Ik mis iets deze zomer. Niet alleen de zon en de warmte die je toch van een zichzelf respecterende zomer mag verwachten, maar ook iets heel anders.
Komkommernieuws.
Al sinds 1787 wordt er in de zomer komkommernieuws gemeld, maar deze zomer wil dat niet erg van de grond komen. Af en toe is er wel een beginnetje, maar het zet niet door.
Het begon natuurlijk erg hoopgevend, met het EHEC-gebeuren en de tau-gate, maar dat schuifdelde stilaan naar de achtergrond en inmiddels eet iedereen weer komkommers alsof er nooit iets aan de hand is geweest.
Een ander nieuwsitem met hoog komkommerpotentieel was de verdwaalde pinguin Happy Feet. Immers: dieren doen het altijd goed, komkommertijdgewijs. Kwesties als "is er wel of geen poema op de Veluwe" en "waar is Groenerick" hebben in de voorbije jaren de gemoederen aardig bezig weten te houden in de maanden dat er verder niet zoveel gebeurde. Maar Happy Feet is inmiddels weer behoorlijk up & running en ja, wat moet je er dan verder nog over zeggen? Van de fauna moeten we het ook niet hebben in 2011.
Natuurlijk hebben we ons deze week kunnen vergapen aan de henna-allergie van Gerard Joling. Maar is dat nou echt komkommernieuws? Die gast is toch het hele jaar door bereid om werkelijk álles wat we (niet) willen weten met de riooljournalisten te delen? Dat valt dus ook af.
Komkommernieuws is altijd fijn om de focus te verleggen. Het is de input voor kletspraatjes bij koffieauotmaten, als er even weinig te bespreken is dat écht belangrijk is. Dit jaar is het alleen zo anders. Geen komkommernieuws: het zij zo. Maar dat we daarvoor in de plaats wèl economische crises hebben waarin de halve wereld failliet lijkt te gaan. En dat we dan wèl geconfronteerd worden met een volslagen idioot die een massaslachting aanricht in Noorwegen en dat met zijn ridicule ideeën nog denkt te kunnen rechtvaardigen ook... Dat stemt mij best een beetje treurig. Zei ik treurig? Ik bedoel dat het me oprecht boos maakt. Hoe kún je zoiets doen?
Zullen we voor augustus dus gewoon op zoek gaan naar een leuk komkommerdingetje? En verder even niet teveel narigheid meer? Ik trek dat erg slecht namelijk. Suggesties voor leuke komkommers om de focus te verleggen gaarne in de comments.
Anders blijft de zomer van 2011 nieuwsgewijs net zo droevig als het bijbehorende weertype.
vrijdag 29 juli 2011
vrijdag 22 juli 2011
Been there...
Ik had al een tijdje een dingetje aan mijn rechterbeen. Het was een klein dingetje, het zag er niet mooi uit, maar het was verder niet vervelend.
In de laatste maanden evolueerde het dingetje echter. Het werd minder mooi en het ging pijn doen. Maar nog steeds was het zo'n klein dingetje dat ik dacht: "Om daarvoor nou naar de huisarts te gaan..."
Vorige week moest ik voor iets anders naar de huisarts en ik besloot om haar toch even naar het dingetje te laten kijken. Zij vond het ook een gek dingetje, maar ze wist niet wat het was. Omdat het pijn deed, vond ze wel dat ik het moest laten weghalen. Dat is gisteren gebeurd.
De poliklinische operatiekamer kende ik al. Er was echter iets belangrijks veranderd: ze draaiden geen Abba. De vorige keer deden ze dat wel en dat was helpend. Nu werd ik verdoofd onder de klanken van 'Non, je ne regrette rien'. Dat doet toch iets heel andes met de spirit, temeer omdat ik me op dat moment bedacht dat Edith Piaf het nog altijd goed doet in de begrafenis-top-weetikhoeveel. Maar nou ja.
Ik werd dus verdoofd en verder was het weghalen van het dingetje an sich een fluitje van een cent. De chrirug naaide me weer dicht en de OK-assistente plakte een douchepleister op mijn been. "Ik geef je er ook nog eentje mee, voor als deze misschien wat bloederig wordt", zei ze.
Vervolgens fietste ik naar huis. Net geopereerd en met hechtingen ja, maar heel niet zoveel als Johnny Hoogerland en die kon toch óók nog fietsen? En bovendien: ik ben óók een Zeeuw hoor! Nah! En eigenlijk vond ik het op dat moment nog alles meevallen.
Maar dan: die douchepleisters.
