Afgelopen vrijdag waren vriendin M. en vriend R. hier. We speelden Triviant, want spelletjes doen: daar zijn wij van.
Rare vragen
De vragen in Triviant variëren nogal in de moeilijkheidsgraad. Vriendin M. kreeg de vraag voor haar kiezen hoeveel procent van de honden linkspotig is. In alle eerlijkheid: we wisten alledrie niet dat honden überhaupt een voorkeurspoot hebben. Het goede antwoord was 50%. Er was ook een vraag over een erotische DVD. Die vraag werd goed beantwoord en ik zeg lekker niet door wie. En toen stelde R. mij een vraag waarop het juiste antwoord 'dertigersdip' luidde. Het was confronterend, niet vanwege mijn leeftijd, maar vanwege het foute antwoord dat ik gaf. Ik gokte namelijk op de quarterlife crisis.
De ene dip na de andere
Wat daar zo confronterend aan was?
Wel, ik realiseerde me ineens dat je - als je al die quatsch over allerhande inzinkingen serieus neemt - in feite van de ene depressie via de andere crisis naar de volgende dip hobbelt in dit leven. De eerste twaalf jaar is er normaal gesproken niet veel aan de hand. Je bent kind en alleen de fase tussen de ene knikkertijd en de volgende kan een beetje lastig zijn. Althans, dat is mijn ervaring. Maar dan ben je twaalf en gaan je hormonen allerlei onduidelijke dingen doen in je lijf. je bent ineens chagrijnig terwjil je zelf niet weet waarom. Kortom: je bent puber. En dat is soms best een beetje ellendig.
Zo rond je achttiende is dat leed geleden, je kan nog een beetje postpuberale oprispingen hebben, maar dat is dat. Je hebt dan een jaar of wat rust, zodat je een plaatsje in de maatschappij kan veroveren en dan heb je dat te pakken en hatseflats: daar is de quarterlife crisis. Het is je niet helemaal duidelijk wie je nou eigenlijk bent, laat staan waar je naartoe wilt. En als je die koers dan bepaald hebt, wankel je zó de dertigersdip binnen. Met kwesties als: wil ik een carrière of kinderen, en wil ik die kinderen dan nu of op het laatste moment?! Dat regelt zich dan zo'n beetje, en al racend van kinderopvang naar kantoor neem je een verkeerde afslag en hop, je fietst zo je midlife crisis in.
Midlife
Mensen in deze fase worden mopperig, vinden dat ze te weinig bereikt hebben, krijgen last van demonen uit hun jeugd en worden bang, want als ze nog iets willen veranderen moet het wel nú, omdat - de naam van de crisis zegt het al - ze wel zo'n beetje op de helft van het leven zijn. Sommige mensen somberen zich door deze fase heen, anderen kopen een dure auto, krijgen een onwaarschijnlijke nieuwe relatie, en een enkeling schrijft er een liedje over.
Onderdeel van de midlife crisis bij vrouwen is de menopauze, weer zo'n onbegrijpelijk hormoongerelateerd proces, met opvliegers, hartkloppingen en incontinentie.
En dan...
De mannen rijden hun dure midlife auto in de poeier, vrouwen ruilen hun OB'tjes om voor Tena Lady en langzaam maar zeker komt er weer rust in de tent. Ze slijten hun dagen op kantoor, loodsen hun kinderen door de puberteit, krijgen vervolgens óók nog eens het lege nest syndroom voor de kiezen, worden grijs of kaal en rimpelig. Er komt een abonnement op Plus Magazine, gevolgd door een meute kleinkinderen die ze tot hun schrik best druk vinden, de 65+ pas doet zijn intrede in het huishouden, ze geven toe dat ze omroep Max eigenlijk heel leuk vinden en zo sukkelen ze langzaam in de richting van de nadagen. Met of zonder joie de vivre, met of zonder ziektes en zwaktes. En met een beetje pech worden ze dan ook nog dement.
Nou, leuk is dat
Ik werd er niet echt vrolijk van, kan ik u vertellen. Totdat ik de constatering een beetje had laten bezinken en de zaak van de positieve kant ging bekijken. De eerste moeilijke fase - de puberteit - heb ik aardig goed doorstaan. Over de quarterlife crisis kan ik wel meepraten, en hoe. Don't get me started. Maar afijn, ik durf ondertussen wel te zeggen dat ik de goede weg heb gevonden en als iemand mij nu vraagt hoe het gaat, is mijn antwoord inmiddels weer "Goed" - en dat meen ik. Bovendien, om er even een cliché tegenaan te gooien: 'What doesn't kill you makes you stronger'. Ook dat ondervind ik aan den lijve. Ik heb enorm aan mezelf getwijfeld, ik heb op de bodem van de put gezeten, maar ik heb er veel van geleerd. En zoals vriend R. en ik dikwijls zeggen: "Steekt 't in je zak en lult er niet meer over". Dus dat doe ik.
Hierop voortbordurend: met de geleerde levenslessen heb ik me gewapend tegen de dertigersdip en over de midlife maak ik me gewoon lekker nog niet druk, want dat is veel te ver van m'n bed. Wie dan leeft, wie dan zorgt.
