woensdag 14 november 2018

No escape from reality

You're headed for disaster
'cause you never read the signs
Too much love will kill you every time
― Freddie Mercury


Ik voelde me een beetje miesmuizerig afgelopen zondag. Daarom besloot ik naar de bioscoop te gaan, naar Bohemian Rhapsody. Een gouden greep: de film over Freddie Mercury was prachtig en trok hier en daar wat tranen. Tijdens de aftiteling veegde ik die tranen van mijn wangen, terwijl de vrouw naast me hetzelfde deed. Zij maakte er een opmerking over, ik reageerde daarop en zag ondertussen dat haar vriend ook met zijn tranen in de weer was. Hij glimlachte vluchtig naar me, om vervolgens bruusk te zeggen: “Ik heb het ook.”

Ontboezeming
“HIV, bedoel ik”, verduidelijkte de man zich.
“O, oké”, zei ik. Dat klonk tamelijk onnozel. Ik was in de veronderstelling dat hij puur op zijn emoties doelde en hij overviel me derhalve met zijn mededeling. Ik wist me snel te herpakken en zei: “Dan moet deze film wel extra hard bij jou binnenkomen denk ik…” Hij knikte en begon weer te huilen.

Terwijl de mensen om ons heen de zaal verlieten, bleven wij met zijn drietjes zitten. Door zijn tranen heen zei de man: “Als je dit dan ziet… Freddie Mercury is in 1991 overleden. Dat is nog geen 30 jaar geleden. Toen kon er nog niks aan gedaan worden. En dat ik dan nu…” Hij maakte zijn zin niet af. Belangstellend vroeg ik hoe de behandeling er vandaag de dag uitziet. Zijn vriendin gaf tekst en uitleg – de man was daar te emotioneel voor. “Hij moet dagelijks een pil slikken. Eén pil. Als hij dat trouw doet, kan hij er in theorie oud mee worden. Zolang het virus niet zichtbaar is in het bloed, kan hij het ook niet overdragen”, legde ze uit.

Details
Ongevraagd kreeg ik vervolgens een klein inkijkje in hun seksleven. Gelukkig niet al te grafisch. “Wij hebben onbeschermde seks”, zei de vrouw. “Ergens is dat natuurlijk wel een beetje spooky…” Ik knikte, want het klonk mij ook een beetje spooky in de oren. “Ze moet zich van mij wel elk jaar laten testen”, viel de man in. “Dat wil ik gewoon.” “Dat lijkt me wel verstandig ja…” beaamde ik. Een moment viel het gesprek stil. Toen zei de man: “Je moet altijd veilig vrijen. Altijd. Ik had ook nooit gedacht dat ik HIV zou krijgen, maar het is tóch gebeurd.” Ik knikte maar weer.

“Het doet psychisch natuurlijk wel heel veel”, zei de vrouw. “Hij vertelt het nu aan jou,” (“ik weet ook niet waarom…” mompelde de man), “Maar het is niet iets wat je zomaar tegen iedereen kan zeggen. Er rust nog steeds een taboe op.” En met een knikje naar het scherm waarop de laatste regels van de aftiteling voorbij rolden: “Niet zo erg als destijds misschien. Maar het ligt nog altijd gevoelig.”

Misschien is dat inderdaad een van de moeilijkste dingen van HIV hebben anno 2018, dacht ik. Niet zozeer het medische stuk, want dat is behapbaar geworden. De behandeling is nog altijd peperduur, maar er ís tenminste een behandeling. Maar wat het psychisch betekent, aan wat voor vooroordelen je wordt blootgesteld, de schaamte die iemand wellicht voelt, het zelfverwijt dat er mogelijkerwijs bij komt kijken. Had je maar… had je maar niet… Dat gaat een mens niet in de koude kleren zitten, kan ik me zo voorstellen.

