woensdag 29 april 2009

De Mediamarkt

Ik heb een nieuwe digitale camera nodig. De oude is nogal zieltogend, namelijk. Als ik er nieuwe batterijen in doe, dan doet hij het hooguit een uur en daarna doet ie niks meer. Dat moet anders, zeker nu ik wat kodakwaardige momenten in het vooruitzicht heb.

Het punt is alleen dat ik voor deze aankoop naar de Mediamarkt moet. En mensen, ik háát de Mediamarkt. Ik vind die zaak een natuurgetrouwe weergave van de hel, maar dan met elektrische apparaten. Ik kom er zo min mogelijk, want ik word altijd licht hysterisch óf depressief als ik daar ben.

De laatste keer dat ik mij in de Mediamarkt begaf, was in 2007. Toen ging ik er een wasmachine kopen. De verkoper, met een gezicht dat een rijk acnéverleden etaleerde, sprak mij aan met 'mevrouwtje' en dan heb je het meteen al verpest. Gelukkig was er iemand bij me die mij door deze beproeving heen en er een fikse korting uit sleepte, want anders had ik nu nog in het gangpad liggen wenen, ben ik bang.

Maar nu heb ik geen keuze. Er zijn wel andere cameragiganten, maar daar heb ik niet genoeg fiducie in. De Mediamarkt schijnt goed te zijn en ik ga voor kwaliteit. Maar ik heb nu al nachtmerries over het naderende gebeuren.

Ook dit keer heb ik iemand weten te charteren die mij, onder strikte voorwaarden, wil assisteren. Denk hierbij aan: mijn hand vasthouden, me bemoedigend toespreken en mij helpen bij het keuzeproces. Niet dat ik geen keuzes kan maken, maar ik ben bang dat ik de eerste de beste camera uit het schap ruk, in recordtempo langs de kassa ren en dan buiten hyperventilerend moet concluderen dat ik bijvoorbeeld een onderwatercamera in handen heb. En dan moet ik weer naar binnen.

Dat zou beroerd zijn, dus ik hoop dat die ander beter uit zijn doppen kijkt dan ik en me juist op tijd een goede camera in handen weet te drukken. O ja, en dat van die korting, dat is natuurlijk ook voor herhaling vatbaar.

Deze tentatie staat gepland voor aanstaande zaterdag.
Willen jullie aan me denken?

Dank.

dinsdag 28 april 2009

Heel veel lieve mensen

Soms word ik erg blij van dingen.

Mijn 25e verjaardag is daar een voorbeeld van. Niet alleen het feit dat het plaatsvond, maar vooral de manier waarop, maakte het een onvergetelijk gebeuren. Ik heb er uit gehaald wat er in zat en behalve blij heeft het me ook ontzettend dankbaar gemaakt. Dit zeg ik niet uit melancholie, dit zeg ik omdat het zo is.

Waarom dat dan is? Omdat de goede mensen met mij mijn verjaardag hebben gevierd. Omdat ik van Ella precies het goede cadeautje kreeg. Omdat we ontzettend veel lol hadden. Omdat iedereen zich zo lekker thuis voelde in mijn huis en ik dat altijd heel fijn vind. Omdat ik een stapel kaartjes kreeg waar je ‘u’ tegen zegt, met hele leuke verrassingen daarbij. Omdat ik de hele dag door telefoontjes en sms’jes kreeg.

Het was zo’n feest dat een paar dagen duurde. Zondag kreeg ik ook nog visite en toen ik maandag op mijn werk kwam, hadden mijn collega’s mijn kantoortje versierd. Bovendien deden ze me een kilo paaseitjes cadeau – en tja, paai me met paaseitjes en je hébt me.

Gisteravond ging ik naar de sportschool. C., mijn trainer, zei na afloop van de training dat ze een cadeautje voor me had. Ik was totaal verrast. Terwijl zij het sleuteltje van haar kluisje pakte, feliciteerde een andere medewerker van de fitness mij. Hoe wist hij dat ik jarig was? Van de intake van een paar maanden geleden? Van C. kreeg ik een Lucky Bamboo, een piramide van bamboe met symbolische waarde. Want, zoals C. zei: “Dit geef je aan iemand die je heel veel geluk wenst in het leven. Daarom geef ik het aan jou.” Ik straalde.

