen. Dat had ik nog niet eerder beleefd. Ik vind het service met een grote S.
Even later zat die monteur op mijn bank over de schoolprestaties van de kinderen en over motorrijden te babbelen. Ondertussen prutste hij wat met een schroevendraaier, kabeltjes en uiteindelijk ook met mijn laptop. Hij had er duidelijk verstand van, want niet veel later kon ik het wereldwijde web weer op.
Nu moet ik mezelf alleen nog afleren om mijn agressie te botvieren op onschuldige helpdeskjongens. Dat is niet netjes van mij. Al had de coöperatieve jongen er wel begrip voor. Die zei: “Het is dat ik hier werk, maar als ik zelf naar een helpdesk bel, ben ik ook een eikel hoor.”
En ik, engelachtig: “Hoezo óók?”
Ik deed mijn verhaal (‘het netwerk wordt wel gevonden maar ik kom er niet op’). Uiteraard had ik niet de goede persoon aan de telefoon, maar hij zou me wel even doorverbinden. Prompt werd de verbinding verbroken.
Ik belde terug, ergerde me door het keuzemenu en kwam aldus bij de afdeling waar ik oorspronkelijk naar zou worden doorverbonden. Ik deed nogmaals mijn verhaal, maar: “Ja mevrouw, dan moet u míj niet hebben. Ik verbind u wel even door.” En andermaal werd de verbinding verbroken.
Op dat moment begon ik te dampen en te schuimbekken en het werd rood voor mijn ogen. Voor de derde keer belde ik en toen ik voor de derde keer bij wéér een andere afdeling aan mijn verhaal begon, klonk ik als een bijtgrage herdershond, ready to kill. Dit was zo intimiderend dat de jongen die ik sprak ineens tot álles bereid was – althans, dat denk ik. Ik heb hem geen oneerbare voorstellen gedaan. Er werd acuut een monteur naar me toe gestuurd om de internetverbinding tot stand te brengen. Dat had ik nog niet eerder beleefd. Ik vind het service met een grote S.
Even later zat die monteur op mijn bank over de schoolprestaties van de kinderen en over motorrijden te babbelen. Ondertussen prutste hij wat met een schroevendraaier, kabeltjes en uiteindelijk ook met mijn laptop. Hij had er duidelijk verstand van, want niet veel later kon ik het wereldwijde web weer op.
Nu moet ik mezelf alleen nog afleren om mijn agressie te botvieren op onschuldige helpdeskjongens. Dat is niet netjes van mij. Al had de coöperatieve jongen er wel begrip voor. Die zei: “Het is dat ik hier werk, maar als ik zelf naar een helpdesk bel, ben ik ook een eikel hoor.”
En ik, engelachtig: “Hoezo óók?”
donderdag 19 maart 2009
Het clown / zwerver dilemma
Ik wil graag vrouwenonderwerpen behandelen: kleding & make-up. Mannelijke lezers mogen even iets voor zichzelf gaan doen, al kan het ook leerzaam zijn om dit te lezen. De metromannen zullen zich in onderwerp één ook nog wel herkennen (hoop ik), homo’s en travestieten in onderwerp twee (maar ik weet niet of die mijn blog lezen).
Waar het om gaat is dit: Hebben jullie dat nou ook, dat je alle kleren die je eerst (zeg: een maand geleden) nog leuk vond, nu ineens heel stom vindt? Ik denk dat het wel iets met de naderende seizoensovergang te maken heeft, ik ben gewoon toe aan zomerkleren. Momenteel weet ik gewoon echt niet meer wat ik aan moet trekken, behalve als ik ga douchen. Dus als ik niet aan het douchen ben, sta ik radeloos voor mijn kledingkast. Gevoelsmatig heb ik twee keuzes: “Ga ik vandaag als clown of als zwerver?” Leuk voor een bal masqué, niet voor mijn leven op kantoor (en elders). Dit probleem speelt vooral bij de shirtjes en de bloesjes, want mijn broeken, rokjes en jurkjes voldoen nog wel. Voor zolang als het duurt.