Voorwaarts, immer voorwaarts
En zo schudde ik de gedachten over dipjes, dalletjes en depressies weer van me af. Het leven komt zoals het komt, ik kan niet in de toekomst kijken en uiteindelijk gaan zelfs de zwaarste stormen ook weer liggen. Dan kan je je daar verschrikkelijk druk over lopen maken, maar daar schiet niemand wat mee op. Vandaag schijnt de zon, dat telt.
En morgen is er weer een dag.
Zo triviaal is het.
woensdag 28 maart 2012
zaterdag 24 maart 2012
Voer voor een blog
Nu opa en oma er allebei niet meer zijn, rest ons de taak hun huis op te ruimen. Ik had kunnen schrijven "de schone taak", maar dat is het helaas niet helemaal. Ik ondersteun dit graag met een veelgehoorde uitspraak van oma: "Maar m'n God!"
Geen beginnen aan
Het is maar goed dat ze het niet meemaakt. Mijn oma was de real life versie van Mien Dobbelsteen: altijd aan de poets. Ik wil hier ook direct benadrukken dat ik met dit blogje niet de intentie heb om mijn grootouders te bespotten of vuile was buiten te hangen, ik wil slechts mijn verbazing delen. Alhoewel: zelfs vuile was - in letterlijke zin - is inmdidels aangetroffen. Afgelopen zondag was ik in het huis en ik viel werkelijk van de ene verbazing in de andere. Het huis moet natuurlijk 'ontmanteld' worden, maar waar te beginnen?
Opa's kamertje
Ik begon zondag samen met m'n vader in opa's werkkamertje. We stortten ons op de boeken, angstig dat de boeken zich ook op ons zouden storten. Dat gebeurde niet, maar ik moest wel grinniken toen mijn vader zei: "Oh gelukkig, er staat nog een rij achter. Het ging al zo makkelijk." (stijlfiguur: ironie). Vervolgens haalden we alle boeken uit de kasten en troffen daarbij wonderlijke werken aan, zoals "Kamperen in Zuid-Frankrijk". Wat mijn opa en oma heus niet deden. Gedurende mijn hele leven zijn ze samen nog geen weekendje weg geweest en al zéker niet met een tent. Opa moest voor het zwemmen nog wel eens op reis, maar oma was uitermate honkvast. Afijn.
Ondergrondse bergplaats
Op een zeker moment besloot ik mijn aandacht te verleggen en ging ik aan de slag in de kelder. Wat ik daar aantrof valt werkelijk met geen pen te beschrijven - dus hopelijk biedt de laptop meer soelaas. Om u een impressie te geven:
Blikjes, en trommeltjes, en doosjes. Heel Veel.
Als ik deze opende waren er twee opties: ofwel ik trof direct een geopend pak van iets, ofwel zat er een ander blikje, trommeltje of doosje in. Het is echter een incompleet Droste-effect, want vroeg of laat trof ik sowieso etenswaar aan. Ik heb bij opa en oma nooit macaroni gegeten, maar zondag heb ik bij benadering vijf kilo pasta weggegooid. De houdbaarheidsdatum was soms al bijna twee decennia verstreken. Een ander terugkerend item: cakemix, afgewisseld met appeltaartmix. Maar oma bakte nóóit. Vroeger, toen m'n vader klein was deed ze dat wel, maar de afgelopen dertig jaar zéker niet meer. Terwijl we toch best een middelgrote banketbakkerij hadden kunnen starten met de hoeveelheid mix die ik aantrof. Als die mix tenminste langer houdbaar was geweest dan tot 2001.
Mijn trofee van de dag was een pakje thee dat goed was tot juni 1984. Die thee was dus al over de datum toen ik twee maanden jong was.
Don't mention the war
We kunnen stellen dat opa en oma zich het Albert Heijn adagium: "Hamsteren!" geen twee keer lieten zeggen. En ach, misschien is het best uit te leggen waaróm dat zo was. Ik denk: angst. Angst dat er 'iets' zou gebeuren. Dat de bom valt, of dat op een kwaaie dag weer een of andere malloot met een klappertjespistool op de Grebbeberg zou klauteren. Zoiets. Ik kan het natuurlijk niet meer checken, maar ik denk dat de overweging is geweest: "Als er zoiets gebeurt, dan zitten we in elk geval gebakken. Dan kunnen we ons een tijdje redden." Een tweede motief was wellicht het Zeeuwse "Ons bin zunig"; als iets in de aanbieding is koop je het, ook als je het op dat moment niet nodig hebt. Maar goed. Dat resulteert dus in een voedselvoorraad waar ze bij de Albert Heijn XL nog een puntje aan kunnen zuigen.
Ter verzachting
We ruimen op. Het is in feite het laatste wat we kunnen doen. Opa en oma zijn er niet meer en dat is al erg genoeg. Wat we nu allemaal aantreffen, tsja. Het verbaast me. Maar uiteraard doet het niets af aan wie ze waren. Het geeft misschien eerder een nog completer beeld. Niet alleen van twee malle hamsters, maar ook van twee lieve mensen.