"Voor als deze een beetje bloederig wordt", had ze gezegd. Dat was dus niet het geval. Die pleister werd niet een beetje bloederig. Het was, nou... horror is wel een goed woord. En wie nu denkt: bof jij even dat je een extra pleister had - die heeft het mis. Ik werd namelijk bang. Van mijn eigen been ja. Want om een nieuwe pleister te kunnen plakken, moest ik die oude er eerst afpeuteren, inclusief bloed, en dat durfde ik niet.
's Avonds had ik vriendin M. aan de telefoon en ik vertelde het haar. Zij kreeg er ook een beetje de griebels van. Na het telefoontje vond ik dat ik toch maar de stoere versie van mezelf moest spelen en heb ik alsnog de pleister verwisseld. Het werd de bloederige aangelegenheid die ik al verwachtte. En oh, nu de verdovingen niet meer werken doet het ook best veel pijn, dus de stoere versie van mezelf moet maar even up & running blijven.
Maar afijn. Ik heb in elk geval geen dingetje meer aan mijn been.
In de laatste maanden evolueerde het dingetje echter. Het werd minder mooi en het ging pijn doen. Maar nog steeds was het zo'n klein dingetje dat ik dacht: "Om daarvoor nou naar de huisarts te gaan..."
Vorige week moest ik voor iets anders naar de huisarts en ik besloot om haar toch even naar het dingetje te laten kijken. Zij vond het ook een gek dingetje, maar ze wist niet wat het was. Omdat het pijn deed, vond ze wel dat ik het moest laten weghalen. Dat is gisteren gebeurd.
De poliklinische operatiekamer kende ik al. Er was echter iets belangrijks veranderd: ze draaiden geen Abba. De vorige keer deden ze dat wel en dat was helpend. Nu werd ik verdoofd onder de klanken van 'Non, je ne regrette rien'. Dat doet toch iets heel andes met de spirit, temeer omdat ik me op dat moment bedacht dat Edith Piaf het nog altijd goed doet in de begrafenis-top-weetikhoeveel. Maar nou ja.
Ik werd dus verdoofd en verder was het weghalen van het dingetje an sich een fluitje van een cent. De chrirug naaide me weer dicht en de OK-assistente plakte een douchepleister op mijn been. "Ik geef je er ook nog eentje mee, voor als deze misschien wat bloederig wordt", zei ze.
Vervolgens fietste ik naar huis. Net geopereerd en met hechtingen ja, maar heel niet zoveel als Johnny Hoogerland en die kon toch óók nog fietsen? En bovendien: ik ben óók een Zeeuw hoor! Nah! En eigenlijk vond ik het op dat moment nog alles meevallen.
Maar dan: die douchepleisters.
"Voor als deze een beetje bloederig wordt", had ze gezegd. Dat was dus niet het geval. Die pleister werd niet een beetje bloederig. Het was, nou... horror is wel een goed woord. En wie nu denkt: bof jij even dat je een extra pleister had - die heeft het mis. Ik werd namelijk bang. Van mijn eigen been ja. Want om een nieuwe pleister te kunnen plakken, moest ik die oude er eerst afpeuteren, inclusief bloed, en dat durfde ik niet.
's Avonds had ik vriendin M. aan de telefoon en ik vertelde het haar. Zij kreeg er ook een beetje de griebels van. Na het telefoontje vond ik dat ik toch maar de stoere versie van mezelf moest spelen en heb ik alsnog de pleister verwisseld. Het werd de bloederige aangelegenheid die ik al verwachtte. En oh, nu de verdovingen niet meer werken doet het ook best veel pijn, dus de stoere versie van mezelf moet maar even up & running blijven.
Maar afijn. Ik heb in elk geval geen dingetje meer aan mijn been.
donderdag 21 juli 2011
Help! Kan die man weg?
Mag ik weer even een ergernis met u delen?
Het gaat over reality-tv en het sluimert al een tijdje, maar gisteravond bereikte het een hoogtepunt. Dat kwam zo: ik zag John Williams op tv en die deed een oproep voor opnieuw een achterlijk kutprogramma vol van Klein Menselijk Leed. In dit geval händelde het sich ook nog eens over een revival van Het Spijt Me. Noem me naief, maar ik leefde toch echt in de stellige overtuiging dat we dat programma met alle egards hadden uitgekotst. Maar niet dus. John Williams komt ook hier weer to the rescue met zijn onafscheidelijke cameraploeg en onoprechte porem.