Het zijn de kleine dingen die het doen, zeggen ze wel eens.
Maar eigenlijk vind ik dit alles heel groot.

maandag 27 april 2009

Zoiets noem je een deceptie

Mijn laatste week als 24-jarige verliep niet helemaal soepel. Na mijn botsing met de bestelbus, had ik donderdag weer wat.

Na afloop van de theatersporttraining gingen we nog even wat drinken bij Xieje. Daar raakte ik aan de praat met een paar mannen. We waren net aanbeland bij het typische kroegonderwerp ‘geloven in God’, toen mijn lens verschoof. Ik probeerde hem terug te schuiven, maar dat lukte niet. De lens viel uit mijn oog, op de stoffige vloer van de donkere kroeg.

“Zeg dat ze het licht hier aan moeten doen. Nu!" riep ik daadkrachtig naar K., die aan de bar stond. K. regelde dat, want ik ben erg dwingend als het op toestanden met lenzen aankomt en hij is daar gevoelig voor. Vervolgens zakte één van de mannen op zijn knieën en startte onze zoekactie.

“Je hebt me wel snel op de knieën”, zei hij.
“Ja, ik maak wat los bij sommige mensen”, zei ik.

De tweede man haalde een zaklamp tevoorschijn.
“Waarom neem jij in godsnaam een zaklamp mee naar de kroeg?” vroeg ik verbaasd.
“Om lenzen te zoeken”, antwoordde hij ad rem.

Er werd gezocht, getast, gewreven, op kleding geklopt, op onwaarschijnlijke plaatsen gespeurd en bovenral werd de moed niet opgegeven. Want hij móést daar zijn.

En jawel! We vonden de lens.
Ik was… euforisch is denk ik het juiste woord. Ik wilde alle aanwezigen wel knuffelen en een dansje doen. Totdat ik de lens in mijn oog wilde doen en bleek dat hij niet ongeschonden uit de strijd was gekomen. Er zat een barst in. Daarna had ik twee halve lenzen. Zoiets noem je een deceptie.

Ik baalde als stro. De man die voor mij op zijn knieën was gegaan probeerde het te relativeren met de woorden dat het niet het einde van de wereld was. Daar had hij gelijk in. Maar hé, zonder lenzen ben ik als een hoer zonder condooms. Ik kan niet werken, het kost me (dus) geld en ik word er gevaarlijk en heel chagrijnig van.

Gelukkig had ik mijn oude lenzen nog thuis, dus het valt inderdaad wel mee. Een nieuwe lens is inmiddels besteld. Toch blijft het een typisch geval van 'operatie geslaagd, patiënt overleden'.

Dat is best een beetje jammer.

zaterdag 25 april 2009

25!

25 jaar geleden:

"Er waren mooie baby's bij,
maar geen zo lief als ik
Anne..."

Vandaag ben ik jarig.
25 worden... ik vind het wel wat!

donderdag 23 april 2009

Mijn eigen gevaarvolle leven

Gistermiddag fietste ik naar huis. Het zonnetje scheen, ik overdacht de welles-nietes discussie die ik die middag gevoerd had met collega L. Die discussie ging over een spatie op pagina 31 van het burgerjaarverslag. Ik was de aanstichter van de twist, want hé, ik ben en blijf een kommaneuker. Of een spatieneuker dus.

Ik fietste langs De Pakschuit. Dat mocht ik. Ik overtrad geen enkele verkeersregel. Een eindje verderop, op een aangrenzende weg, reed een bestelbus. Die mocht daar rijden.

Toen startte het 12 steden, 13 ongelukken muziekje.

De bestelbus en ik kwamen min of meer gelijktijdig op de kruising. Ik had voorrang. De bestuurder van de bestelbus had mij alleen niet helemaal in zijn begroting opgenomen, dus reed hij door.

Toen kwam het ongelukmoment van het 12 steden, 13 ongelukken muziekje.