En dan de make-up. Vroeger was ik daar niet zo van, maar tegenwoordig smeer ik kwistig met de mascara en de lipgloss. Op werkdagen fiets ik na het make-uppen naar het station. Mijn ogen hebben de onhebbelijke gewoonte om te tranen in de frisse buitenlucht. En zoals al mijn tranen, zijn ook deze van het kaliber “enorm”. Dus daar is geen waterproofmascara tegen opgewassen. Gevolg: tegen de tijd dat ik op het station arriveer, zit het zwart tot onder mijn oksels, zie ik er uit als een beteuterde pandabeer (alleen de bamboetak om aan te knagen ontbreekt) en nou ja… dat zet het clown/ zwerver dilemma alleen maar kracht bij.
Vervolgens sta ik in een hoekje van de fietsenstalling met een spiegeltje te hannesen om de zwarte vlekken van mijn wangen te poetsen en mezelf weer toonbaar te maken.
Ik zoek herkenning.
Iemand?
Waar het om gaat is dit: Hebben jullie dat nou ook, dat je alle kleren die je eerst (zeg: een maand geleden) nog leuk vond, nu ineens heel stom vindt? Ik denk dat het wel iets met de naderende seizoensovergang te maken heeft, ik ben gewoon toe aan zomerkleren. Momenteel weet ik gewoon echt niet meer wat ik aan moet trekken, behalve als ik ga douchen. Dus als ik niet aan het douchen ben, sta ik radeloos voor mijn kledingkast. Gevoelsmatig heb ik twee keuzes: “Ga ik vandaag als clown of als zwerver?” Leuk voor een bal masqué, niet voor mijn leven op kantoor (en elders). Dit probleem speelt vooral bij de shirtjes en de bloesjes, want mijn broeken, rokjes en jurkjes voldoen nog wel. Voor zolang als het duurt.
En dan de make-up. Vroeger was ik daar niet zo van, maar tegenwoordig smeer ik kwistig met de mascara en de lipgloss. Op werkdagen fiets ik na het make-uppen naar het station. Mijn ogen hebben de onhebbelijke gewoonte om te tranen in de frisse buitenlucht. En zoals al mijn tranen, zijn ook deze van het kaliber “enorm”. Dus daar is geen waterproofmascara tegen opgewassen. Gevolg: tegen de tijd dat ik op het station arriveer, zit het zwart tot onder mijn oksels, zie ik er uit als een beteuterde pandabeer (alleen de bamboetak om aan te knagen ontbreekt) en nou ja… dat zet het clown/ zwerver dilemma alleen maar kracht bij.
Vervolgens sta ik in een hoekje van de fietsenstalling met een spiegeltje te hannesen om de zwarte vlekken van mijn wangen te poetsen en mezelf weer toonbaar te maken.
Ik zoek herkenning.
Iemand?
dinsdag 17 maart 2009
Wie helpt mij?
Hoewel ik een zelfredzaam mens ben, heb ik nu toch jullie hulp nodig. Dat komt zo: ik heb weer eens geen internet thuis. Dit speelt al een paar weken, wat jullie gemerkt kunnen hebben aan de radiostilte in de weekends. Ik ben dan niet in retraite, maar zit als een kluizenaar in mijn huis sudokuboekjes vol te puzzelen en me af te vragen wat er in de buitenwereld gebeurt, of iemand mij nodig heeft, or whatsoever. En dat bevalt me niks.
Zo bleek afgelopen zaterdag dat er iemand wilde uithuilen op mijn daarvoor bestemde schouder, maar dat wist ik dus niet. Dat is allemaal wel opgelost en het uithuilen heeft inmiddels plaatsgevonden, maar toch voelde ik me op dat moment een minder goede vriendin.
Daarnaast weet ik niet hoe het met mijn hyvespopulariteit gesteld is (heb ik nog krabbels? Nieuwe vrienden? Uitnodigingen voor leuke feestjes?), kan ik niet internetbankieren en geen liedjes downloaden voor op mijn MP3-speler. And thát’s where you come in! Want ik word zo langzamerhand gek van elke dag dezelfde deuntjes uit mijn koptelefoon. Ik herken elk liedje al bij de eerste toon, wat me weliswaar een megavoorsprong geeft bij het introspel van radio2, maar wat me verder geen gelukkiger mens maakt.
Ik kan wel liedjes van CD’s rippen en die naar mijn MP3-speler kopiëren. Maar: de liedjes die ik het allerliefst wil, heb ik niet op CD. Of wel, maar die zijn dan niet te rippen.