Vroeger - toen ik nog jong & onbedorven was enzo - was er bijvoorbeeld Lieve Martine, met Martine van Os. In dat programma zag je inwoners van, ik noem maar wat, Steenwijksmoer. Die waren boos omdat er een trapje was geplaatst bij het buurtcentrum en rolstoelgebruikers nu dat centrum niet meer in konden. Dan keek Martine bezorgd in de camera en zei ze: "Daar moeten we wat aan doen!" Dan ging ze naar de plaatselijke timmerman die nog een best stuk hout had liggen en daar werd dan een puike plank van gemaakt. Konden de rolstoelers het buurtcentrum weer in, iedereen blij, en een eindshot van de dankbare dorperlingen aan de tompoezen in het buurtcentrum.
Maar daar doen we het niet meer voor tegenwoordig. Martine doet onduidelijke dingen bij omroep Max (althans, dingen die voor mij onduidelijk zijn - ik behoor niet tot die doelgroep) en haar plaats van redder in de nood is ingenomen door John Williams. De programma's die hij presenteert beginnen bij voorkeur met het woord "Help". Terecht, me dunkt.
Meld je aan en John lost je problemen op. Of dat lijkt dan zo. Heeft je man een hobby? John helpt hem van zijn hobby af. Terwijl het mij veel vervelender lijkt om een man zónder hobby te hebben. Dat je hem de godganse dag taakjes moet geven om te voorkomen dat hij met zijn luie reet een enorme kuil in de bank zit. Maar goed, er zijn dus vrouwen die het vervelend vinden als hun man een hobby heeft.
En nu mogen we dus weer 'het spijt me' zeggen op tv. Waarom je daar John Williams voor nodig hebt: ik heb geen idee. Net zomin als ik een idee heb waarom je überhaupt een cameraploeg op je snufferd wilt en je problemen aan de hele natie wil tonen. Waarom zóu je? Als ik een akkefietje heb met iets of iemand, dan los ik dat op. Het kan best even kut zijn en er kan ook wel wat tijd overheen gaan, maar opgelost wordt het. Daar heb ik echt geen cameraploeg voor nodig - liever niet zelfs.
Ja, zo'n camera doet af en toe wel wonderen bij de plaatselijke middenstand. John Williams en consorten peuteren allerhande parafernalia los voor de zielige mensen die ze omwille van de kijkcijfers uit de penarie helpen. En van dat gegraai word ik dan ook weer een beetje nijdig. Ik heb ooit Wendy van Dijk tekeer zien gaan in een babywinkel - nou, dat vond ik gewoon op het onbeschofte af. Dat was 'pikken wat je pakken kan'. Is dat nou nodig?
Wat je niet ziet op tv, maar wat ik inmiddels wel van verschilende kanten gehoord heb, is dat het resultaat niet per definitie zo florisant is als ze het doen voorkomen. John heeft nog niet koud de kont gekeerd of je dak lekt weer, de middenstand eist z'n spulletjes terug of je man pakt z'n hobby weer op. Dat gebeurt echt. De kijkcijfers zijn in de daarvoor bestemde pocket - aan nazorg doen we niet.
Tot slot: als Martine van Os bezorgd fronste, dan geloofde ik haar. Dan dacht ik: goh zeg, die vrouw vindt het écht lullig voor de rolstoelers in Steenwijksmoer. Als John Williams een meelevend smoel trekt, dan denk ik: "Djiez, je meent er echt geen flikker van hè?"
Afijn.
Ik snap werkelijk niet waarom al die miesmuizers hun dingetjes op de televisie willen tonen. En nee: ik kijk er niet naar, maar helaas ontkom je niet altijd aan de oproepjes en vooraankondigingen. Nog even en we houden helemaal niks meer voor onszelf. Van geboorte tot dood en alles wat daar tussenin gebeurt: overal is wel een programma voor.
Van mij hoeft het niet.
Het gaat over reality-tv en het sluimert al een tijdje, maar gisteravond bereikte het een hoogtepunt. Dat kwam zo: ik zag John Williams op tv en die deed een oproep voor opnieuw een achterlijk kutprogramma vol van Klein Menselijk Leed. In dit geval händelde het sich ook nog eens over een revival van Het Spijt Me. Noem me naief, maar ik leefde toch echt in de stellige overtuiging dat we dat programma met alle egards hadden uitgekotst. Maar niet dus. John Williams komt ook hier weer to the rescue met zijn onafscheidelijke cameraploeg en onoprechte porem.