Ik gaf een zwieper aan mijn stuur, de bestelbus ging vol in de remmen. Dankzij mijn zwieper werd ik niet geraakt, maar mijn fiets had minder mazzel. De bestelbus knalde tegen mijn achterwiel. Ik lazerde alsnog om. De bestelbus vond dit een mooie kans om langs mij heen door te rijden. De bestuurder van de bestelbus wordt nu door mij aangeduid als een “achterlijke kleremongool”. Omdat hij dat is.

Toen kwam Menno Bentveld niet vanachter een boom gelopen om uit te leggen dat fietsers kwetsbaar zijn en dat deze vrouw er gelukkig goed vanaf gekomen was. Dat viel tegen.

Ik heb zelf alleen wat schrammen. Mijn fiets heb ik meteen naar de fietsenmaker bij het station gebracht. Die heeft hem terug gebogen in zijn oorspronkelijke vorm. Hij trapt op dit moment alleen nog wel significant zwaarder dan voor de botsing.

Ik ben een deel van de avond heel, heel boos geweest. Ook moest ik een beetje huilen toen ik mijn fiets had opgeraapt, maar dat was vooral van de schrik.

Maar ik prijs me gelukkig, want welbeschouwd heb ik gewoon godsgruwelijk veel geluk gehad. Dit is nou typisch zo’n situatie die veel slechter had kunnen aflopen.

Daarvoor heb ik genoeg afleveringen van 12 steden, 13 ongelukken gezien.

woensdag 22 april 2009

Het gevaarvolle leven van mijn oma

Mijn opa en oma zijn krasse bejaarden. Ze bekijken de geraniums van de goede kant. De dagen vullen zij met boodschappen doen, dingen kopen om plantjes in te zetten, zwembadbezoek (opa) en last but not least: met andere bejaarden entertainen.

U leest dit goed. Mijn opa (81) en oma (79) bezoeken het bejaardenhuis uitsluitend om andere bejaarden bezig te houden. Dan gaan ze bijvoorbeeld zingen, handwerken, bloemschikken of kaarsen maken. Meestal gaat dat goed. Een enkele keer mag oma niet naar huis omdat de portier denkt dat ze seniel is en wegloopt, maar verder: prima. Tot afgelopen maandag.

Oma moest een paar bejaarden terugbrengen naar hun kamer. Eén van hen is nogal Alzheimerend en oma had haar op een stoel neergepoot en gezegd dat ze daar moest blijven wachten. Maar toen oma haar even later kwam ophalen, was ze hem gesmeerd. Gelukkig kan ze niet echt lopen, waardoor de mevrouw snel weer gevonden was. Maar toen begon de ellende pas. Oma was een beetje boos op haar en die bejaarde werd ook link. Daarna ontpopte ze zich tot de Regilio Tuur onder de bejaarden. Want: dat oude mens heeft mijn oma zomaar een oplawaai gegeven!

Oké, ik geef toe: ik moest heel hard lachen toen ik het hoorde. Mijn oma bracht het nogal komisch, ziet u. Maar het is natuurlijk wel een beetje sneu. Of het pijn deed weet ik niet, maar oma was wel onder de indruk.

Ze vroeg me nog of ik haar wil helpen als het ooit zover komt met haar. Dat heb ik beloofd, op voorwaarde dat ze dan niet gaan meppen.

We hebben een deal.

dinsdag 21 april 2009

Vakantietwijfels

Er was een tijd dat ‘op vakantie gaan’ makkelijk was.
Op een dag vertrokken we gewoon. Dat daar organisatie aan vooraf ging, dat ging volledig langs me heen. Op een ochtend werd ik op de achterbank ingemetseld tussen een butagasfles, een teiltje (voor m’n zus, om te kotsen), vier slaapzakken en een grote De Waard tent. En dan wist ik: als ik word uitgepakt, zijn we in Engeland.

Tegenwoordig liggen die dingen anders. Ik moet nu namelijk zelf mijn vakantie regelen. Daaraan voorafgaand moet ik verzinnen waar ik naartoe wil. Dan moet ik me nog over mijn twijfels heen zetten, mezelf een schop onder mijn kont geven, zestien keer het boekingsformulier invullen en de zeventiende keer dan ein-de-lijk ook echt op verzenden klikken.