Ter zake: wie kan mij helpen aan MP3-bestandjes van “Sweet goodbyes” van Krezip en “Vandaag” van Bløf? Verder zijn ook alle vrolijke lenteliedjes welkom. Vooral vrolijk.
Wie helpt mij?
Voor iemand dat gaat vragen: gemailde bestanden kan ik op kantoor wel naar mijn MP3-speler kopiëren. Ik kan daar alleen geen liedjes gaan zoeken en downloaden. Vandaar.
Zo bleek afgelopen zaterdag dat er iemand wilde uithuilen op mijn daarvoor bestemde schouder, maar dat wist ik dus niet. Dat is allemaal wel opgelost en het uithuilen heeft inmiddels plaatsgevonden, maar toch voelde ik me op dat moment een minder goede vriendin.
Daarnaast weet ik niet hoe het met mijn hyvespopulariteit gesteld is (heb ik nog krabbels? Nieuwe vrienden? Uitnodigingen voor leuke feestjes?), kan ik niet internetbankieren en geen liedjes downloaden voor op mijn MP3-speler. And thát’s where you come in! Want ik word zo langzamerhand gek van elke dag dezelfde deuntjes uit mijn koptelefoon. Ik herken elk liedje al bij de eerste toon, wat me weliswaar een megavoorsprong geeft bij het introspel van radio2, maar wat me verder geen gelukkiger mens maakt.
Ik kan wel liedjes van CD’s rippen en die naar mijn MP3-speler kopiëren. Maar: de liedjes die ik het allerliefst wil, heb ik niet op CD. Of wel, maar die zijn dan niet te rippen.
Ter zake: wie kan mij helpen aan MP3-bestandjes van “Sweet goodbyes” van Krezip en “Vandaag” van Bløf? Verder zijn ook alle vrolijke lenteliedjes welkom. Vooral vrolijk.
Wie helpt mij?
Voor iemand dat gaat vragen: gemailde bestanden kan ik op kantoor wel naar mijn MP3-speler kopiëren. Ik kan daar alleen geen liedjes gaan zoeken en downloaden. Vandaar.
maandag 16 maart 2009
Voorjaarsgedicht
Deze lente gaat het toch weer
over jou, hoewel ik er langzaamaan
wel moe van ben
Moe van regen, wind, flarden
bedrieglijk blauw in de lucht,
vage beloften van het einde
van de kou.
Ik weet wel dat ik toch weer
van je hou, maar moeizaam soms,
met dat doelloze
van vogels die er van lijken
te houden in regen en wind
te blijven rondhangen
boven het land.
Rutger Kopland
over jou, hoewel ik er langzaamaan
wel moe van ben
Moe van regen, wind, flarden
bedrieglijk blauw in de lucht,
vage beloften van het einde
van de kou.
Ik weet wel dat ik toch weer
van je hou, maar moeizaam soms,
met dat doelloze
van vogels die er van lijken
te houden in regen en wind
te blijven rondhangen
boven het land.
Rutger Kopland
donderdag 12 maart 2009
Zoetgevooisde stemmetjes
Ik heb verzuimd iets te vertellen, wat indirect wel met mijn sportieve leven te maken heeft. Het gaat echt heel goed hoor, maar ik heb te kampen met een Onvoorziene Omstandigheid. De pootjeslichter van elke fitnessfanaat. De beëlzebub van de veertigdagentijd.
Het paaseitje.
Paaseitjes doen het profijt van mijn gesport teniet. Maar echt. Ik werk me in het zweet, maar thuisgekomen kan ik de kleine verlokkingen in zilverpapier niet weerstaan.
Mijn collega’s smokkelen bovendien de paaseitjes en masse het kantoor binnen. Dat is nog tot daar aan toe, maar er is iets met die paaseitjes. Die kunnen praten. Sterker nog: ze kunnen roepen. Uit de paaseitjespot klinken onophoudelijk van die zoetgevooisde stemmetjes. Dat gaat ongeveer zo:
“Anne! Aaanne!!
We zijn hier! In de pot!
Jij moet ons hier uit bevrijden!
Dan mag je ons opeten!
We zijn maar heel klein, dus per saldo berokkenen we niet zoveel schade.
En wij maken een stofje aan in je hersenen waar je je gelukkig van gaat voelen!