Want ik heb vorige week óók het poëziealbum van oma in mijn handen gehad.
En het allereerste paar schoentjes van mijn vader. Dat hadden ze bewaard, in de bijbehorende doos. En eigenljk maken zulke dingetjes een kelder vol overdatumse rotzooi alweer goed.
"Monster goedgekeurd, zending kan volgen" was de standaardopmerking van opa als hij iets lekkers had gegeten.
Misschien heeft oma dát gewoon iets te letterlijk genomen.
Geen beginnen aan
Het is maar goed dat ze het niet meemaakt. Mijn oma was de real life versie van Mien Dobbelsteen: altijd aan de poets. Ik wil hier ook direct benadrukken dat ik met dit blogje niet de intentie heb om mijn grootouders te bespotten of vuile was buiten te hangen, ik wil slechts mijn verbazing delen. Alhoewel: zelfs vuile was - in letterlijke zin - is inmdidels aangetroffen. Afgelopen zondag was ik in het huis en ik viel werkelijk van de ene verbazing in de andere. Het huis moet natuurlijk 'ontmanteld' worden, maar waar te beginnen?
Opa's kamertje
Ik begon zondag samen met m'n vader in opa's werkkamertje. We stortten ons op de boeken, angstig dat de boeken zich ook op ons zouden storten. Dat gebeurde niet, maar ik moest wel grinniken toen mijn vader zei: "Oh gelukkig, er staat nog een rij achter. Het ging al zo makkelijk." (stijlfiguur: ironie). Vervolgens haalden we alle boeken uit de kasten en troffen daarbij wonderlijke werken aan, zoals "Kamperen in Zuid-Frankrijk". Wat mijn opa en oma heus niet deden. Gedurende mijn hele leven zijn ze samen nog geen weekendje weg geweest en al zéker niet met een tent. Opa moest voor het zwemmen nog wel eens op reis, maar oma was uitermate honkvast. Afijn.
Ondergrondse bergplaats
Op een zeker moment besloot ik mijn aandacht te verleggen en ging ik aan de slag in de kelder. Wat ik daar aantrof valt werkelijk met geen pen te beschrijven - dus hopelijk biedt de laptop meer soelaas. Om u een impressie te geven:
Blikjes, en trommeltjes, en doosjes. Heel Veel.Als ik deze opende waren er twee opties: ofwel ik trof direct een geopend pak van iets, ofwel zat er een ander blikje, trommeltje of doosje in. Het is echter een incompleet Droste-effect, want vroeg of laat trof ik sowieso etenswaar aan. Ik heb bij opa en oma nooit macaroni gegeten, maar zondag heb ik bij benadering vijf kilo pasta weggegooid. De houdbaarheidsdatum was soms al bijna twee decennia verstreken. Een ander terugkerend item: cakemix, afgewisseld met appeltaartmix. Maar oma bakte nóóit. Vroeger, toen m'n vader klein was deed ze dat wel, maar de afgelopen dertig jaar zéker niet meer. Terwijl we toch best een middelgrote banketbakkerij hadden kunnen starten met de hoeveelheid mix die ik aantrof. Als die mix tenminste langer houdbaar was geweest dan tot 2001.
Mijn trofee van de dag was een pakje thee dat goed was tot juni 1984. Die thee was dus al over de datum toen ik twee maanden jong was.
Don't mention the war
We kunnen stellen dat opa en oma zich het Albert Heijn adagium: "Hamsteren!" geen twee keer lieten zeggen. En ach, misschien is het best uit te leggen waaróm dat zo was. Ik denk: angst. Angst dat er 'iets' zou gebeuren. Dat de bom valt, of dat op een kwaaie dag weer een of andere malloot met een klappertjespistool op de Grebbeberg zou klauteren. Zoiets. Ik kan het natuurlijk niet meer checken, maar ik denk dat de overweging is geweest: "Als er zoiets gebeurt, dan zitten we in elk geval gebakken. Dan kunnen we ons een tijdje redden." Een tweede motief was wellicht het Zeeuwse "Ons bin zunig"; als iets in de aanbieding is koop je het, ook als je het op dat moment niet nodig hebt. Maar goed. Dat resulteert dus in een voedselvoorraad waar ze bij de Albert Heijn XL nog een puntje aan kunnen zuigen.
Ter verzachting
We ruimen op. Het is in feite het laatste wat we kunnen doen. Opa en oma zijn er niet meer en dat is al erg genoeg. Wat we nu allemaal aantreffen, tsja. Het verbaast me. Maar uiteraard doet het niets af aan wie ze waren. Het geeft misschien eerder een nog completer beeld. Niet alleen van twee malle hamsters, maar ook van twee lieve mensen.
Want ik heb vorige week óók het poëziealbum van oma in mijn handen gehad.
En het allereerste paar schoentjes van mijn vader. Dat hadden ze bewaard, in de bijbehorende doos. En eigenljk maken zulke dingetjes een kelder vol overdatumse rotzooi alweer goed.
"Monster goedgekeurd, zending kan volgen" was de standaardopmerking van opa als hij iets lekkers had gegeten.