Vroeger - toen ik nog jong & onbedorven was enzo - was er bijvoorbeeld Lieve Martine, met Martine van Os. In dat programma zag je inwoners van, ik noem maar wat, Steenwijksmoer. Die waren boos omdat er een trapje was geplaatst bij het buurtcentrum en rolstoelgebruikers nu dat centrum niet meer in konden. Dan keek Martine bezorgd in de camera en zei ze: "Daar moeten we wat aan doen!" Dan ging ze naar de plaatselijke timmerman die nog een best stuk hout had liggen en daar werd dan een puike plank van gemaakt. Konden de rolstoelers het buurtcentrum weer in, iedereen blij, en een eindshot van de dankbare dorperlingen aan de tompoezen in het buurtcentrum.
Maar daar doen we het niet meer voor tegenwoordig. Martine doet onduidelijke dingen bij omroep Max (althans, dingen die voor mij onduidelijk zijn - ik behoor niet tot die doelgroep) en haar plaats van redder in de nood is ingenomen door John Williams. De programma's die hij presenteert beginnen bij voorkeur met het woord "Help". Terecht, me dunkt.
Meld je aan en John lost je problemen op. Of dat lijkt dan zo. Heeft je man een hobby? John helpt hem van zijn hobby af. Terwijl het mij veel vervelender lijkt om een man zónder hobby te hebben. Dat je hem de godganse dag taakjes moet geven om te voorkomen dat hij met zijn luie reet een enorme kuil in de bank zit. Maar goed, er zijn dus vrouwen die het vervelend vinden als hun man een hobby heeft.
En nu mogen we dus weer 'het spijt me' zeggen op tv. Waarom je daar John Williams voor nodig hebt: ik heb geen idee. Net zomin als ik een idee heb waarom je überhaupt een cameraploeg op je snufferd wilt en je problemen aan de hele natie wil tonen. Waarom zóu je? Als ik een akkefietje heb met iets of iemand, dan los ik dat op. Het kan best even kut zijn en er kan ook wel wat tijd overheen gaan, maar opgelost wordt het. Daar heb ik echt geen cameraploeg voor nodig - liever niet zelfs.
Ja, zo'n camera doet af en toe wel wonderen bij de plaatselijke middenstand. John Williams en consorten peuteren allerhande parafernalia los voor de zielige mensen die ze omwille van de kijkcijfers uit de penarie helpen. En van dat gegraai word ik dan ook weer een beetje nijdig. Ik heb ooit Wendy van Dijk tekeer zien gaan in een babywinkel - nou, dat vond ik gewoon op het onbeschofte af. Dat was 'pikken wat je pakken kan'. Is dat nou nodig?
Wat je niet ziet op tv, maar wat ik inmiddels wel van verschilende kanten gehoord heb, is dat het resultaat niet per definitie zo florisant is als ze het doen voorkomen. John heeft nog niet koud de kont gekeerd of je dak lekt weer, de middenstand eist z'n spulletjes terug of je man pakt z'n hobby weer op. Dat gebeurt echt. De kijkcijfers zijn in de daarvoor bestemde pocket - aan nazorg doen we niet.
Tot slot: als Martine van Os bezorgd fronste, dan geloofde ik haar. Dan dacht ik: goh zeg, die vrouw vindt het écht lullig voor de rolstoelers in Steenwijksmoer. Als John Williams een meelevend smoel trekt, dan denk ik: "Djiez, je meent er echt geen flikker van hè?"
Afijn.
Ik snap werkelijk niet waarom al die miesmuizers hun dingetjes op de televisie willen tonen. En nee: ik kijk er niet naar, maar helaas ontkom je niet altijd aan de oproepjes en vooraankondigingen. Nog even en we houden helemaal niks meer voor onszelf. Van geboorte tot dood en alles wat daar tussenin gebeurt: overal is wel een programma voor.
Van mij hoeft het niet.
dinsdag 19 juli 2011
Uitroeptekentjes
Wat gaat een jaar toch snel voorbij, eigenlijk.
Woensdag was het een jaar terug van Maai, vandaag is het een jaar geleden dat opa er tussenuit piepte.
Op de dag van opa's crematie heb ik een verhaal voorgelezen van Toon Tellegen. Een verhaal over herinneren. Over 'uitroeptekentjes'. Ik kom die uitroeptekentjes bijna elke dag weer tegen. Als ik iemand iets hoor zeggen wat eigenlijk hij had moeten zeggen. Als ik iemand zie lopen met net zo'n zelfde (oerlelijk...) gilet-achtig ding aan als hij droeg.
Vandaag het verhaal over de uitroeptekentjes. Omdat het een mooi verhaal is, omdat ik het zo 'waar' vind.
(en dan keer ik in mijn volgende blogje weer terug naar 2011).
***
Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn.
"Ik ga voor geruime tijd op reis," zei hij, "maar ik weet niet voor hoe lang. Ik neem dus maar zó afscheid dat het ook voor heel lang kan zijn."