Dat stofje wordt ook aangemaakt wanneer je seks hebt.
Maar, lieve Anne, laten we éven reëel zijn: daar moet jij het de laatste tijd ook niet van hebben.
Dus kom op, loop naar die pot.
Til het deksel op.
Steek je hand erin.
En EET ons!”
Zo gaat dat de hele dag door en ik zwicht elke keer. Paaseitjes bedienen zich van nogal stringente taal, ziet u. Daar komt bij dat het brutale dingen zijn, want zelfs als ik ze niet wil kopen, vind ik ze bij thuiskomst tóch in mijn boodschappentas. Die springen daar gewoon in, zonder dat ik er iets over te zeggen heb.
De paaseitjes laten mij geen keuze: ik moet voortaan twee keer per week gaan sporten.
Maar ze geven me ook een gelukkig gevoel.
Dat maakt een hoop goed.
Het paaseitje.
Paaseitjes doen het profijt van mijn gesport teniet. Maar echt. Ik werk me in het zweet, maar thuisgekomen kan ik de kleine verlokkingen in zilverpapier niet weerstaan.
Mijn collega’s smokkelen bovendien de paaseitjes en masse het kantoor binnen. Dat is nog tot daar aan toe, maar er is iets met die paaseitjes. Die kunnen praten. Sterker nog: ze kunnen roepen. Uit de paaseitjespot klinken onophoudelijk van die zoetgevooisde stemmetjes. Dat gaat ongeveer zo:
“Anne! Aaanne!!
We zijn hier! In de pot!
Jij moet ons hier uit bevrijden!
Dan mag je ons opeten!
We zijn maar heel klein, dus per saldo berokkenen we niet zoveel schade.
En wij maken een stofje aan in je hersenen waar je je gelukkig van gaat voelen!
Dat stofje wordt ook aangemaakt wanneer je seks hebt.
Maar, lieve Anne, laten we éven reëel zijn: daar moet jij het de laatste tijd ook niet van hebben.
Dus kom op, loop naar die pot.
Til het deksel op.
Steek je hand erin.
En EET ons!”
Zo gaat dat de hele dag door en ik zwicht elke keer. Paaseitjes bedienen zich van nogal stringente taal, ziet u. Daar komt bij dat het brutale dingen zijn, want zelfs als ik ze niet wil kopen, vind ik ze bij thuiskomst tóch in mijn boodschappentas. Die springen daar gewoon in, zonder dat ik er iets over te zeggen heb.
De paaseitjes laten mij geen keuze: ik moet voortaan twee keer per week gaan sporten.
Maar ze geven me ook een gelukkig gevoel.
Dat maakt een hoop goed.
dinsdag 10 maart 2009
Sporten: het nieuwe roze
Tsja, dan beloof je om iets over de sportschool te schrijven. Het is nu alleen even zoeken naar een ingang, naar een smeuïge sportschoolanekdote of iets dergelijks.
Sporten is het nieuwe roze, laat ik daarmee beginnen. Ik vind het echt leuk om te doen, ook al komen sommige mensen in de sportschool van een andere planeet. Op die planeet vinden ze buikspiersessies bijvoorbeeld leuk, en nou ja, ik dus niet. Maar los van de buikspierterreur vind ik de sportschool prima te hachelen.
Vorige week had ik het even zwaar, toen Claudia (mijn trainer) mij onderwierp aan een conditietest. Ik was er op dat moment nog heilig van overtuigd dat ik niet iets had wat je met goed fatsoen ‘conditie’ kon noemen. Bovendien kreeg ik paniekaanvallen omdat ik ineens geconfronteerd werd met herinneringen aan de coopertest, die mij in het verleden meerdere keren bijna het leven heeft gekost. Stond de gymleraar weer met van die strijkijzers mijn hart op gang te helpen. De paniek lijkt mij dus duidelijk en terecht.
Gelukkig bleek deze conditietest te bestaan uit twaalf minuutjes op de hometrainer, en dat kon ik wel handelen. Ik kletste ondertussen vrolijk verder met Claudia en na twaalf minuten sprong ik fris en fruitig van de fiets, nog net zo levend als daarvoor.
Afgelopen zaterdag kreeg ik de uitslag van de test. En wat denk je? Mijn conditie is bovengemiddeld! Ik wil dat best nog een keer zeggen: Mijn Conditie Is Bovengemiddeld!