Misschien heeft oma dát gewoon iets te letterlijk genomen.
zondag 18 maart 2012
Supermarktgedrag
Deomcratie: het is een goed principe. De stemmen zijn geteld en nu ga ik met u delen wat mij is opgevallen in het supermarktgedrag van kinderen.
Leeftijden
Natuurlijk, er valt genoeg te vertellen over kinderen in de supermarkt. De insteek is echter afhankelijk van de leeftijd van het kind. De kleintjes beperken zich tot een paar activiteiten: ze liggen krijsend op de grond omdat ze hun zin niet krijgen, of ze beuken je in de knieholtes met hun mini-winkelwagentjes. Grote kinderen, pubers vooral, barricaderen in de schoolpauzes de supermarkt en houden de rij bij de kassa op met een blikje red bull en één saucijzenbroodje per persoon. Maar goed. Ik gun het ze. Waar ik het over wil hebben zijn kinderen van een jaar of zes, te groot voor het supermarkthuilen, te klein om in de pauze kleine boodschapjes te doen. Deze kinderen hebben iets anders, iets aandoenlijks: ze mogen voor het eerst vergeten boodschappen halen voor hun ouders.
De E.D. Super
Toen ik zo klein was, mocht ik ook wel eens een pak yoghurt of iets dergelijks gaan halen. Bij ons de buurt hadden we voor zulke monsterinkopen de E.D. Super, kortweg 'de E.D.'. Vraag me niet waar die letters in dit verband voor stonden, maar het is een begrip uit mijn kindertijd. Met een paar gulden in mijn portemonneetje mocht ik op de fiets naar deze supermarkt. Ik vond dat leuk. Het maakte dat ik me een beetje belangrijk voelde. Nou ja, laten we wel zijn: ik wàs ook belangrijk op het moment dat ik die yoghurt ging kopen, want hela: zonder mij geen toetje. Dat moet je niet onderschatten.
Spannend
In mijn kleine AH (waar deze letters voor staan mag bekend zijn) komen ook kindjes die met een paar kleffe euro's in de handpalm bij de kassa staan te wiebelen. Omzichtig plaatsen zij de vergeten boodschap op de band. Ik zie op hun gezichtjes hetzelfde verantwoordelijkheidsgevoel als ik destijds voelde. Zonder hen geen toetje. Zonder hen geen boterhammen. En dan ook nog een heuse financiële transactie voor de boeg. Maar dat, de uitwisseling van de centjes, is ook precies waar het werkelijk spannend wordt en waar ik het in de laatste weken een paar keer mis heb zien gaan.
Goed opletten
Ouders wijzen hun kroost er volgens mij altijd wel op dat ze moeten opletten dat ze genoeg wisselgeld terugkrijgen. En dat ze het geld niet moeten verliezen. Zo wordt hen en passent een lesje 'omgaan met geld' bijgebracht. Dat is prima, maar dat verhoogt de spanning omtrent het zelf een boodschap mogen halen. En dat doet iets met ze. Het betaalproces wordt het belangrijkste van het hele gebeuren. Belangrijker dan de boodschap an sich. Zodoende zag ik kort na elkaar drie keer het volgende gebeuren:
Het kind plaatst de boodschap op de band.
Het product wordt gescand.
De caissière noemt het bedrag, het kind geeft het meegekregen geld en neemt omzichtig het wisselgeld in ontvangst.
Opgelucht over het succesvolle verloop van deze handeling verlaat het kind de supermarkt, maar... vergeet de boodschap waar het allemaal om begonnen is mee te nemen.
Verantwoordelijk
Gelukkig wordt zo'n kind in de supermarkt omgeven door een horde verantwoordelijke volwassenen, die het kind terugroepen of zich met het boodschapje achter kind aan spoeden. Zo ben ik laatst ook met een bruin broodje en een flesje koffiemelk achter een klein jongetje aan gehold. Het mannetje keek me uiterst dankbaar en ronduit schattig aan. Het "Oh ja" dat hij zei bij het in ontvangst nemen van zijn boodschapjes klonk bedremmeld maar opgelucht. Eenzelfde iets gebeurde met een klein meisje, dat werd teruggeroepen door een imponerende mevrouw waar het kind ook nog eens lichtelijk van in de war raakte. Die kleintjes voelen zich zichtbaar verantwoordelijk en hun idee van "Ik moet dit goed doen" is zo groot en duidelijk dat het daardoor júist niet goed lijkt te gaan.
Een hobbeltje op de weg naar volwassenheid
Het hoort erbij, denk ik. Zeker omdat ik het best regelmatig zie gebeuren. Ik weet niet waarom, maar ik vind het lief. Misschien omdat ik bij het zien van die kleine jongens en meisjes ook direct weer kan terughalen hoe ik me voelde als ik op eigen houtje naar de E.D. mocht. Die mix van spanning, verantwoordelijkheid en je stiekem heel trots en 'groot' voelen omdat je helemaal zelf boodschappen mocht gaan doen.
Ineens wist ik weer dat iets wat nu alledaags is en 'er gewoon bijhoort' ooit heel spannend was.