Afscheid
Even later liepen we gedrieën de bioscoop uit. We babbelden nog wat. De man mijmerde over de kwestie waarom hij tegen mij direct zo open was geweest. “Omdat je voelde dat dat kon”, verklaarde de vrouw. Het motregende.
“Ik moet hier naar links”, zei ik. De vrouw gaf me een hand. “Dankjewel dat je wilde luisteren”, zei ze. “Natuurlijk”, zei ik. De man wilde me ook een hand geven. Eén moment aarzelden we allebei. Daarna omhelsden we elkaar alsof we elkaar al jaren kenden. Vanuit de grond van mijn hart wenste ik hem veel geluk.

Onder de indruk van deze dappere man fietste ik naar huis.
Mijn eigen muizenissen waren heel ver weg.

dinsdag 23 oktober 2018

U Zei?! - Deel 30

Mijn U Zei?!-lijstje is inmiddels beroemd en berucht. De beroemdheid blijkt uit de vele tips die nog altijd binnenkomen (waarvoor dank), de beruchtheid uit het feit dat sommige mensen bang zijn geworden van mij en mijn lijst. "Ik durf niks meer te zeggen in jouw bijzijn", werd me laatst voor de voeten geworpen. Ik heb het met de persoon in kwestie op een akkoordje weten te gooien: mocht hij/zij verbaal van de weg raken, dan blijft dat tussen ons. Andere mensen spaar ik door alle U Zei’tjes in principe anoniem te plaatsen.

In deze nieuwe editie: medische missers, middelenmisbruik, oneigenlijk gebruik van ledematen en de ultieme saaiheid.

“Daar kunnen we wel een handje hulp bij gebruiken.”

“Ik heb dat ook maar zomaar in mijn maag gespleten gekregen!”

“Maar wie is dan de doodgeverfde winnaar?”

“Als ik te lang in de zon zit verbrand ik levendig!”

“Er stonden wel wat vingerfoutjes in die tekst.”

“Dat is toch doodverwekkend saai!”

“…en dat gaat zó soepel, zonder dat ik naar een kluitje in het riet hoef te zoeken!” 


"Ik heb intern al wat visjes uitgegooid."

“Deze overwinning is de krent op de taart.”

“In mijn conceptie ligt dat anders hoor.”

“Die heeft dat kastje compleet aan Filistijnen geslagen.”

“Stef Blok probeerde de lucht uit de kou te nemen.”


Beller op de radio zingt het Wilhelmus:
“Een prinse van Oranje ben ik vrij ongeveerd…”

“Ik ben niet iemand die hoog van stapel blaast.”

“Met die mensen is geen ding te zeilen!”

“Je moet wel langer kijken dan je neus ver is.” 


"...en hij zat natuurlijk weer met zijn kont in de krib."

"Hij had zich weer eens een kraag in zijn nek gezopen."

“Ze werkt keihard, en dan krijgt ze nóg de boeman toegespeeld.”

“Naar het luidt is hij nog in die bar geweest.” 


"Je kunt je een ons roepen, maar dat gaat niet werken."

"Ja, ik ga nu op iedere korrel zout leggen."

“Mogen we even een glimpje werpen in de slaapkamer?”

“Je mag niet autorijden als je een paar van die pillen achteroverdrukt.”

“Ik heb de arts even gesproken toen ik net een kwartier uit de narcose was, en toen stond ik nog stijf van de heroïne.”


Samenvattend (in andermans woorden): “Daar zakt je klomp toch van af!”

maandag 8 oktober 2018

Motorrijden

Ik had al een tijdje de wens om eens mee te rijden op een motor. Gelukkig bestaat vriend B. en heeft hij een motor, dus ik zag mogelijkheden. Ik hintte een aantal keer dat ik graag een keer bij hem achterop wilde. Afgelopen weekend was het zover. Tot twee keer toe zelfs.

Positie 
Op zaterdag deden we een klein rondje, waarbij ik ontdekte dat motorrijden nog cooler is dan ik al dacht. Ik kreeg nog wat instructies over ‘meehangen in de bocht’. Daarbij werd opgemerkt dat je nou eenmaal van nature geneigd bent om je lichaam horizontaal te willen houden. Hoewel verticaal in dit verband logischer is, ben ik er toch nog niet helemaal uit of het statement nou echt onjuist was. Ik voel me doorgaans inderdaad het prettigst als mijn lijf horizontaal is, en volgens mij is het ook historisch gezien correct. Kijk maar naar de archeologie: onze verre voorouders worden voornamelijk in horizontale positie aangetroffen. Desondanks beveel ik, waar het motorrijden betreft, verticaal aan.