Hieruit kan ik de volgende conclusie trekken: mijn gymleraren hebben het mij aangepraat, dat van die slechte conditie. Het is ook gewoon zwaar demotiverend als je leraar de defibrillatoren al klaarlegt zodra jij de gymzaal betreedt. Dat ondermijnt je zelfvertrouwen. Maar ik kan het best, en ik heb een magnifieke conditie!
Sporten is dus het nieuwe roze.
Ik vind het nog best een aardig logje voor iemand die eigenlijk niets te vertellen heeft over dit onderwerp…
Sporten is het nieuwe roze, laat ik daarmee beginnen. Ik vind het echt leuk om te doen, ook al komen sommige mensen in de sportschool van een andere planeet. Op die planeet vinden ze buikspiersessies bijvoorbeeld leuk, en nou ja, ik dus niet. Maar los van de buikspierterreur vind ik de sportschool prima te hachelen.
Vorige week had ik het even zwaar, toen Claudia (mijn trainer) mij onderwierp aan een conditietest. Ik was er op dat moment nog heilig van overtuigd dat ik niet iets had wat je met goed fatsoen ‘conditie’ kon noemen. Bovendien kreeg ik paniekaanvallen omdat ik ineens geconfronteerd werd met herinneringen aan de coopertest, die mij in het verleden meerdere keren bijna het leven heeft gekost. Stond de gymleraar weer met van die strijkijzers mijn hart op gang te helpen. De paniek lijkt mij dus duidelijk en terecht.
Gelukkig bleek deze conditietest te bestaan uit twaalf minuutjes op de hometrainer, en dat kon ik wel handelen. Ik kletste ondertussen vrolijk verder met Claudia en na twaalf minuten sprong ik fris en fruitig van de fiets, nog net zo levend als daarvoor.
Afgelopen zaterdag kreeg ik de uitslag van de test. En wat denk je? Mijn conditie is bovengemiddeld! Ik wil dat best nog een keer zeggen: Mijn Conditie Is Bovengemiddeld!
Hieruit kan ik de volgende conclusie trekken: mijn gymleraren hebben het mij aangepraat, dat van die slechte conditie. Het is ook gewoon zwaar demotiverend als je leraar de defibrillatoren al klaarlegt zodra jij de gymzaal betreedt. Dat ondermijnt je zelfvertrouwen. Maar ik kan het best, en ik heb een magnifieke conditie!
Sporten is dus het nieuwe roze.
Ik vind het nog best een aardig logje voor iemand die eigenlijk niets te vertellen heeft over dit onderwerp…
maandag 9 maart 2009
De notulen van het voorbije weekend
Ik geef u graag de notulen van het voorbije weekend, maar omdat ik ook andere dingen moet doen, beperk ik me tot een aantal tragikomische high- en lowlights.
1. De smurfin heeft mij een bloedneus geslagen.
Ik was op de verjaardag van Marjolein en haar neefje J. was daar ook. J. had een pluchen smurfin bij zich die hij eerst door de kamer en daarna recht op mij af liet vliegen. Ik zag daar geen gevaar in, want op dat moment geloofde ik nog in de onschuld van de smurfin, zeker wanneer zij is uitgevoerd in pluche. Handig gebruikmakend van mijn onoplettendheid, hoekte de smurfin mij vervolgens rücksichtslos op mijn neus. Die begon spontaan te bloeden.
Ik heb de bloedneus gestelpt en daarna ben ik bellen gaan blazen met J., waarbij J. steeds heel lief tegen mij zei: “Goed zo, jij kan mooie bellen blazen!” Ik vind het fijn om zo’n bevestiging te krijgen van een driejarige.
2. Interessante lectuur
In de trein terug naar Den Haag heb ik ontdekt dat er een Klein Kippen Lexicon bestaat. De jongen die daarin zat te lezen, probeerde met zijn kleding een bepaalde coolheid uit te stralen, maar zijn leesvoer ondermijnde dat nogal.