Leeftijden
Natuurlijk, er valt genoeg te vertellen over kinderen in de supermarkt. De insteek is echter afhankelijk van de leeftijd van het kind. De kleintjes beperken zich tot een paar activiteiten: ze liggen krijsend op de grond omdat ze hun zin niet krijgen, of ze beuken je in de knieholtes met hun mini-winkelwagentjes. Grote kinderen, pubers vooral, barricaderen in de schoolpauzes de supermarkt en houden de rij bij de kassa op met een blikje red bull en één saucijzenbroodje per persoon. Maar goed. Ik gun het ze. Waar ik het over wil hebben zijn kinderen van een jaar of zes, te groot voor het supermarkthuilen, te klein om in de pauze kleine boodschapjes te doen. Deze kinderen hebben iets anders, iets aandoenlijks: ze mogen voor het eerst vergeten boodschappen halen voor hun ouders.
De E.D. Super
Toen ik zo klein was, mocht ik ook wel eens een pak yoghurt of iets dergelijks gaan halen. Bij ons de buurt hadden we voor zulke monsterinkopen de E.D. Super, kortweg 'de E.D.'. Vraag me niet waar die letters in dit verband voor stonden, maar het is een begrip uit mijn kindertijd. Met een paar gulden in mijn portemonneetje mocht ik op de fiets naar deze supermarkt. Ik vond dat leuk. Het maakte dat ik me een beetje belangrijk voelde. Nou ja, laten we wel zijn: ik wàs ook belangrijk op het moment dat ik die yoghurt ging kopen, want hela: zonder mij geen toetje. Dat moet je niet onderschatten.
Spannend
In mijn kleine AH (waar deze letters voor staan mag bekend zijn) komen ook kindjes die met een paar kleffe euro's in de handpalm bij de kassa staan te wiebelen. Omzichtig plaatsen zij de vergeten boodschap op de band. Ik zie op hun gezichtjes hetzelfde verantwoordelijkheidsgevoel als ik destijds voelde. Zonder hen geen toetje. Zonder hen geen boterhammen. En dan ook nog een heuse financiële transactie voor de boeg. Maar dat, de uitwisseling van de centjes, is ook precies waar het werkelijk spannend wordt en waar ik het in de laatste weken een paar keer mis heb zien gaan.
Goed opletten
Ouders wijzen hun kroost er volgens mij altijd wel op dat ze moeten opletten dat ze genoeg wisselgeld terugkrijgen. En dat ze het geld niet moeten verliezen. Zo wordt hen en passent een lesje 'omgaan met geld' bijgebracht. Dat is prima, maar dat verhoogt de spanning omtrent het zelf een boodschap mogen halen. En dat doet iets met ze. Het betaalproces wordt het belangrijkste van het hele gebeuren. Belangrijker dan de boodschap an sich. Zodoende zag ik kort na elkaar drie keer het volgende gebeuren:
Het kind plaatst de boodschap op de band.
Het product wordt gescand.
De caissière noemt het bedrag, het kind geeft het meegekregen geld en neemt omzichtig het wisselgeld in ontvangst.
Opgelucht over het succesvolle verloop van deze handeling verlaat het kind de supermarkt, maar... vergeet de boodschap waar het allemaal om begonnen is mee te nemen.
Verantwoordelijk
Gelukkig wordt zo'n kind in de supermarkt omgeven door een horde verantwoordelijke volwassenen, die het kind terugroepen of zich met het boodschapje achter kind aan spoeden. Zo ben ik laatst ook met een bruin broodje en een flesje koffiemelk achter een klein jongetje aan gehold. Het mannetje keek me uiterst dankbaar en ronduit schattig aan. Het "Oh ja" dat hij zei bij het in ontvangst nemen van zijn boodschapjes klonk bedremmeld maar opgelucht. Eenzelfde iets gebeurde met een klein meisje, dat werd teruggeroepen door een imponerende mevrouw waar het kind ook nog eens lichtelijk van in de war raakte. Die kleintjes voelen zich zichtbaar verantwoordelijk en hun idee van "Ik moet dit goed doen" is zo groot en duidelijk dat het daardoor júist niet goed lijkt te gaan.
Een hobbeltje op de weg naar volwassenheid
Het hoort erbij, denk ik. Zeker omdat ik het best regelmatig zie gebeuren. Ik weet niet waarom, maar ik vind het lief. Misschien omdat ik bij het zien van die kleine jongens en meisjes ook direct weer kan terughalen hoe ik me voelde als ik op eigen houtje naar de E.D. mocht. Die mix van spanning, verantwoordelijkheid en je stiekem heel trots en 'groot' voelen omdat je helemaal zelf boodschappen mocht gaan doen.
Ineens wist ik weer dat iets wat nu alledaags is en 'er gewoon bijhoort' ooit heel spannend was.
donderdag 15 maart 2012
Ondertussen in de paddenstoel...
...heb ik het belachelijk druk. En terwijl ik het zo druk heb, kaatst de gedachten "Bloggen! Bloggen!" als het balletje in een flipperkast door mijn hoofd.