Zij schudden elkaar vijf keer de hand en omhelsden elkaar ook zoals het bij een afscheid voor lange tijd hoort.
"Laat je nog iets van je horen?" vroeg de eekhoorn.
De mier had zich al omgedraaid en riep, terwijl hij langs het bospad liep: "Ja!"
Even later was hij uit het gezicht verdwenen en bleef de eekhoorn alleen achter. Wat zou het voor reis zijn? dacht hij. Maar hij wist hoe weinig je kon zeggen van reizen die nog moesten beginnen.
Niet lang daarna ontving de eekhoorn een brief.
Beste Eekhoorn,
Ik ben nu volledig op reis. Ik heb je beloofd dat ik iets van mij zou laten horen. Als je straks een uitroepteken leest laat ik iets van mij horen.
Lees je goed? Let op!
Op dat moment klonk er een zacht gefluit dat onmiskenbaar het gefluit van de mier was.
"Mier!" riep de eekhoorn opgetogen. Hij draaide de brief om en om, keek tussen alle letters en toen in de envelop en op de grond, maar er was geen spoor van de mier te bekennen. Hij begon opnieuw te lezen, en weer hoorde hij, toen hij het uitroepteken las, hetzelfde zachte gefluit. Als hij lang naar het uitroepteken keek kon hij zelfs een liedje herkennen dat de mier dikwijls floot.
Hij deed de brief in de envelop en legde hem op de tafel naast zijn bed. Hij moet heel ver weg zijn, dacht de eekhoorn. Maar hij denkt aan mij!
De zon scheen en de eekhoorn ging op de tak voor zijn deur zitten. Maar telkens stond hij op en ging hij naar binnen om de brief opnieuw te lezen, en telkens als hij bij het uitroepteken kwam hoorde hij weer het zachte fluiten van de mier die van ver weg iets van zich liet horen. En telkens schudde de eekhoorn zijn hoofd, glinsterden zijn ogen en dacht hij: mier, mier!
Woensdag was het een jaar terug van Maai, vandaag is het een jaar geleden dat opa er tussenuit piepte.
Op de dag van opa's crematie heb ik een verhaal voorgelezen van Toon Tellegen. Een verhaal over herinneren. Over 'uitroeptekentjes'. Ik kom die uitroeptekentjes bijna elke dag weer tegen. Als ik iemand iets hoor zeggen wat eigenlijk hij had moeten zeggen. Als ik iemand zie lopen met net zo'n zelfde (oerlelijk...) gilet-achtig ding aan als hij droeg.
Vandaag het verhaal over de uitroeptekentjes. Omdat het een mooi verhaal is, omdat ik het zo 'waar' vind.
(en dan keer ik in mijn volgende blogje weer terug naar 2011).
***
Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn.
"Ik ga voor geruime tijd op reis," zei hij, "maar ik weet niet voor hoe lang. Ik neem dus maar zó afscheid dat het ook voor heel lang kan zijn."
Zij schudden elkaar vijf keer de hand en omhelsden elkaar ook zoals het bij een afscheid voor lange tijd hoort.
"Laat je nog iets van je horen?" vroeg de eekhoorn.
De mier had zich al omgedraaid en riep, terwijl hij langs het bospad liep: "Ja!"
Even later was hij uit het gezicht verdwenen en bleef de eekhoorn alleen achter. Wat zou het voor reis zijn? dacht hij. Maar hij wist hoe weinig je kon zeggen van reizen die nog moesten beginnen.
Niet lang daarna ontving de eekhoorn een brief.
Beste Eekhoorn,
Ik ben nu volledig op reis. Ik heb je beloofd dat ik iets van mij zou laten horen. Als je straks een uitroepteken leest laat ik iets van mij horen.
Lees je goed? Let op!
Op dat moment klonk er een zacht gefluit dat onmiskenbaar het gefluit van de mier was.
"Mier!" riep de eekhoorn opgetogen. Hij draaide de brief om en om, keek tussen alle letters en toen in de envelop en op de grond, maar er was geen spoor van de mier te bekennen. Hij begon opnieuw te lezen, en weer hoorde hij, toen hij het uitroepteken las, hetzelfde zachte gefluit. Als hij lang naar het uitroepteken keek kon hij zelfs een liedje herkennen dat de mier dikwijls floot.
Hij deed de brief in de envelop en legde hem op de tafel naast zijn bed. Hij moet heel ver weg zijn, dacht de eekhoorn. Maar hij denkt aan mij!