Tweede ronde
Zondag maakte ik het motorrijden tot in de finesses mee. Op de terugweg werden we ingehaald door een motoragent die casual doch dwingend gebaarde dat we hem moesten volgen. We stopten bij een tankstation. De agent bleek een sympathiek persoon, voor een motoragent althans. Hij gaf ons een lesje ‘bandenspanning’. Dat pakte ik toch maar mooi mee op mijn tweede dag als motormuis. Daarna mochten we onze weg vervolgen. Heel sensationeel was het dus niet, en dat was maar goed ook. Sensationele toestanden met politie-ingrijpen kun je maar beter uit de weg gaan.

Plaatje 
Na de eerste motorrit op zaterdag stuurde ik een enthousiast berichtje naar een vriendin. ‘Nu ben ik dus klaar voor mijn tatoeage’, schreef ik. Want op de een of andere manier breng ik motorrijden en tatoeages met elkaar in verband.
Het was my lucky day. Zaterdagavond was ik op een feestje met tatoeage-hoek. Geen grap. Ik hoefde alleen maar een plaatje te kiezen. Een grote adelaar op mijn rug? ‘I love mom’ op mijn bovenarm? Het moest iets worden wat duidelijk liet zien dat ik cool ben (want hállo, motorrijden!), en iets waar ik me dan ook nog een beetje senang bij voelde. De adelaar en mom vielen dus af.

Uiteindelijk werden er met glitterlijm en roze-oranje poeder vier sterren op mijn onderarm gezet. De tattoo is dus niet permanent en ook niet heel cool. Want cool zijn zit ‘m niet in een plaatje op een arm. Cool zijn zit ‘m in alles proberen en het goede behouden. In de lef hebben om achterop een motor te stappen, gewoon omdat je dat heel graag wil.

En daar trots op zijn.

dinsdag 11 september 2018

De BZV-knoop

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen.
Het komende seizoen BZV wordt niet door mij van commentaar voorzien.

Zo. Hè. Dat is eruit.


Opiniepeiling

Vier maanden geleden deelde ik mijn twijfel al. Ging ik het me nou werkelijk wéér op de hals halen? Moest ik nou écht weer week na week verslag uitbrengen van agrarisch-amoureus geklungel? Een lichte weerstand maakte zich van mij meester. Ik vroeg de mening van mijn lezers, die bijna unaniem waren: ik mocht er niet mee ophouden. Een veelheid aan argumenten werd aangedragen, variërend van “Je mag niet stoppen, want dat mag gewoon niet” tot “Je mag best stoppen, maar besef dat je dan de rest van je dagen in eenzaamheid zult slijten, ik je nooit meer wil zien en niemand het je ooit vergeeft”. Verder werd Maslow er met piramide en al bijgesleept. Kijk maar naar dit fraaie plaatje:



Slechts één persoon merkte op dat ik het zelf moest weten. Eentje. Slechts één persoon bekommert zich lichtjes om mijn welbevinden. Dat schrijnt.


Verworven recht

Ik heb de afgelopen negen jaar (!) elk seizoen van BZV uitvoerig nabesproken. Ik heb alles wat gebeurde geanalyseerd – en alles wat niet gebeurde ook. Ik heb gejubeld om eerste zoenen, ik heb mensen die dat verdienden met de grond gelijk gemaakt, ik heb coltruien bevochten, mezelf opgeworpen als psychoanalyticus, voor- en nabeschouwd, de Mariekemonologen behandeld, ik heb bekritiseerd en toegejuicht. Ik heb mensen die dat verdienden genegeerd. Ik schreef steunende woorden voor afgewezen vrouwen en toonde me zelfs bereid om Jurjen – de afgewezen date van boer Willem - te adopteren. Niets was me te gek.