3. Hoeheetze, met haar aluminiumfolie
Jan de Weert droeg zijn mobiel altijd in zijn borstzak. Precies op de plek waar die mobiel zat, kreeg hij steeds pijn. Door de straling natuurlijk. Daarom neemt de mevrouw die achter mij zat altijd een stukje aluminiumfolie mee. Zij vindt dat zelf heel normaal. Verder heeft ze kennissen die luisteren naar namen als: “Hoeheetze”, “Jeweetwel” en “Devrouwvandinges”. Alleen Jan de Weert had duidelijk een naam.
4. Theatersport
We hadden vrijdag een wedstrijd tegen De Tegenpartij, en mensen, het was LEUK! Ik heb de hele avond lopen genieten, Judith & ik hebben samen een ode aan een sprookje gezongen die onwaarschijnlijk goed ging (zeker wanneer je mijn zangkwaliteiten als uitgangspunt neemt) en mijn vibrator bleek een koe te zijn. Het kon niet beter.
Hier laat ik het even bij, binnenkort log ik weer wat uitgebreider. Dan maar weer eens over de sportschool, want ik heb van een aantal mensen gehoord dat daar behoefte aan is.
1. De smurfin heeft mij een bloedneus geslagen.
Ik was op de verjaardag van Marjolein en haar neefje J. was daar ook. J. had een pluchen smurfin bij zich die hij eerst door de kamer en daarna recht op mij af liet vliegen. Ik zag daar geen gevaar in, want op dat moment geloofde ik nog in de onschuld van de smurfin, zeker wanneer zij is uitgevoerd in pluche. Handig gebruikmakend van mijn onoplettendheid, hoekte de smurfin mij vervolgens rücksichtslos op mijn neus. Die begon spontaan te bloeden.
Ik heb de bloedneus gestelpt en daarna ben ik bellen gaan blazen met J., waarbij J. steeds heel lief tegen mij zei: “Goed zo, jij kan mooie bellen blazen!” Ik vind het fijn om zo’n bevestiging te krijgen van een driejarige.
2. Interessante lectuur
In de trein terug naar Den Haag heb ik ontdekt dat er een Klein Kippen Lexicon bestaat. De jongen die daarin zat te lezen, probeerde met zijn kleding een bepaalde coolheid uit te stralen, maar zijn leesvoer ondermijnde dat nogal.
3. Hoeheetze, met haar aluminiumfolie
Jan de Weert droeg zijn mobiel altijd in zijn borstzak. Precies op de plek waar die mobiel zat, kreeg hij steeds pijn. Door de straling natuurlijk. Daarom neemt de mevrouw die achter mij zat altijd een stukje aluminiumfolie mee. Zij vindt dat zelf heel normaal. Verder heeft ze kennissen die luisteren naar namen als: “Hoeheetze”, “Jeweetwel” en “Devrouwvandinges”. Alleen Jan de Weert had duidelijk een naam.
4. Theatersport
We hadden vrijdag een wedstrijd tegen De Tegenpartij, en mensen, het was LEUK! Ik heb de hele avond lopen genieten, Judith & ik hebben samen een ode aan een sprookje gezongen die onwaarschijnlijk goed ging (zeker wanneer je mijn zangkwaliteiten als uitgangspunt neemt) en mijn vibrator bleek een koe te zijn. Het kon niet beter.
Hier laat ik het even bij, binnenkort log ik weer wat uitgebreider. Dan maar weer eens over de sportschool, want ik heb van een aantal mensen gehoord dat daar behoefte aan is.
donderdag 5 maart 2009
Kabelkaarten
Ik heb gistermiddag iets nieuws geleerd. Om mijn blog ook een educatieve dimensie te geven, deel ik dit leermoment graag met jullie.
Er bestaan speciale kaarten waarop precies staat aangegeven hoe de spaghettiachtige brei van ondergrondse kabels eruitziet. Ik hoorde dit van mijn duurzaamheidcollega die heel casual opmerkte “dat iemand dat even uit moest zoeken”. Heel professioneel stamelde ik: “Ja maar ja maar, hoe kan je dàt nou weten?!” Toen zei zij weer heel casual: “Nou ja, daar zijn kaarten van.” Er volgde een heel geanimeerd gesprek. Mijn bijdrage was ongeveer als volgt:
“Oewoi, dan moet er dus ook iemand zijn die die kaarten maakt! Je zal er maar mee getrouwd zijn! Dat je bij de hutspot vraagt hoe zijn dag was, en dat hij dan zegt dat hij bijvoorbeeld een kabel kwijt was*. Ik kan me niet voorstellen dat dat een leuke man is. Dat is vast zo’n veel te precies type met allerlei dwangneuroses!” In gedachten zag ik mezelf al aan tafel zitten met de kabelkaartenmaker die zijn speklap in stukjes met exact dezelfde afmetingen snijdt. Waar een levendige fantasie en een associatief brein al niet goed voor zijn.