De zon scheen en de eekhoorn ging op de tak voor zijn deur zitten. Maar telkens stond hij op en ging hij naar binnen om de brief opnieuw te lezen, en telkens als hij bij het uitroepteken kwam hoorde hij weer het zachte fluiten van de mier die van ver weg iets van zich liet horen. En telkens schudde de eekhoorn zijn hoofd, glinsterden zijn ogen en dacht hij: mier, mier!
woensdag 13 juli 2011
vrijdag 8 juli 2011
De kleine dingen die het niet doen
"Anne, de bel is kapot. Laat mijn telefoon een keer overgaan, dan kom ik opendoen".
Dat stond op het briefje dat vriendin E. aan de voordeur had gekleefd. Dus ik liet haar telefoon een keer overgaan en ze kwam opendoen.
We hadden een gezellige avond, gisteravond. Ik was al een tijdje niet bij haar thuis geweest.
"Is de bel al lang kapot?" vroeg ik op een gegeven moment.
"Ja, al maanden", zei ze.
Dat was de aanzet tot een gesprek over het feit dat je soms gewoon accepteert dat dingen het niet doen. Je weet wel dat het niet goed is, je weet in principe ook wat je eraan kan doen, maar je vindt het wel best. Dat had zij dus met die bel, dat heb ik ook met bepaalde dingen. Zoals met de koelkast die ik eigenlijk moet vervangen. Het is niet moeilijk, je kan zelfs via internet een nieuwe kopen en zo'n ding kost een scheet en zeven knikkers. Maar ja. Dan vraag ik me weer af of het nou ècht nodig is. En bovendien: zo'n scheet heb ik altijd wel bij me, maar waar haal ik in vredesnaam die zeven knikkers vandaan? Dus blijft mijn armoedige koelkast in huis.
Een ander ding: het lampje in de afzuigkap is zeker een half jaar geleden kapotgegaan en niet vervangen. Want ach. Wie mist zo'n lampje nou? Ja, eigenlijk mis ik het heel erg, maar het went. En dan mis je het vanzelf een beetje minder. Bovendien herinnerde ik me de vorige keer dat het lampje vervangen moest worden en dat iemand anders dat toen voor me gedaan heeft. Daaruit had ik afgeleid dat ik het 'dus' niet zelf kon. "Maar waarom ook niet, eigenlijk", vroeg ik me gisteravond ineens vertwijfeld af.
Vriendin E. had nog een akkefietje met haar onwaarschijnlijk trage computer. "De vriend van m'n zusje heeft me een paar maanden terug al iets gegeven waarmee ik de capaciteit kan vergroten zodat-ie weer wat sneller wordt", zei ze. "Ook nog niks mee gedaan. Daar voel ik me dan wel schuldig over, want hij heeft die moeite gedaan en vervolgens doe ik er niks mee." En toen stelde ik de vraag die ik net aan mezelf had gesteld ook maar aan haar. "Waarom niet?" Prompt stond ze op, liep naar de computer en legde klaar wat ze nodig had. "Morgenochtend. Dan doe ik het", zei ze.
"Dan ga ik morgenochtend het lampje in de afzuigkap vervangen", zei ik.
Natuurlijk kon ik dat best.
Ik had zelfs nog een lampje in huis. Klepje open, oud lampje eruit, nieuw lampje erin, klepje dicht. Dat was alles. Het hele klusje kostte me missschien anderhalve minuut en het levert me heel wat op: licht in de keuken en tevredenheid dat het weer gefikst is. Al ben ik dan ook meteen een beetje mopperig op mezelf, omdat ik zoiets simpels zolang laat versloffen.
Dus, bevangen door dadendrang is de koelkast het volgende project.
Of nee. Eerst die zeven knikkers - want die heb ik daar echt wel voor nodig.
Over een half jaar ongetwijfeld meer over dit onderwerp.
Dat stond op het briefje dat vriendin E. aan de voordeur had gekleefd. Dus ik liet haar telefoon een keer overgaan en ze kwam opendoen.
We hadden een gezellige avond, gisteravond. Ik was al een tijdje niet bij haar thuis geweest.
"Is de bel al lang kapot?" vroeg ik op een gegeven moment.
"Ja, al maanden", zei ze.
Dat was de aanzet tot een gesprek over het feit dat je soms gewoon accepteert dat dingen het niet doen. Je weet wel dat het niet goed is, je weet in principe ook wat je eraan kan doen, maar je vindt het wel best. Dat had zij dus met die bel, dat heb ik ook met bepaalde dingen. Zoals met de koelkast die ik eigenlijk moet vervangen. Het is niet moeilijk, je kan zelfs via internet een nieuwe kopen en zo'n ding kost een scheet en zeven knikkers. Maar ja. Dan vraag ik me weer af of het nou ècht nodig is. En bovendien: zo'n scheet heb ik altijd wel bij me, maar waar haal ik in vredesnaam die zeven knikkers vandaan? Dus blijft mijn armoedige koelkast in huis.