Maar weet u hoeveel tijd het kost om al dat geouwehoer te voorzien van een rode draad, in een jasje te gieten en van een context te voorzien? Dat doe je niet in een kwartiertje. Úren besteedde ik eraan. En dat heb ik er op dit moment gewoon even niet voor over.

Dus Maslow kan het komende seizoen met piramide en al de boom in. Ik heb er geen zin in. Ik heb er te weinig tijd voor. Ik luister naar die ene persoon die het wél wat uitmaakt hoe het met míj gaat – om het maar even pathetisch, neigend naar passief-agressief, te zeggen.

Het besluit
Ik ontken niet dat het een lastige beslissing was. Vooral door alle druk die op me werd uitgeoefend. De dreigementen, de anonieme kogel op mijn deurmat, het ophanden zijnde sociaal isolement. Dat laat me heus niet onberoerd. Soms dacht ik: ach, ik ga wel gewoon door, als iedereen dat zo graag wil. Op andere momenten dacht ik van niet. Totdat ik zondagavond de trailer voor het nieuwe seizoen voorbij zag komen. Schriller dan ooit riep Yvon: “Er is post!”


Op dat moment hakte ik de knoop door. “Nee”, dacht ik stellig. Niet weer. Niet nog eens. Ik wil gewoon even niet schrijven over stapels post met knutselwerkjes of over dagdates en logeerpartijen die van pijnlijke stiltes aan elkaar hangen. Ik doe het niet.

Lichtpuntje
Wat de trouwe lezers kunnen doen is heel hard hopen op een heftig BZV-seizoen vol onverwachte wendingen, naaktscènes, obsceniteiten, dates die met elkaar aanpappen en wat dies meer zij. Niet dat we zoiets ooit al gezien hebben (zelfs in bed dragen de personages in BZV drie lagen kleding), maar stél dat er zoiets ontstaat… dan strijk ik met mijn hand over mijn hart en tik ik er een blogje over. Maar alleen dan.

Verder zoeken die boeren maar even lekker zonder mij naar hun vrouw.

zaterdag 25 augustus 2018

De bioscoopmevrouw

Ze zat afgelopen woensdag naast me in de bioscoop. Zeker 80+, klein en mager, maar kwiek. Met haar tas op schoot zat ze met haar schoondochter klaar voor The book club.

Begin
De oude mevrouw en haar schoondochter spraken zowel Nederlands als Engels met elkaar. Uit grondig afluisteronderzoek mijnerzijds concludeerde ik hoe de familiebanden in elkaar staken. De schoondochter kwam uit 'den vreemde', de mevrouw was Nederlands. Zoon en kleinzoon waren een dagje samen de hort op, en de dames ontfermden zich voor de gelegenheid over elkaar. Zodra de reclames begonnen maande de oude mevrouw haar schoondochter tot stilte: "Oh, the movie starts, toch? Ssst...!"
Direct achter ons installeerden zich ondertussen twee figuren die zelf niet in de gaten hadden hoe komisch ze waren. Met alles wat de een zei was de ander het per definitie oneens. Ondertussen verzekerden ze elkaar er wel van dat het "Súper gezellig!" was. Zo klonk het alleen geenszins.

50 shades
Een belangrijk element in The book club is de trilogie Fifty Shades of Grey. Als je dat verhaal op hoofdlijnen kent weet je genoeg om de film uitstekend te kunnen volgen. En anders geven de dames in de film genoeg clous om te begrijpen waar dit boek sich um händelt. Ik heb zelf alleen deel één globaal doorgeworsteld, want zoals vriendin M. het ooit treffend samenvatte: "Alleen al van de schrijfstijl raak je niet opgewonden."

De oude dame had de boeken ook niet gelezen. Voor aanvang van de film maakte ze een opmerking daarover, waar haar schoondochter met een veelzeggend stilzwijgen op had gereageerd.

De film
Ik heb zelden iemand zó zien genieten van een film als die oude mevrouw naast mij. Met haar tas nog altijd op schoot en een papieren zakdoek in de hand leefde ze volledig mee met het verhaal. De film was erg grappig en iedereen lachte, maar zij lachte het hardst van allemaal. Soms schaterend, soms meer een ondeugende meisjesgiechel. Ze wapperde dan met haar zakdoekje en zei regelmatig "Oh my God!" en eenmaal een hartgrondig "JESUS!!" Af en toe lachte ik bijna nog meer om haar dan om de film. Dat had ze niet in de gaten denk ik; ze zat volledig in het verhaal.