Daarna hebben mijn collega en ik verder gekletst over duurzame dingen, zoals de oranje mannetjes die nu overal op de posters in de abri’s staan en over dat ik binnenkort mag afreizen naar het altijd gezellige Zwolle.
Maar goed. Die kaarten bestaan dus. Dit weetje kun je handig inzetten tijdens middelmatige verjaardagsfeestjes of bij de paasbrunch, als tijdens het eieren pellen de conversatie een beetje stilvalt. Ik help je graag in (en uit) zulk soort situaties. Zo ben ik.
*De kabels kunnen door trilling e.d. namelijk ook verschuiven. Nog zo’n leermomentje.
Er bestaan speciale kaarten waarop precies staat aangegeven hoe de spaghettiachtige brei van ondergrondse kabels eruitziet. Ik hoorde dit van mijn duurzaamheidcollega die heel casual opmerkte “dat iemand dat even uit moest zoeken”. Heel professioneel stamelde ik: “Ja maar ja maar, hoe kan je dàt nou weten?!” Toen zei zij weer heel casual: “Nou ja, daar zijn kaarten van.” Er volgde een heel geanimeerd gesprek. Mijn bijdrage was ongeveer als volgt:
“Oewoi, dan moet er dus ook iemand zijn die die kaarten maakt! Je zal er maar mee getrouwd zijn! Dat je bij de hutspot vraagt hoe zijn dag was, en dat hij dan zegt dat hij bijvoorbeeld een kabel kwijt was*. Ik kan me niet voorstellen dat dat een leuke man is. Dat is vast zo’n veel te precies type met allerlei dwangneuroses!” In gedachten zag ik mezelf al aan tafel zitten met de kabelkaartenmaker die zijn speklap in stukjes met exact dezelfde afmetingen snijdt. Waar een levendige fantasie en een associatief brein al niet goed voor zijn.
Daarna hebben mijn collega en ik verder gekletst over duurzame dingen, zoals de oranje mannetjes die nu overal op de posters in de abri’s staan en over dat ik binnenkort mag afreizen naar het altijd gezellige Zwolle.
Maar goed. Die kaarten bestaan dus. Dit weetje kun je handig inzetten tijdens middelmatige verjaardagsfeestjes of bij de paasbrunch, als tijdens het eieren pellen de conversatie een beetje stilvalt. Ik help je graag in (en uit) zulk soort situaties. Zo ben ik.
*De kabels kunnen door trilling e.d. namelijk ook verschuiven. Nog zo’n leermomentje.
maandag 2 maart 2009
Remember my name...
Bijna een jaar geleden ging ik in de Rijswijkse Schouwburg naar de “Open-dichtshow” van Jan J. Pieterse en Frank van Pamelen. Het werd om meerdere redenen een memorabele avond, waarop ik onder andere bij de heren op het podium stond en daarbij zo diep zonk om J. een beetje te kakken te zetten voor de rest van het publiek. Dat dit zelfs nú nog gevolgen zou hebben, dat had ik niet kunnen bevroeden. Voor het opfrissen van geheugens, klik hier.
De naweeën begonnen vorige week zondag, toen J. me bij de voordeur vroeg of ik mijn sleutels bij me had en ik ondanks mezelf erg moest lachen en zei dat ik zó’n herhaling van zetten nou ook weer niet nodig vond. Het was haast bevrijdend om er gewoon om te kunnen lachen. Niet dat de situatie nog tussen ons in stond – het is allemaal al lang uitgediscussieerd en verwerkt – maar je weet nooit of zoiets nog onderhuids blijft knagen. In dat geval dus niet, dat is nu wel duidelijk.