Een ander ding: het lampje in de afzuigkap is zeker een half jaar geleden kapotgegaan en niet vervangen. Want ach. Wie mist zo'n lampje nou? Ja, eigenlijk mis ik het heel erg, maar het went. En dan mis je het vanzelf een beetje minder. Bovendien herinnerde ik me de vorige keer dat het lampje vervangen moest worden en dat iemand anders dat toen voor me gedaan heeft. Daaruit had ik afgeleid dat ik het 'dus' niet zelf kon. "Maar waarom ook niet, eigenlijk", vroeg ik me gisteravond ineens vertwijfeld af.
Vriendin E. had nog een akkefietje met haar onwaarschijnlijk trage computer. "De vriend van m'n zusje heeft me een paar maanden terug al iets gegeven waarmee ik de capaciteit kan vergroten zodat-ie weer wat sneller wordt", zei ze. "Ook nog niks mee gedaan. Daar voel ik me dan wel schuldig over, want hij heeft die moeite gedaan en vervolgens doe ik er niks mee." En toen stelde ik de vraag die ik net aan mezelf had gesteld ook maar aan haar. "Waarom niet?" Prompt stond ze op, liep naar de computer en legde klaar wat ze nodig had. "Morgenochtend. Dan doe ik het", zei ze.
"Dan ga ik morgenochtend het lampje in de afzuigkap vervangen", zei ik.
Natuurlijk kon ik dat best.
Ik had zelfs nog een lampje in huis. Klepje open, oud lampje eruit, nieuw lampje erin, klepje dicht. Dat was alles. Het hele klusje kostte me missschien anderhalve minuut en het levert me heel wat op: licht in de keuken en tevredenheid dat het weer gefikst is. Al ben ik dan ook meteen een beetje mopperig op mezelf, omdat ik zoiets simpels zolang laat versloffen.
Dus, bevangen door dadendrang is de koelkast het volgende project.
Of nee. Eerst die zeven knikkers - want die heb ik daar echt wel voor nodig.
Over een half jaar ongetwijfeld meer over dit onderwerp.
donderdag 7 juli 2011
Meeuwen
Gele vuilniszakken.
Eieren schudden.
Ondergrondse vuilcontainers.
Massaslachting.
In de loop van de tijd zijn er al verschillende ideeën geweest in de strijd tegen meeuwenoverlast. Helaas bleek geen enkele van deze maatregelen ècht effectief.
Ik heb het er al vaker over gehad, maar ik ga het gewoon nog eens doen. Ik haat meeuwen. Meeuwen zijn de afgezanten van Satan op aarde. In de afgelopen week hebben ze met hun gekrijs en gedoe mijn toch al niet optimale nachtrust meerdere keren verstoord en daar hou ik niet van. Sterker nog: verstoor mijn nachtrust en je krijgt te maken met een Anne op oorlogspad.
Meeuwen.
Ten eerste vind ik ze lelijk en ook een beetje eng. En zo brutaal als de beul, dat mag bekend zijn. Zelfs als jij iemand bent die zich de kaas niet van het brood laat eten, weet de meeuw daar wel raad mee. Die neemt gewoon de kaas èn het brood. Dat is althans een verhaal dat ik laatst hoorde.
Op woensdag is het vuilnisophaaldag in mijn straat. Ik denk dat de meeuwen op een van hun vele strooptochten ergens een afvalkalender hebben meegepikt, want echt: op dinsdagmiddag begint het verzamelen al. Op dinsdagavond worden de eerste vuilniszakken aan de stoep gezet en dan begint het. Ze attaqueren die zakken. Soms zitten ze erin te pikken totdat ze er een gat in hebben gemaakt, maar ik heb ook al eens een meeuw met vuilniszak en al door de straat zien scheren. Gevolg: de inhoud van de zakken wordt over de stoep en de straat uitgestrooid en daarmee verwordt de straat tot een soort beginnende vuilnisbelt.
En krijsen hè. Het is een geluid dat niet uit te schrijven valt. Het is ook niet één geluid trouwens. Soms is het krijsen, soms is het meer een soort jammeren. Maar altijd te hard. En daar word ik dan dus wakker van. Vervolgens kom ik niet meer in slaap, want die meeuwen houden niet op als ik wakker ben. Als het niet het gekrijs is, is het wel het lawaai dat ze maken met de vuilniszakken.