Ja, ik wil
Want het is dus niet zo dat ik niet wil bloggen, of dat ik bij dingen die gebeuren steeds denk van: "Leuk, heel aardig, maar niet om over te schrijven". Integendeel. Er zijn belevenissen, dingen die me opvallen, dingen waar ik over nadenk en mee bezig ben. Kortom: inspiratie genoeg. Slechts één essentieel ding ontbreekt me en dat is tijd. En toen ik deze week wèl even tijd had voor een fatsoenlijk stukje, liet de techniek me in de steek en kwam er weer niets van. Dus daar ben je dan mooi klaar mee.
Plannen is vooruitzien
Nu is het zo dat ik op dit moment vrij zeker weet dat ik zondagavond de tijd heb om even te gaan zitten voor een proper blogje. Dat wil zeggen: als alle sporen en wissels en bovenleidingen dit weekend naar behoren functioneren, maar laten we positief insteken. Dus zondagavond strijk ik neer bij de laptop en ga ik typen. Maar ja. Wat dan? Want ik krijg alle inspiratie nooit in één blogje gepropt. Dus ik had het zo bedacht dat ik u (de lezer voor wie ik het uiteindelijk toch ook doe), een stem geef in hetgeen ik zondagavond hier ga posten.
De stembus is geopend
Ik geef u vier opties.
A. Een stukje over het supermarktgedrag van kinderen - daar is mij namelijk iets in opgevallen
B. Iets over mijn neefje D., met daarin een eerste evaluatie van mijn functie van tante - waarbij opgemerkt dient te worden dat dit stukje best eens een tamelijk zoetsappig en dweperig karakter kan krijgen
C. Een schrijfseltje over de algehele gang en stand van zaken, qua dingen waar ik mee bezig ben en hoe dat loopt
D. Anders, namelijk (hier uw suggestie)
Roept u maar, in de comments of per mail, dan los ik zondag mijn belofte in naar uw behoefte.
En dan ga ik nu weer verder met mijn drukke programma.
Ja, ik wil
Want het is dus niet zo dat ik niet wil bloggen, of dat ik bij dingen die gebeuren steeds denk van: "Leuk, heel aardig, maar niet om over te schrijven". Integendeel. Er zijn belevenissen, dingen die me opvallen, dingen waar ik over nadenk en mee bezig ben. Kortom: inspiratie genoeg. Slechts één essentieel ding ontbreekt me en dat is tijd. En toen ik deze week wèl even tijd had voor een fatsoenlijk stukje, liet de techniek me in de steek en kwam er weer niets van. Dus daar ben je dan mooi klaar mee.
Plannen is vooruitzien
Nu is het zo dat ik op dit moment vrij zeker weet dat ik zondagavond de tijd heb om even te gaan zitten voor een proper blogje. Dat wil zeggen: als alle sporen en wissels en bovenleidingen dit weekend naar behoren functioneren, maar laten we positief insteken. Dus zondagavond strijk ik neer bij de laptop en ga ik typen. Maar ja. Wat dan? Want ik krijg alle inspiratie nooit in één blogje gepropt. Dus ik had het zo bedacht dat ik u (de lezer voor wie ik het uiteindelijk toch ook doe), een stem geef in hetgeen ik zondagavond hier ga posten.
De stembus is geopend
Ik geef u vier opties.
A. Een stukje over het supermarktgedrag van kinderen - daar is mij namelijk iets in opgevallen
B. Iets over mijn neefje D., met daarin een eerste evaluatie van mijn functie van tante - waarbij opgemerkt dient te worden dat dit stukje best eens een tamelijk zoetsappig en dweperig karakter kan krijgen
C. Een schrijfseltje over de algehele gang en stand van zaken, qua dingen waar ik mee bezig ben en hoe dat loopt
D. Anders, namelijk (hier uw suggestie)
Roept u maar, in de comments of per mail, dan los ik zondag mijn belofte in naar uw behoefte.
En dan ga ik nu weer verder met mijn drukke programma.
zondag 11 maart 2012
Buitensluiten
In het huis waar ik woon bevinden zich in totaal vier appartementen. Het contact tussen mij en de buren beperkt zich tot 'live and let live' en zo nu en dan een "hoi" als we elkaar tegenkomen in het trappenhuis. We hebben geen last van elkaar en als dat toch aan de hand dreigt te zijn - bijvoorbeeld als iemand een feestje op de planning heeft staan - wordt daarover een briefje opgehangen met een vooraankondiging. Het is een prima leefsituatie.
Komen en gaan
Ik ben de enige die al geruime tijd in dit pand vertoeft. In de afgelopen vier jaar heb ik flink wat buurtjes gehad. Het beste contact had ik met buurvrouw M., met wie ik een tussenmuur, een overloop en liters thee deelde. Dat was gezellig. Buurvrouw A. is recordhoudster als het gaat om kort op dit adres wonen; haar verhuisdozen waren denk ik nog niet eens helemaal uitgepakt toen ze besloot te gaan hokken met haar lief en de boel subiet weer inpakte. Haar appartement werd overgenomen door buurman J., die ik tot voor kort alleen in een flits zag op de dag dat hij naar hier verhuisde. Dit veranderde twee weken geleden, toen ik door een speling van het lot ineens een halve avond in zijn gezelschap vertoefde.