Vorig jaar kwam ik op deze manier met een groep singles in Zuid-Frankrijk en Barcelona terecht. Dat was leuk. Momenteel denk ik over Italië. Los van het denken, ben ik ook heel erg veel aan het ‘ja-maren’ over Italië. Terwijl er eigenlijk heel weinig verkeerd kan gaan. En toch verzin ik doemscenario’s.

Tegen scenario 1, slecht weer, ben ik wel opgewassen na zestien jaar kamperen in Engeland. Hoewel mijn ouders altijd riepen dat het ‘enorm meeviel’ met het weer op dit eiland, herinner ik me toch van die regenbuitjes die drie weken aanhielden. Bovenal herinner ik me mijn vader die als de grote hopman voorin de tent zat en drie weken lang beweerde dat het ‘daar’ al lichter werd.

Doemscenario 2 is een ongezellige groep. Maar goed, ik kan ook heel ongezellig doen hoor, dus dan pas ik me wel aan. Bovendien denk ik dat het feit dat je samen op vakantie bent een goed sociaal bindmiddel is. Vorig jaar kon ik het ook niet met iedereen vinden en heb ik zelfs ruzie gemaakt. Tóch was het al met al gezellig.

Doemscenario 3 is het echte rampscenario, met neerstortende vliegtuigen, gewapende overvallen of ontploffend Rome. Ik ken de plannen van Al Qaida voor het komende jaar niet hè. Maar ik denk eigenlijk dat het wel mee zal vallen. En anders doe ik gewoon nu alvast een beroep op mijn beschermengeltjes: wees waakzaam!

Kortom: geen enkel doemscenario is erg genoeg. Ik kan die vakantie gewoon boeken.

Waarom doe ik het dan niet…?

woensdag 15 april 2009

To do

Over tien dagen word ik 25. Ik heb dat altijd beschouwd als een belangrijk moment in mijn leven. Jarenlang had ik het idee dat ik op mijn 25e echt volwassen zou zijn, maar eerlijk gezegd schort het daar nog een beetje aan. Goed, ik heb een heel volwassen baan en een appartementje. Ik doe mijn belastingaangifte op tijd, ik ben goed verzekerd en in de winkel noemen ze me ‘u’ en ‘mevrouw’ zonder dat ik dat raar vind. Maar in vergelijking met mensen in mijn omgeving stelt het allemaal niet zoveel voor. Ik heb vrienden die bezig zijn met huizen kopen, samenwonen, trouwen en kinderen krijgen. Voor mij is dat één grote ver van mijn bed show. Ik zit prima in mijn huurhuis en ik heb nog niemand waar ik het hele huisje-boompje-beestje concept mee kan vormgeven. Dat had ik me wel iets anders voorgesteld, maar het is nu een keer zo.

Los van het bovenstaande, merk ik dat het me moeite kost om afstand te doen van bepaalde kinderlijke geneugten. Zo kijk ik nog steeds graag naar Bert & Ernie, zing ik op zijn tijd graag Kinderen voor Kinderen liedjes en bovenal geloof ik nog steeds in Sinterklaas.

Daarom heb ik een to do lijst gemaakt van dingen die ik nu toch eens rap onder de knie moet krijgen. Anders wordt het nooit wat met dat volwassen zijn van mij.