Ze laten zich ook niet makkelijk wegjagen. Soms zie je iemand een poging doen, maar dan zitten ze diegene over het algemeen aan te kijken met zo'n blik van: "Wat moet je nou?" Maar op de één of andere manier zijn ze wèl altijd op tijd weg voor het verkeer. Platgereden duiven zie je regelmatig, maar een dode meeuw? Niet vaak hoor. De enkele keer dat ik het zag, had ik de neiging om de automobilist in kwestie op te sporen om hem een aanmoedigingsprijs te geven. "Vooral doorgaan!"
Ik weet dat het een moeilijk oplosbaar probleem is. Dit blogje is vooral bedoeld om mijn frustratie af te reageren. Maar toch. Mocht er iemand zijn die een oplossing weet: vertel het mij, vertel het de gemeente, spread the message.
Vooralsnog zie ik zelf het meest in het uitmoorden van de gehele meeuwenpopulatie.
Maar dat idee wordt me vast ingegeven door mijn verstoorde nachtrust.
Eieren schudden.
Ondergrondse vuilcontainers.
Massaslachting.
In de loop van de tijd zijn er al verschillende ideeën geweest in de strijd tegen meeuwenoverlast. Helaas bleek geen enkele van deze maatregelen ècht effectief.
Ik heb het er al vaker over gehad, maar ik ga het gewoon nog eens doen. Ik haat meeuwen. Meeuwen zijn de afgezanten van Satan op aarde. In de afgelopen week hebben ze met hun gekrijs en gedoe mijn toch al niet optimale nachtrust meerdere keren verstoord en daar hou ik niet van. Sterker nog: verstoor mijn nachtrust en je krijgt te maken met een Anne op oorlogspad.
Meeuwen.
Ten eerste vind ik ze lelijk en ook een beetje eng. En zo brutaal als de beul, dat mag bekend zijn. Zelfs als jij iemand bent die zich de kaas niet van het brood laat eten, weet de meeuw daar wel raad mee. Die neemt gewoon de kaas èn het brood. Dat is althans een verhaal dat ik laatst hoorde.
Op woensdag is het vuilnisophaaldag in mijn straat. Ik denk dat de meeuwen op een van hun vele strooptochten ergens een afvalkalender hebben meegepikt, want echt: op dinsdagmiddag begint het verzamelen al. Op dinsdagavond worden de eerste vuilniszakken aan de stoep gezet en dan begint het. Ze attaqueren die zakken. Soms zitten ze erin te pikken totdat ze er een gat in hebben gemaakt, maar ik heb ook al eens een meeuw met vuilniszak en al door de straat zien scheren. Gevolg: de inhoud van de zakken wordt over de stoep en de straat uitgestrooid en daarmee verwordt de straat tot een soort beginnende vuilnisbelt.
En krijsen hè. Het is een geluid dat niet uit te schrijven valt. Het is ook niet één geluid trouwens. Soms is het krijsen, soms is het meer een soort jammeren. Maar altijd te hard. En daar word ik dan dus wakker van. Vervolgens kom ik niet meer in slaap, want die meeuwen houden niet op als ik wakker ben. Als het niet het gekrijs is, is het wel het lawaai dat ze maken met de vuilniszakken.
Ze laten zich ook niet makkelijk wegjagen. Soms zie je iemand een poging doen, maar dan zitten ze diegene over het algemeen aan te kijken met zo'n blik van: "Wat moet je nou?" Maar op de één of andere manier zijn ze wèl altijd op tijd weg voor het verkeer. Platgereden duiven zie je regelmatig, maar een dode meeuw? Niet vaak hoor. De enkele keer dat ik het zag, had ik de neiging om de automobilist in kwestie op te sporen om hem een aanmoedigingsprijs te geven. "Vooral doorgaan!"
Ik weet dat het een moeilijk oplosbaar probleem is. Dit blogje is vooral bedoeld om mijn frustratie af te reageren. Maar toch. Mocht er iemand zijn die een oplossing weet: vertel het mij, vertel het de gemeente, spread the message.
Vooralsnog zie ik zelf het meest in het uitmoorden van de gehele meeuwenpopulatie.
Maar dat idee wordt me vast ingegeven door mijn verstoorde nachtrust.
Abonneren op:
Posts (Atom)
U Zei?! - Deel 36
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
Die boeren en die vrouwen, die maken het me niet makkelijk dit jaar. Gisteren was het echt een saaie aflevering. Vorig seizoen was het heus ...
-
De donkere dagen voor kerst zijn weer alomtegenwoordig, met alle jingle bells en dromen over een witte kerst die daarbij horen. Winkelstrate...