Grote wasjes, kleine wasjes
Door een regelwijziging van de huisbaas, mogen nieuwe bewoners geen eigen wasmachine meer in huis hebben. Mijn wasmasjien en ik woonden hier al toen deze regel van kracht werd en ik ontspring deze dans dus. Voor de anderen staat er nu op de eerste etage een wasmachine, recht tegenover de kamerdeur van buurman J. Hij hoeft in feite alleen zijn deur te openen en dan kan hij zijn vieze sokken zó in het apparaat gooien.
Nee, dan de buurman
Over die deuren moet ik ook nog even wat vertellen: die kun je vanaf de gang niet zonder sleutel openen, ook niet als ze van het slot zijn. Voor dit verhaal is het tamelijk essentieel dat te weten. Want wat er dus onlangs gebeurde: de buurman ging de was doen, gooide niet met sokken maar liep de twee pasjes over de overloop naar de wasmachine en trok daarbij in één vloeiende beweging de deur achter zich dicht. Om zich vervolgens te realiseren dat hij nu dus wel een probleem had. En zo kwam hij bij mij terecht. Met een licht wanhopige blik in de ogen vroeg hij: "Wat doe jij als je de deur hebt dichtgetrokken en je sleutel ligt nog binnen?" Daarop antwoordde ik dat ik geen idee had, want dat was me nog nooit overkomen. Maar de huisbaas bellen leek me een aardig advies.
Doortastend
"Oh ja, dan doe ik dat wel..." zei hij. Om vervolgens een beetje te blijven dralen. Ik vroeg hem of hij het nummer had. "Eh... jawel..." zei hij. En hij bleef nog een beetje dralen. "...maar je telefoon ligt zeker ook binnen?" raadde ik. "Ja", zei hij opgelucht. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat hij zichzelf een beetje een sukkel vond op dat moment. Wat hij ook was. Maar wel een aardige sukkel. Gelukkig was ik wel daadkrachtig, dus ik zocht het nummer van de huisbaas op in mijn telefoon, drukte op 'bellen' en duwde J. het toestel in handen. Maar de huisbaas nam niet op. Waarop ik hem achter mijn laptop zette zodat hij het telefoonnummer van zijn zusje kon opzoeken. Die nam wel op, maar kon niet helpen. Nogmaals de huisbaas bellen bood gelukkig soelaas: dit keer nam hij wel op en beloofde binnen het uur op ons adres te zijn.
Wat moet je met zo'n man?
Vervolgens wist ik even niet zo goed wat ik moest doen. J. wilde weggaan, maar ik vond het sneu dat hij dan een uur door het trappenhuis moest gaan drentelen. Op z'n sokken. Dus na een korte aarzeling zei ik: "Koffie dan maar?" Hij wilde dat wel en zodoende zaten we even later aan de koffie en hadden we ook nog eens een oprecht gezellig gesprek, zodat de tijd best snel ging. Toen kwam de huisbaas, die hem weer toegang tot zijn eigen huis verschafte en dat was dan dat.
De geboden opvang heeft niet geleid tot een betere band. Sterker nog: sinds het akkefietje heb ik J. niet meer gezien. Maar dat hindert niet.
We weten in elk geval dat we wat aan elkaar hebben.
Komen en gaan
Ik ben de enige die al geruime tijd in dit pand vertoeft. In de afgelopen vier jaar heb ik flink wat buurtjes gehad. Het beste contact had ik met buurvrouw M., met wie ik een tussenmuur, een overloop en liters thee deelde. Dat was gezellig. Buurvrouw A. is recordhoudster als het gaat om kort op dit adres wonen; haar verhuisdozen waren denk ik nog niet eens helemaal uitgepakt toen ze besloot te gaan hokken met haar lief en de boel subiet weer inpakte. Haar appartement werd overgenomen door buurman J., die ik tot voor kort alleen in een flits zag op de dag dat hij naar hier verhuisde. Dit veranderde twee weken geleden, toen ik door een speling van het lot ineens een halve avond in zijn gezelschap vertoefde.
Grote wasjes, kleine wasjes
Door een regelwijziging van de huisbaas, mogen nieuwe bewoners geen eigen wasmachine meer in huis hebben. Mijn wasmasjien en ik woonden hier al toen deze regel van kracht werd en ik ontspring deze dans dus. Voor de anderen staat er nu op de eerste etage een wasmachine, recht tegenover de kamerdeur van buurman J. Hij hoeft in feite alleen zijn deur te openen en dan kan hij zijn vieze sokken zó in het apparaat gooien.
Nee, dan de buurman
Over die deuren moet ik ook nog even wat vertellen: die kun je vanaf de gang niet zonder sleutel openen, ook niet als ze van het slot zijn. Voor dit verhaal is het tamelijk essentieel dat te weten. Want wat er dus onlangs gebeurde: de buurman ging de was doen, gooide niet met sokken maar liep de twee pasjes over de overloop naar de wasmachine en trok daarbij in één vloeiende beweging de deur achter zich dicht. Om zich vervolgens te realiseren dat hij nu dus wel een probleem had. En zo kwam hij bij mij terecht. Met een licht wanhopige blik in de ogen vroeg hij: "Wat doe jij als je de deur hebt dichtgetrokken en je sleutel ligt nog binnen?" Daarop antwoordde ik dat ik geen idee had, want dat was me nog nooit overkomen. Maar de huisbaas bellen leek me een aardig advies.