Ondertussen hadden de figuren achter ons zo hun eigen manier van film kijken. Zij leverden commentaar. Maar dan wel ontzettend onnodig commentaar. Als iemand een glas wijn neerzette hoorde ik achter me "O, nou zet ze het glas neer." Toen er iemand wegreed met een aanhanger achter de auto hoorde ik: "Mét de aanhanger!" Ja, dat zag ik zelf ook wel. Op een gegeven moment zei een van de twee iets niet-filmgerelateerds. De ander was het daar natuurlijk niet mee eens. En de mevrouw naast mij schuddebuikte, wapperde met haar zakdoek en riep nog maar eens "Oh my God!"

De aftiteling 
Toen de aftiteling eenmaal liep en de figuren achter ons de zaal verlieten ("Ik vond het wel koud in de zaal", "Nee joh, ik had het heet!") spreidde de mevrouw nog even wat parate kennis over de filmwereld tentoon. Ze trok een soepele vergelijking met een andere film waar een van de acteurs in had gespeeld, inclusief regisseur en medespelers, en concludeerde: "He's getting old." Een klein gevalletje pot / ketel wellicht, maar qua filmkennis deed ze het beter dan ik.

Maar het mooiste was de opmerking daarna. Dankzij The book club bleek haar interesse in de erotische niet-literatuur gewekt. Ze wendde zich tot haar schoondochter en zei stellig: "I need to borrow your copy of that book." De schoondochter reageerde wederom in een veelzeggend stilzwijgen, maar wel met een grote glimlach. Ik giechelde.

De mevrouw keek me schuin aan en knikte vriendelijk.

woensdag 18 juli 2018

Een bed met literaire basis

Mijn bed hield me uit mijn slaap. Al een hele tijd. Het kraakte en het wiebelde en ik vond het maar niks. Er moest dus een oplossing komen. Die oplossing werd afgelopen vrijdag bij mij thuis geleverd.

Fase 1
Een paar dagen lang ontving ik mailtjes waarin keer op keer bevestigd werd dat het bed écht op vrijdag geleverd zou worden, maar het tijdstip van levering bleef lang een mysterie. Pas vrijdagochtend stond er een tijdvak vermeld (11.45 uur – 13.45 uur). Vond ik prima. Kon ik in alle rust fase 1 afwerken: het demonteren van mijn oude bed, mijn slaapkamer van onder tot boven poetsen en door de lege slaapkamer dansen. Poetsen doe ik namelijk bij voorkeur met muziek, en die muziek staat dan bij voorkeur hard, en dan raak ik als vanzelf de controle over mijn heupen kwijt.

Toen deze klus geklaard was plofte ik achter mijn laptop en zag dat het tijdvak van bezorging nader gespecificeerd was naar 11.30 uur – 12.15 uur. En toen naar 11.50 uur – 12.05 uur. En inderdaad: rond 12 uur werd er aangebeld en stond er een magere bezorgjongen voor mijn deur. ‘Kunt u misschien de lichte dingen naar boven dragen?’ vroeg hij.
Samen sjouwden we vier bedpakketten naar boven. Fase 2 kon beginnen.

Fase 2
In Fase 2 zat ik in mijn slaapkamer tussen de planken, schroefjes, houtjes, moertjes, sleuteltjes, draaidingetjes, ‘bijenkorfjes’ (als ik niet weet hoe iets heet geef ik er zelf een naam aan) en ‘kleine kutdingetjes’ (die namen zijn niet altijd poëtisch). Alles verliep soepel. Totdat de zijkanten in de achterkant moesten. Op dat moment miste ik een paar extra handen om de boel vast te houden. Na wat vergeefse pogingen en wat gevloek besloot ik er toch maar een paar sterke mannen bij te halen.