1. Huishouden. Af en toe ren ik wel met een emmertje sop door het huis, maar daar zit weinig regelmaat of systeem in. Dat moet er wel komen. Mijn innerlijke Mien Dobbelsteen moet zich nu maar eens gaan bewijzen.
2. Een administratie bijhouden. Mijn administratie bestaat uit twee mappen en een stuk of tien tabbladen. Administreren is bij mij: post openen, gaatjes in het papier jassen, papier in de map doen, einde administratie. Echte volwassenen zijn daarentegen bézig met de administratie. Die spenderen hele avonden aan het doorploegen van schoenendozen vol bonnetjes. Mijn vraag is: hoe dan?!
3. Koken en eten. Ook hier zoek ik een systeem. Iets met wekelijkse boodschappen, bijvoorbeeld. En gezond. En genoeg.
4. Me realiseren dat ik echt te groot ben voor bepaalde dingen. Denk: Bert & Ernie. Denk: Kinderen voor Kinderen. Tegen dit punt zie ik erg op.
5. Een man vinden. Een leukerd. Een lieverd. Eentje die blijft.
6. Aardig zijn tegen helpdeskjongens. Dit is project lifetime. Ik denk zelfs dat het me over 75 jaar, op mijn sterfbed, niet zal lukken.
7. Verdraagzamer zijn. Ik ben een vredelievend type, maar ga niet midden in het gangpad van de Albert Heijn voor mijn neus stilstaan. Dan wil ik je uitschelden. Heel hard en heel gemeen. Dito voor mensen die de tram al instappen als ik er nog niet uit ben en de doorstroming daarmee belemmeren. Ik háát dat, maar misschien is het tijd dat ik wat milder word in zulke situaties.
8. Niet tegen het verkeer in fietsen. Gewoon omfietsen, zodat ik daarna keurig met de stroom mee kan peddelen. Maar ja, ik ben nou eenmaal van het grote stappen, snel thuis, en dat al het overige verkeer dan uit een andere richting komt dan ik, dat interesseert me niks.
9. Serieus werken aan mijn ambities. Ik heb genoeg dromen, maar ik moet niet blijven slapen. Ik moet die dromen maar eens gaan realiseren. Dus ik schrijf dat boek. En ik word een carrièrevrouw. Vraag me niet om een deadline. Het gaat me gewoon lukken.
10. Mezelf blijven. Dat is iets wat ik al heel goed doe. Zonder anderen uit het oog te verliezen, natuurlijk. Het is zoals Ramses Shaffy zingt: “Laat mij m’n eigen gang maar gaan…”

Het komt allemaal wel goed. Over tien dagen ben ik 25.
Let the fun begin.

dinsdag 14 april 2009

Memoires van een kabouter

Ooit heb ik bij de padvinderij gezeten en daar een belofte gedaan. Met twee vingers in de lucht en een groene muts op mijn harses, declameerde ik de tekst: “Ik beloof mijn best te doen een goede kabouter te zijn, iedereen te helpen waar ik kan en mij te houden aan de kabouterwet. Jullie kunnen op mij rekenen.” Vanaf dat moment was ik beëdigd kabouter, werd ik opgenomen in een volkje (“Driemstein”), en kon het Grote Padvinderen beginnen.

Wie nu Jonge Woudloper-visioenen krijgt, komt bedrogen uit. Wij kabouters hielden ons met een beperkt aantal zaken bezig. Hoofdzakelijk was dat televisietikkertje, pannenkoeken bakken, kamp en Bäden-Powelldag vieren.

Aan al deze activiteiten heb ik goede herinneringen. Tijdens het pannenkoeken bakken mikte ik een ei náást de beslagkom, nadat ik had beweerd dat ik héél goed was met eieren. Op kamp leerde ik dat de hoeveelheid hagelslag die ik op mijn brood strooide niet algemeen aanvaard was. “Daar moet een boterham bovenop”, zeiden ze. Ik kwaad, zij lachen. Op datzelfde kamp liep ik een nachtspel-trauma op. Ik was echt scared as hell. Het was ook de eerste keer dat ik sjans had, want een wat ouder welpje heeft het hele spel lang mijn hand vastgehouden en me gerustgesteld. Als dat geen echte liefde was…

Baden-Powelldag was weer een ander verhaal. Robert Baden-Powell is de oprichter van de padvinderij en het feit dat hij bestond en deze grootse daad verrichtte, wordt jaarlijks herdacht. Op deze feestdag mochten we abseilen vanaf het scoutinggebouw. Ook werd er altijd een vuurtje opgepookt zodat we stokbrood konden bakken. Voor wie dit fenomeen niet kent: als padvinders stokbrood gaan bakken, krijgen ze een homp deeg aan een stok, die ze vervolgens eindeloos lang boven een vuurtje moeten houden. Op een gegeven moment meur je als een bunzing, zijn je armen lam en is je deeg zwart, maar aan de binnenkant wordt zo’n broodje nóóit gaar. Maar echt niet. Als je het dan toch opeet, heb je de rest van het weekend buikpijn.