Doortastend
"Oh ja, dan doe ik dat wel..." zei hij. Om vervolgens een beetje te blijven dralen. Ik vroeg hem of hij het nummer had. "Eh... jawel..." zei hij. En hij bleef nog een beetje dralen. "...maar je telefoon ligt zeker ook binnen?" raadde ik. "Ja", zei hij opgelucht. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat hij zichzelf een beetje een sukkel vond op dat moment. Wat hij ook was. Maar wel een aardige sukkel. Gelukkig was ik wel daadkrachtig, dus ik zocht het nummer van de huisbaas op in mijn telefoon, drukte op 'bellen' en duwde J. het toestel in handen. Maar de huisbaas nam niet op. Waarop ik hem achter mijn laptop zette zodat hij het telefoonnummer van zijn zusje kon opzoeken. Die nam wel op, maar kon niet helpen. Nogmaals de huisbaas bellen bood gelukkig soelaas: dit keer nam hij wel op en beloofde binnen het uur op ons adres te zijn.
Wat moet je met zo'n man?
Vervolgens wist ik even niet zo goed wat ik moest doen. J. wilde weggaan, maar ik vond het sneu dat hij dan een uur door het trappenhuis moest gaan drentelen. Op z'n sokken. Dus na een korte aarzeling zei ik: "Koffie dan maar?" Hij wilde dat wel en zodoende zaten we even later aan de koffie en hadden we ook nog eens een oprecht gezellig gesprek, zodat de tijd best snel ging. Toen kwam de huisbaas, die hem weer toegang tot zijn eigen huis verschafte en dat was dan dat.
De geboden opvang heeft niet geleid tot een betere band. Sterker nog: sinds het akkefietje heb ik J. niet meer gezien. Maar dat hindert niet.
We weten in elk geval dat we wat aan elkaar hebben.
donderdag 1 maart 2012
Oma
In de afgelopen weken schreef ik al twee keer over mijn oma. Het ging niet goed met haar, ze bleek erg ziek te zijn en ging onvoorstelbaar hard achteruit.
Vanmiddag is oma overleden. Misschien is het maar beter zo. Ze had veel pijn, ze kón niet meer. En eigenlijk... al sinds het ter hospitaal gaan en overlijden van opa was ze niet meer wie ze was. Ze vond het zó moeilijk om alleen te zijn. Zonder opa was de lol er voor haar wel vanaf.
Toch dringt het nog niet helemaal tot me door. Wellicht juist omdat het zo snel ging. Ik wist dat dit moment ging komen, heb me er op voorbereid, maar je kan je nooit echt goed op zoiets voorbereiden. Nu het zover is, is het tóch een beetje onwerkelijk.
Dag oma...
Twee
Destijds in kinderspelletjes kon je,
bv als je veter was losgeraakt,
gewoon 'twee' zeggen, en dan stond je
even buitenspel, niemand mocht je dan nog aantikken.
Voor jou had dat moeten blijven gelden.
Dat je 'twee' zei, 'ik ben even
mijn man kwijt', en dat de laatste jaren
dan niet hoefden mee te tellen.
Of dat je, in plaats van sterven,
gewoon verstoppertje speelde
en dat we je nog steeds
niet hadden gevonden.
Herman de Coninck
Vanmiddag is oma overleden. Misschien is het maar beter zo. Ze had veel pijn, ze kón niet meer. En eigenlijk... al sinds het ter hospitaal gaan en overlijden van opa was ze niet meer wie ze was. Ze vond het zó moeilijk om alleen te zijn. Zonder opa was de lol er voor haar wel vanaf.
Toch dringt het nog niet helemaal tot me door. Wellicht juist omdat het zo snel ging. Ik wist dat dit moment ging komen, heb me er op voorbereid, maar je kan je nooit echt goed op zoiets voorbereiden. Nu het zover is, is het tóch een beetje onwerkelijk.
Dag oma...
Twee
Destijds in kinderspelletjes kon je,
bv als je veter was losgeraakt,
gewoon 'twee' zeggen, en dan stond je
even buitenspel, niemand mocht je dan nog aantikken.
Voor jou had dat moeten blijven gelden.
Dat je 'twee' zei, 'ik ben even
mijn man kwijt', en dat de laatste jaren
dan niet hoefden mee te tellen.
Of dat je, in plaats van sterven,
gewoon verstoppertje speelde
en dat we je nog steeds
niet hadden gevonden.
Herman de Coninck
Abonneren op:
Posts (Atom)
U Zei?! - Deel 36
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
Die boeren en die vrouwen, die maken het me niet makkelijk dit jaar. Gisteren was het echt een saaie aflevering. Vorig seizoen was het heus ...
-
De donkere dagen voor kerst zijn weer alomtegenwoordig, met alle jingle bells en dromen over een witte kerst die daarbij horen. Winkelstrate...