Ik liep naar mijn boekenkast en trok Leon de Winter van zijn plank. Zijn pennenvruchten hielden de rechterkant van mijn bed keurig overeind. Links werd een nauwe samenwerking tussen Jan Wolkers en Lévi Weemoedt. Met deze literaire basis kon fase 2 een succesvol vervolg krijgen en even later stond er een prachtig bed. Alleen het binnenwerk moest nog even gefikst worden. Daarbij monteerde ik aan beide zijden één dingetje scheef. Maar soit. Het bed zat in elkaar. Het had me líters zweet gekost, maar ik had het toch maar mooi voor elkaar.

Fase 3 & 4
Trots appte ik een foto van het resultaat naar een paar mensen. Die nacht sliep ik als een blok in mijn mooie nieuwe sponde.

Maar.
Die scheve dingetjes zaten me dwars. Ik had er geen last van als ik in bed lag, ik merkte het niet, maar ik wíst het. En dat was niet goed. In rap tempo werd het een soort mini-obsessie. Zondagavond rond 23 uur bedacht ik de oplossing. En voor ik het wist stond ik met een schroevendraaier te hannesen. Terwijl ik niet eens mijn lenzen in of bril op had. Want zo’n goede doe-het-zelvert ben ik blijkbaar al geworden.

Na het de-diagonaliseren kon ik met een gerust hart gaan slapen.
Voor ik het licht uitdeed zag ik Jan Wolkers vanaf mijn nachtkastje tevreden glimlachen.

maandag 9 juli 2018

U Zei?! - Deel 29

Een goed begin van de komkommertijd is natuurlijk een nieuwe U Zei?!-blog. Het is weer een fraaie collectie van de mooiste en de beste verhaspelingen en versprekingen - en een schitterende tikfout.

"Ik ben niet zo goed in die spreekwoordelijke gezegdes."

"De gemeente moet daar nog een oordeel over vijlen."

"Dat betreurt mij zeer."

"Ze is een heel lieve vrouw, en haar man ook."

"Ze werken zich allemaal het zweet uit hun naad!"

"Dat is het feminisme uit de voeten uitgemaakt."

"Zij heeft toen een maagbandverkleining ondergaan."

"...en niemand van de omstandigers deed wat!"

"Ik denk dat zij daarbij ook wel het voortouw gaat slepen."

"Daar maak ik me niet druk over. Dat glijdt vanzelf wel over."

"Het was een kop-aan-kop race."

"Die mensen waren zo arm als een sloeber."

"Ik denk dat ik zeven doden zou sterven als ik dat moest doen."

"Dat gedrag zie je altijd bij dat stelletje kloten violen!!"

"Die gast weet ook van toeten noch bellen."

"Het was zo sneu, ze kwam als een bezopen kat op kantoor aan!"

"Prins Harry en Meghan Markle treden in het huwelijksbootje."

"Eigenlijk viel de hele dag een beetje in de soep."

"Als je daar een handje aan wil bijdragen hoor ik dat graag."

"Het ligt op zich dichtbijer dan de eerste."

"We hebben de weg naar boven ingeslagen."

"En de hele goegemeenschap vindt daar dan natuurlijk wat van."

"Als je dan mooie content hebt gemaakt kan je dat zó de wereld uit slingeren."

Vrouw in rolstoel: "Ik zit erbij als een zeepsop."
Haar behulpzame vriendin: "Je bedoelt als een sopzeep!"

"Waar heb ik me nóu weer in verzeild..."

"Dan slaat er heus wel iemand een schouder om hem heen."

"Dat is toch ook al zo oud als de baard van Methusalem?"

Tot slot een mooie tikfout die ik tegenkwam op een van mijn favoriete Twitteraccounts:


Ik hoop althans dat het een schrijffout is, anders daalt Maarten in mijn achting. Dat heb ik liever niet. 

Tips blijven, zoals altijd, welkom. Want zoals iemand ook nog zei: "Ik kan dat toch niet allemaal in mijn eentje gaan lopen verhapslikken?!"

No escape from reality

You're headed for disaster 'cause you never read the signs Too much love will kill you every time ― Freddie Mercury Ik voelde me...