Wat Baden-Powelldag vooral tot hoogtepunt maakte, was het touwtrekken. Als er iets is wat ik vol overgave gedaan heb in mijn jonge jaren, dan was het dat wel. Touwtrekken vond ik echt geweldig. Hakken in het zand, kont naar achter en gáán! Ik was een vrij potige kabouter, dus mijn team won vaak en dat maakte het des te leuker.

De reden dat ik dit onderwerp nu aansnijd, is dat Koninginnedag nadert. Ik vraag me echt af wat Gods bedoeling was toen Hij deze dag schiep, want ik vind het nooit zo leuk. Maar daar heb ik nu een oplossing voor! Ik bedacht me namelijk dat men in kleine provinciale dorpjes vaak zeskampen houdt op Koninginnedag, compleet met buurvrouwslingeren, spijkerpoepen én touwtrekken. Dus later als ik groot ben, verhuis ik naar zo’n oord en word ik de dorpsfanatiekeling.

Zo wordt Koninginnedag weer leuk en krijgt mijn innerlijke kabouter weer wat expansieruimte. Jullie kunnen op me rekenen.

donderdag 9 april 2009

Doos

Sommige herinneringen zou ik graag in een doos proppen, en die dan heel ver weg zetten. Ergens op een zolder, tussen vergeten spullen.

Ik weet ook welke herinneringen ik er in zou willen stoppen. Eigenlijk alles waar ik al twee dagen over loop te grienen. Omdat het ineens zo confronterend aanwezig is. Omdat het ineens opnieuw pijn doet. Vooral omdat het écht nooit begrepen blijkt te zijn.

Ik kan een confrontatie wel hebben hoor. Maar niet als het onterecht is. En niet als het kwetsend is. En ook niet als blijkt dat je nog minder betekent voor bepaalde mensen dan je al dacht. Zoekend naar redenen – en op die manier vervallend in zwakteboden van jewelste – weten ze me toch te raken. Niet eens met hun woorden. Juist met alles wat ze niet zeggen.

Ooit zal ik die doos wel weer eens doorakkeren. Dan zal ik me afvragen wat ik er mee moet. Weggooien? Of toch maar bewaren? Maar het neemt alleen maar ruimte in. En de doos kan ik ook gebruiken voor de kerstspullen.

En dat lijkt me dan een heel goed idee.
Dat ik al die herinneringen resoluut wegflikker en er gezellige kerstverlichting voor in de plaats neem. Dat ik duidelijk maak dat er maar één keuze is: of je krijgt me helemaal, of helemaal niet.

Sommige mensen hebben die keuze zelf al gemaakt.
Voor andere mensen doe ik dat nu.

Het spijt me wel, maar op dit moment kan ik niet anders.

maandag 6 april 2009

't Is niets zonder fiets

Mijn fiets is een beetje kapot.

Of nou ja, een beetje... Hij is zo van slag dat fietsen onmogelijk is. Dat gebeurde vanmiddag ineens, toen ik van het ziekenhuis naar huis wilde peddelen. Nog voor ik het terrein van het Bronovo af was, liet mijn fiets merken dat hij er geen zin meer in had en liet hij de ketting eraf lopen. Op dat moment zat ik al wel op het zadel, maar met een charmant hupsje wist ik te voorkomen dat ik ondersteboven in de rodondendrons eindigde.

Dus toen moest ik lopen. Op de fiets is het een fluteindje, maar als je het moet lopen op hoge hakken met een onwillige fiets aan de hand, dan valt het nog lelijk tegen. Maar ik monterde mezelf op met de gedachte dat mijn route langs de fietsenmaker voerde en dat die mij uit de brand zou helpen. Waar ik alleen niet aan dacht: op maandag zijn fietsenmakers over het algemeen dicht. En deze dus ook. Alsof fietsen op maandag niet stuk kunnen gaan!

Bij de fietsenstalling op het station repareren ze ook. Daar ga ik straks dus maar mijn geluk beproeven. Ze geven daar alleen geen leenfiets mee, wat ik wel onhandig vind. Bovendien draaien ze je daar per definitie een poot uit én ik heb een beetje mot met één van de medewerkers.