De naweeën zetten zich zaterdagavond voort, toen ik geheel tegen elke planning in ineens naar de cabarestafette ging, die gepresenteerd werd door niemand minder dan Jan J. Pieterse. Hij had weer hilarische puntrijmpjes (“Je hebt iemand nodig, stil en oprecht, die als je bent verdronken, nog een weekje naar je dregt”), waardoor ik besloot om na afloop nog een boekje bij hem te kopen. Ik zocht er eentje uit, gaf het aan Jan om te signeren, hij keek alleen in het boekje en niet naar mij, en toen ontspon zich het volgende gesprek.
Jan: “Voor wie is het?”
Ik: “Nou zeg, weet je dat niet meer?”
Jan (keek me eindelijk aan): “Hééé!!"
Ik: “Huh?” (had deze reactie niet verwacht)
Jan: “Jaha, ik weet het!! Tenminste, ik weet het niet, maar ik weet het!!” (dit is vrouwenlogica, dus Jan is metroman).
Ik: “Anne, ik was toen…”
Jan (gaat onverstoorbaar verder): “Jij was toen bij de Open-dichtshow! In ehm…”
Ik: “Rijswijk.”
Jan: “Ja! Wat leuk! Maar wat doe je hier dan?”
Ik: “Dat vraag ik me ook af.”
Jan: *lacht, signeert boekje* “Alsjeblieft. Ben je er trouwens al wel overheen?”
Ik: “Ik wel, J. niet.”
Jan: *lacht weer*
Wat ik me nu afvraag: welke status heb je als je in het openbaar (na enig aandringen) wordt herkend door een min of meer Bekende Nederlander? Kan iemand me dat vertellen?
Het maakt me wel trots hoor. Straks hoor ik er gewoon helemaal bij in de scene. Het is slechts een kwestie van tijd.
De naweeën begonnen vorige week zondag, toen J. me bij de voordeur vroeg of ik mijn sleutels bij me had en ik ondanks mezelf erg moest lachen en zei dat ik zó’n herhaling van zetten nou ook weer niet nodig vond. Het was haast bevrijdend om er gewoon om te kunnen lachen. Niet dat de situatie nog tussen ons in stond – het is allemaal al lang uitgediscussieerd en verwerkt – maar je weet nooit of zoiets nog onderhuids blijft knagen. In dat geval dus niet, dat is nu wel duidelijk.
De naweeën zetten zich zaterdagavond voort, toen ik geheel tegen elke planning in ineens naar de cabarestafette ging, die gepresenteerd werd door niemand minder dan Jan J. Pieterse. Hij had weer hilarische puntrijmpjes (“Je hebt iemand nodig, stil en oprecht, die als je bent verdronken, nog een weekje naar je dregt”), waardoor ik besloot om na afloop nog een boekje bij hem te kopen. Ik zocht er eentje uit, gaf het aan Jan om te signeren, hij keek alleen in het boekje en niet naar mij, en toen ontspon zich het volgende gesprek.
Jan: “Voor wie is het?”
Ik: “Nou zeg, weet je dat niet meer?”
Jan (keek me eindelijk aan): “Hééé!!"
Ik: “Huh?” (had deze reactie niet verwacht)
Jan: “Jaha, ik weet het!! Tenminste, ik weet het niet, maar ik weet het!!” (dit is vrouwenlogica, dus Jan is metroman).
Ik: “Anne, ik was toen…”
Jan (gaat onverstoorbaar verder): “Jij was toen bij de Open-dichtshow! In ehm…”
Ik: “Rijswijk.”
Jan: “Ja! Wat leuk! Maar wat doe je hier dan?”
Ik: “Dat vraag ik me ook af.”
Jan: *lacht, signeert boekje* “Alsjeblieft. Ben je er trouwens al wel overheen?”
Ik: “Ik wel, J. niet.”
Jan: *lacht weer*
Wat ik me nu afvraag: welke status heb je als je in het openbaar (na enig aandringen) wordt herkend door een min of meer Bekende Nederlander? Kan iemand me dat vertellen?
Het maakt me wel trots hoor. Straks hoor ik er gewoon helemaal bij in de scene. Het is slechts een kwestie van tijd.
Abonneren op:
Posts (Atom)
U Zei?! - Deel 36
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
Die boeren en die vrouwen, die maken het me niet makkelijk dit jaar. Gisteren was het echt een saaie aflevering. Vorig seizoen was het heus ...
-
De donkere dagen voor kerst zijn weer alomtegenwoordig, met alle jingle bells en dromen over een witte kerst die daarbij horen. Winkelstrate...