Er zullen mensen zijn die zich nu afvagen waarom ik het zelf niet even fiks. Dat kan ik uitleggen. Als ik zeg dat ik nog niet eens een band kan oppompen, laat staan plakken, dan zult u begrijpen dat ik me niet waag aan het terugleggen van een ketting. Als ik er zelf aan ga prutsen, is de kans groter dat ik mijn ketting naderhand als snelbinder kan gebruiken dan dat ik weer kan fietsen. Niet echt een aanrader dus.

Het probleem is pas een uur oud en ik ben het nu al zat.
Wil iemand mij een cursusje fietsen repareren geven?

woensdag 1 april 2009

Dat mensch

Sinds een paar maanden zit ik bij een debatvereniging. Dat is leuk en leerzaam, maar één aspect zint me niet. Dat aspect duid ik in mailtjes naar Marjolein altijd aan als ‘dat mensch’. Gisteravond heb ik haar weer gezien en de irritatiegrens is nu echt overschreden. En dan vraag je erom: dan kom je op mijn blog.

Het begon allemaal met een discussie over ‘tijd hebben om te schrijven’. Het ging dan uiteraard om creatief schrijven. Ik zei dat ik daar, ondanks werk en hobby’s en huishouden etc., genoeg tijd voor overhield. Dit in tegenstelling tot haar, zij had maar tijd voor twee verhalen per jaar. Ik rolde met mijn ogen, zij zag dat en voegde me toe: “Ja maar wat ik schrijf is héél goed!” Ik deed quasi geïnteresseerd en kwam er op die manier achter wat haar dat waanbeeld had bezorgd. Ze zei: “Mijn verhaal is gepubliceerd. In de Libelle.”
Ik zei maar niets over gepubliceerd worden in een literair magazine. En over wat ik allemaal van de Libelle vind.

De keer daarna viel het me op wat voor hopeloos slechte debater ze is. Zij denkt een debat te kunnen winnen met argumenten als: “Ik vind zus en zo, omdat ehm… Omdat ik dat vind!” Ook doet ze altijd alsof ze overal verstand van heeft, maar het is bijna hilarisch hoe ze de plank dan toch elke keer nét mis weet te slaan.

Dat is allemaal nog tot daar aan toe. Gisteravond heeft ze het echter voorgoed verbruid bij mij. Ik neem in de overwegingen mee dat je in een debat best een beetje mag provoceren, maar wat zij deed was gewoon onder de gordel.

Het debat händelde sich over de stelling: “De uitspraken van de Paus zijn misdadig”. Al snel ging het over het goed voorlichten van mensen in Afrikaanse landen (over seks en condooms en HIV enzo). Waarop zij zei: “Vrouwen en meisjes die goed zijn voorgelicht, worden geen slachtoffer van verkrachting.”

Dat je dat zegt: tsja.
Maar dat je het méént… Dat vind ik echt té erg! En navraag heeft geleerd dát zij dit dus meende. Dat mensch denkt serieus dat verkrachting uitgebannen kan worden door meisjes goed te informeren. Door ze te vertellen over bloemetjes, bijtjes en rubbertjes.

Zo wérkt dat niet! Begin dan eens met een voorlichtingsprogramma voor enge kerels die hun geslachtsdrift niet onder controle hebben. En dan nog. Hoe weerbaar en voorgelicht een vrouw ook is, als zo’n kerel echt kwaad in de zin heeft, heb je helemaal niets aan je cursus “Seks Enzo”. Dan mag je blij zijn als je geen mes op je keel krijgt wanneer je “Nee!” gilt. Als je al de tegenwoordigheid van geest hebt om dat te doen.

Eerst maakte ik het statement dat ik dat mensch graag met een opgerolde Libelle op de schedel zou willen tikken. Ik vind dat nu wel een beetje mild. Misschien moeten we haar eens in een steegje droppen bij een sterke, hitsige en vooral héél enge man.

Dan zullen we eens zien hoe goed zij is voorgelicht.

(Ferme taal ja. Maar hé: dit zijn geen grappen).

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...